Energie-Blog

André Jurres

16 aug 2016
139

Dit weekend stond er een positief bericht over een groot internationaal baggerbedrijf Deme dat ze betrokken worden bij de bouw van een Duits windmolenpark op zee. Dat de media hierover positief bericht vinden wij normaal. En dat is het ook.

Dit geldt trouwens voor vele andere bedrijven die als leverancier actief zijn in de energiemarkt. Of het nu in het verleden de zonnepanelen fabrikanten waren, de installatiebedrijven van biogas- en biomassa centrales, allen werden steeds positief onthaald en beschouwd als een resultaat van de succesvolle uitbouw van de duurzame energiesector.

Het doet me een beetje denken aan de goudkoorts in de 19de eeuw in bijvoorbeeld Californië, waar velen geroepen waren om te gaan graven naar de aders van goud. Ook toen waren er vele winnaars want er was een hele infrastructuur nodig om de vele tienduizenden goudzoekers van het nodige materiaal te voorzien. Hele steden met faciliteiten werden snel uit de grond gestampt om het vele goud te verwerken en vooral snel op te maken aan spel en andere vertier.

Nu zijn de parallellen zeker niet allemaal dezelfde met de huidige duurzame energie sector, maar er zijn toch ook gelijkenissen. Neem nu het succes van zonnepanelen in Vlaanderen waar een paar jaar geleden duizenden nieuwe bedrijven als paddenstoelen uit de grond schoten om daarna wanneer het goud op was even snel weer te verdwijnen in het failliet. Dat de massieve groei van het aantal zonnepanelen gestoeld was op een subsidiesysteem zonder plafond betekende werkelijk een herhaling van het Amerikaanse the sky is the limit.

De paradox is dat het vooral de overheid was die deze tsunami had waargemaakt ondanks de waarschuwingen dat het inbouwen van een plafond(aantal MW per jaar dat er aan zon gebouwd zou mogen worden) wellicht de groei beter zou doen spreiden.

Bij het compleet stilvallen van de aangroei van zonnepanelen installaties en het verdwijnen van vele duizenden jobs in deze nog nieuwe sector ontstonden er gelukkig wel positieve bij effecten. De prijs van zonnepanelen is zoveel gedaald dat in andere landen zoals Nederland burgers nu beslissen om te investeren zonder enige vorm van subsidie (of toch zeer weinig). Deze veel gezondere basis om op basis van marktmechanisme te groeien heeft de rest van de sector ook nodig.

De overheid dient een stabiel kader te bouwen waarin je binnen een vrije markt kunt acteren met voldoende stabilisatoren zodat investeringen betrouwbaar zijn. Met de ineenstorting van de stroombeurzen in Noord-West Europa is dat vandaag niet meer het geval en zelfs vele nieuwe duurzame projecten in wind, zon en biogas/massa werken met verlies of verminderd rendement.

De hoge schuldgraad van dit soort projecten, mede mogelijk door de subsidie, zorgt vandaag bij vele projecten voor te veel druk op korte termijn want de afgesloten leningen zorgen er vaak voor dat bedrijven de eerste tien tot vijftien jaar te weinig overhouden om bij tegenslag voldoende reserves te hebben. De lage elektriciteitsprijs die nu al een tijd aanhouden zullen nieuwe oplossingen nodig maken om de groei op gang te houden, maar ook in stand te houden wat er al is.

Vooruitkijkend naar het najaar zullen er nieuwe initiatieven vanuit de overheid komen om de duurzame motor op gang te houden of in het geval van Vlaanderen terug op gang te brengen. Dit zal niet kunnen met simpele quick fixes. Maar fundamentele wijzigingen vereisen aan zowel de subsidie systemen als aan het marktmodel zelf.

Op zich zijn overheidsinterventies in de economie vaak gestoeld op het nobele idee dat de economie aangezwengeld moet worden en ook onze sector zit in zo'n New Deal fase. Werkgelegenheid ontstaat zonder twijfel, of het nu bij baggerbedrijven is die een graantje willen meepikken op de groei van windmolens, of de financiële sector die leningen ter beschikking stelt om deze investeringen mogelijk te maken. Alleen kan de overheid niet continue ingrijpen zonder de marktwerking ingrijpend te veranderen en het risico te lopen dat ze nooit meer kan vertrekken.

De teloorgang van vele voormalige energiegiganten zoals RWE en Eon kan voor een deel aan hen zelf te wijten zijn door te lang hun oude productieparken te blijven uitmelken, maar er van uitgaan dat hun plaats gemakkelijk zal worden ingenomen door vele kleine nieuwe spelers is te simpel. Decentrale productie heeft zeker een deel van de toekomst, maar de energiehonger van de mens en vooral zijn industrie is zo groot en stijgend dat andere oplossingen ook nodig blijven. Zeker totdat we oplossingen hebben om de grote hoeveelheden groene stroom, die nu verloren gaan, kunnen opgeslagen en gebruikt worden wanneer nodig.