Energie-Blog

André Jurres

7 nov 2011
115

Deze week had ik de eer om op een tweejaarlijkse conferentie te mogen spreken over de biomassa-industrie of dan toch vooral het deel grootschalige verbranding van pellets (houtstokjes) in kolencentrales (of voormalige omgebouwde kolencentrales). Een controversiële manier van het produceren van zogezegd groene stroom en/of stoom die deze week ook nog door Greenpeace werd aangevallen. Eén van de tegenkantingen is dat vanuit ecologisch oogpunt vooral de bossen uit Noord-Amerika dienen om deze pellets aan te leveren.

 

Zeker is dat ook dit standpunt enige nuance verdient. Bossen die speciaal gekweekt worden voor deze toepassing en dus extra worden aangeplant zonder enige impact op het milieu te hebben zijn wellicht voor een beperkte productie aanvaardbaar. Afvalhout is een andere nuttige toepassing om er pellets van te maken, alleen volstaat dit helemaal niet om de vraag vanuit de grootschalige verbranding te dekken. Er zijn ook nog plannen om grootschalige nieuwe verbranders te gaan bouwen zoals in Antwerpen.

 

Dat dit een controversiële manier van elektriciteitsproductie zal blijven staat in de sterren geschreven, omdat verbranding nu eenmaal niet echt duurzaam is gezien de grote uitstoot van bijvoorbeeld CO2. Het is vaak kiezen tussen twee slechten, maar als we kunnen kiezen tussen de bouw van een grootschalige kolencentrale of een houtverbrander van formaat zoals in Vlaanderen (lees Antwerpen), dan kies ik toch voor het tweede. Dat we het aantal dienen te beperken totdat er meer geweten is over de lange effecten op het milieu (i.v.m. ontbossing bijvoorbeeld) lijkt me raadzaam.

 

Het subsidiëren van zogenaamde bijstook of meeverbranding in bestaande oude kolencentrales (nu is oud enigszins misleidend want er dienen wel investeringen te gebeuren om hout mee te kunnen verbranden, maar deze zijn toch eerder gering in vergelijking met nieuwbouw) dient te worden beperkt en dit eerder omdat ze enerzijds marktverstorend kunnen werken (lees door hun omvang trekken ze grote sommen subsidiegeld weg ten koste van bijvoorbeeld kleinschalige duurzamere productie toepassingen en geld kun je nu eenmaal maar een keer uitgeven) en anderzijds zijn vaak voormalige monopolisten eigenaar van onze oude steenkoolcentrales en wordt zo het status quo in stand gehouden (lees nieuwe marktpartijen kunnen met nieuwe centrales nooit concurreren daar ze deze nog dienen af te schrijven).

 

Het is dan ook een goed idee van de Vlaamse Regelgever Vreg om in zijn huidig advies naar de bevoegde minister toe te pleiten voor een plafonnering van de subsidies tot een vermogen van 20 MW (en dan nog voor nieuwbouw) en alles wat groter is in een aparte beoordeling geval per geval te beslissen. Gezien de schaalgrootte van onze oude steenkolencentrales moet er een echt maatschappelijk draagvlak zijn om hier honderden miljoenen euro's aan subsidie aan te gaan geven.