Energie-Blog

André Jurres

27 feb 2017
160

Vorige week bracht ik een bezoek aan een proefproject in Mainz dat gebouwd werd door Siemens, het project gaat over duurzame opslag door middel van waterstof. De opstelling heeft een capaciteit van 4,5 tot maximum 6 MW wat het meteen tot een van de grootste proefopstellingen in Europa/wereld maakt voor dergelijke toepassing.

Naast deze opstelling staat ook nog een windmolenpark maar jammer genoeg was dit nog niet direct aangesloten op de waterstofopstelling. De grootschalige test wordt dagdagelijks ook gewoon effectief gebruikt doordat een distributeur het gas komt halen om te leveren aan de lokale overheidsinstellingen (Stadwerke) die het op hun beurt gebruiken in de mobiliteit.

Daarnaast wordt de opslagcapaciteit ook gebruikt om gedurende de dag op het net te balanceren en ook om gebruik te maken van de prijspieken en -dalen gedurende de dag. Zodoende wordt gekeken (en vooral gemeten) hoe men een hogere efficiëntie en meer opbrengsten kan genereren door deze reservecapaciteit.

Dat overheden vandaag de dag vooral warm en koud blazen en nog heel veel wijzigingen zullen moeten doorvoeren is voor iedereen die werkt aan een duurzame energiehuishouding duidelijk, maar wat opslag betreft is er werkelijk nog niets. Vermits het probleem nog niet acuut is gezien er voldoende oude kolen- en gascentrales zijn in Duitsland worden zaken zoals opslag nog niet vereist en als dusdanig gewoon genegeerd. En toch heeft deze test een grote waarde want ze toont ten eerste de toegevoegde waarde aan van waterstof als grootschalig opslagmedium en ten tweede ook de technische haalbaarheid die nodig zal zijn voor het opschalen naar nog veel grotere installaties.

Men denkt nu al luidop aan installaties van een grootte die gaat tussen de 100 en de 300 MW wat effectief nodig zal zijn om naar bijvoorbeeld 80% duurzame productie van elektriciteit te gaan. Voor dergelijke grote installaties moet je wel de beschikking hebben over een grote opslagcapaciteit, bijvoorbeeld ondergronds in oude gasvelden. Het mag duidelijk zijn dat niet de techniek als wel de lage prijzen voor energie het vandaag onmogelijk maken om te kunnen investeren in dergelijk grote waterstoffabrieken, maar dat zal zeker niet zo blijven.

In de nabije toekomst zullen overheden ontwikkelaars van duurzame productie verplichten om ook verder te kijken dan alleen zon en wind. Men zal in de toekomst streven naar een combinatievergunning waarin je bijvoorbeeld naast je windvergunning ook de verplichting zal hebben om te investeren in voldoende opslag om zo voldoende te kunnen balanceren zodat de opgewekte windenergie niet teveel negatieve effecten veroorzaakt op het netwerk en dus de kwestie dat vraag en aanbod in evenwicht dienen te zijn.

Dat Duitsland al effectief bezig is met grootschalige testen bewijst ook dat men zich al bewust is van deze noodzakelijke stap. De cluster van waterstof in Vlaanderen die werkt op het vraagstuk “Power to Gas” waarvan wij ook een van de deelnemers zijn zal zeker de overheden bewust maken van de vorderingen en ervaringen op dit vlak in andere landen. Duitsland is trouwens ook een van de gidslanden wat betreft de uitbouw van waterstof, zowel in dergelijke grootschalige opslaginstallaties alsook in de uitbouw van waterstoftankstations als deel van het toekomstig wagenpark.

En in tegenstelling tot wat batterijfabrikanten roepen is waterstof geen concurrent maar eerder een aanvulling en partner gezien je nu eenmaal niet alles kunt oplossen met batterijen. Grootschalige opslag voor langere termijn is nu eenmaal niet kosten efficient met batterijen.

Ondertussen blijft de berichtgeving over postjes en poen bij de intercommunales het nieuws nog beheersen wat gezien het belang van onze sector enigszins jammer is. De uitdagingen voor ons zijn niet honderd maar duizend keer belangrijker voor onze samenleving dan de saga over lokale mandaten, maar een stroomlijning is natuurlijk wel nuttig.

Dat ondertussen zowat alle projecten het moeilijk hebben om rendabel te draaien door de veel te lage prijs voor elektriciteit (en gas) zal niet onopgemerkt voorbij blijven gaan. Zelfs grote subsidiekranen zoals voor het biomassaproject in Langerlo krijgen de eindjes gewoon niet aan elkaar. De financiering blijkt een helse karwei te zijn waar alles uit de kast gehaald moet worden om het toch maar voor elkaar te krijgen. Starten onder een dergelijk gesternte is vragen om problemen want als de intrestvoeten ietjes stijgen kun je dergelijk project gewoon stoppen. Het blijft afwachten of het Estse bedrijf dit voor elkaar gaat krijgen en het verzoek tot uitstel zegt veel.

Het bezoek aan Mainz bij Frankfurt wat betekende een dag met 580 km snelweg (heen en terug) stond ook in schril contrast met de dag erna toen ik van Tongeren naar Gent moest en daarna naar Breda (en dan Antwerpen). In Duitsland geen file gezien (toch geen stille zone tussen Keulen en Frankfurt). In België alleen maar stilgestaan. Eerst Antwerpen passeren om naar Gent te gaan, vanaf Herentals tot de ring in Antwerpen (en het was 10.30u). Dan na de meeting in Gent richting Antwerpen, stilstaan vanaf Kruibeke tot de Kennedytunnel (om 13.30u). Op de ring van Antwerpen richting Breda (om 13.50u) en van Breda terug naar Antwerpen bij de ring van Antwerpen (om 18.30u). Gewoon om aan te geven dat deze files en de daar bijhorende kosten niet worden meegerekend wanneer men het heeft over de uren files. Duurzame mobiliteit is niet alleen overschakelen op waterstof en batterijen maar ook onze weginfrastructuur aanpassen aan de 21ste eeuw.