Energie-Blog

André Jurres

30 mrt 2015
132

Het proberen berekenen van de toekomstige investeringskosten in onze energiehuishouding, is per definitie een oefening in benadering van een gemiddelde. Het extrapoleren van bijvoorbeeld de huidige investeringskost van een windmolen in de toekomst, blijft gissen want men weet niet hoeveel een product nog in prijs zal dalen of stijgen.

De berichten vanuit sommige politieke hoeken dat de kost voor windmolens blijft dalen, is iets wat wij in het veld nog maar weinig zien. We werken nog steeds met een kost van gemiddeld 1.5 miljoen euro per MW en de tendens is eerder stijgend dan dalend. Natuurlijk kun je alleen kijken naar de windmolen zelf en vind je zeker goedkope molens in de markt die beneden het eerder vernoemde gemiddelde getal per MW komen, maar vele andere kosten stijgen.

De administratieve en juridische procedure wordt jaar tot jaar complexer, langer en dus duurder. In Wallonië bijvoorbeeld eindigt ieder project per definitie bij de Raad van State door het NIMBY- effect (Not In My Back Yard). De eisen van overheden gaan soms zelfs naar een zeker hilarisch niveau door bijvoorbeeld bij de aanleg van een windmolenpark te vragen om een nieuwe landingsbaan te maken voor een bepaalde vogelsoort. Dit gaat dan over bijvoorbeeld 2 hectaren.

Nu zeg ik niet dat compensaties nutteloos zijn, maar zaken zoals lucht en voedingskwaliteit lijken me voor alle diersoorten toch net iets belangrijker. Of wat dacht u van de honderdduizenden dieren die ieder jaar sterven in Moeder Natuur door onze plastic (in hun maag).

Terugkomend op de kost van duurzame energie, merken wij dus maar weinig van dalende kostprijzen (buiten de prijs van PV- panelen dan) en zien wij overal stijgende prijzen voor grondstof, huren van gronden, etc. De enige prijzen die fors goedkoper geworden zijn de laatste tijd, zijn olie en gas. Nu net twee grondstoffen waar we vanaf moeten.

Nu dromen van een volledig duurzame energiehuishouding, blijft toch vooral een kwestie van wil, techniek en geld. We merken nu al dat in landen als Duitsland men suboptimaal aan het werken is, en op windrijke dagen men al teveel windenergie heeft waar men geen weg mee weet.

Naar analogie van de eerste mobiele netwerken waar de top drie prioriteiten in het begin vooral dekking, dekking en dekking waren (dat je dus overal kon bellen), zal voor duurzame energie opslag, opslag en opslag minstens zo belangrijk zijn. In ons energie denken en handelen staat vandaag alles in het kader dat vraag en aanbod constant in balans dienen te zijn, en de elektriciteit die wij opwekken ook direct gebruikt moet worden, anders is hij voor altijd verloren (en voor niks geproduceerd). In de wereld van morgen zal vraag en aanbod ook steeds in balans moeten zijn maar niet door constant te produceren.

We zullen simpelweg de luxe niet meer hebben om met goedkope en direct beschikbare fossiele brandstoffen te kunnen werken omdat ons milieu dit niet meer aankan. Ook voor opslag geldt hopelijk dat we zullen kunnen kiezen welke opslag we nodig hebben. Dat is trouwens vandaag nog verre van zeker want de enige grootschalige opslagbron die we altijd al gehad hebben, zijnde waterkracht, is in grote delen van de wereld gewoon niet aanwezig.

Een land als Nederland heeft geen noemenswaardig hoogteverschil en dat geldt ook voor Vlaanderen. Naast het overwegen om voor onze kust artificiële waterkrachtopslag - eilanden te bouwen, zijn andere technieken op termijn wellicht grootschaliger in te zetten. Decentrale productie in combinatie met slimme netwerken kan een deel van de oplossing zijn. Als bijvoorbeeld 20% van ons wagenpark morgen elektrisch rijdt, dan zijn de miljoen batterijen samen ook een opslagbron. Dit blijft echter relatief kleinschalig en vooral lokaal bruikbaar. Waterstoffabrieken zijn een ander deeltje van de puzzel van opslag, samen met nog nieuwere technologieën zoals vliegwielen, etc..

De kostprijs van opslag zal nooit te verwaarlozen zijn, gezien dit betekent dat je - anders dan vandaag - energie eerst moet opslaan en/of produceren voor je hem gaat gebruiken. Een opslagcapaciteit van 6000-8000 MW is zeker geen overdreven luxe voor de Benelux en dan dienen we ervan uit te gaan dat kernenergie en gascentrales de komende dertig tot veertig jaar nog actief zijn. Persoonlijk denk ik dat zeker grootschalige opslag niet rendabel kan zijn en dus niet geschikt is voor de vrije markt, of de maatschappij dient te kiezen voor blijvende subsidie. Het huidig debat over het Belgisch energie-atol voor onze kust bewijst dit ook want men vraagt maar liefst 45 jaar prijszekerheid (lees: subsidie). Dergelijke termijnen vallen onder basisinfrastructuur en kan niet door privébedrijven uitgebaat worden. Als men al zou kiezen om de privé een rol te laten spelen, dan minstens in samenwerking met de overheid (of bedrijven die een natuurlijk monopolie hebben zoals Elia/Tennet) en verschillende privébedrijven.

De volgende keer enkele getallen om een idee te krijgen van de schaalgrootte waar we over spreken de komende decennia.