Energie-Blog

André Jurres

4 feb 2013
145


Deze ontwikkelingsbedragen vind ik nergens terug in de theoretische rekenmodellen die het zogenaamde rendement berekenen van een bepaalde technologie. De ontwikkelingskost dient echter wel mee opgenomen te worden in de totale investeringskost van een project aangezien deze kosten dienen betaald te worden. We hebben al snel gemiddeld € 250.000 ontwikkelingskost per project (wind/biogas, dit is inclusief alle studiekosten zoals windstudies, vogeltrekstudies, aanvraagvergunningen voor biogas design en vergunningsaanvragen, voorbereiden en onderhandelen van biomassastromen, tijd van de werknemers die deze projecten ontwikkelen, afschrijven van niet vergunde projecten, etc).

Gezien de enorme vertragingen die vaak optreden in de ontwikkeling van projecten en die algemeen bekend zijn, is het vergeten van deze kost in de berekening van het rendement per technologie des te opvallender. Voor een gemiddeld biogasproject zit je gemiddeld tussen de drie á  vier jaar ontwikkelingstijd en voor een windmolenpark tussen de vijf á  zeven jaar. Deze ontwikkelingskost wordt door de investeerders natuurlijk meegenomen in de berekening van het rendement van een project.

Een ander vergeten onderdeel in de rendementsberekening zijn de moeilijke marktomstandigheden voor duurzame producenten. Buiten het feit dat sinds midden 2008 de elektriciteitsprijs bijvoorbeeld in de groothandelsmarkt geïmplodeerd is (met 40% afgenomen), is men ook vergeten dat kleine duurzame producenten niet de groothandelsprijs krijgen wanneer ze lange termijn contracten afsluiten met leveranciers.

Deze prijs voor wind (en biomassa) ligt meestal enkele euro's onder de groothandelsprijs en de onderhandelingsmarge die kleine duurzame producenten hebben is zo goed als nul.  Gezien deze duurzame producenten hun leningen alleen maar krijgen van de banken, als ze minstens een vijf jaar afname contract afsluiten en de koper dit ook weet, hoef ik u geen plaatje te maken.

Een volgende vergeten kost specifiek voor Vlaanderen is dat de uitbetaling van de certificaten geen toonbeeld is van snelheid. Gemiddeld zijn termijnen van zes maanden geen uitzondering wat wil zeggen dat je beter rekening houdt hiermee in je kasstromen. Een buffer om deze vertraging op te vangen is noodzakelijk en dient dus mee gefinancierd te worden bij de start van een project. Deze extra financiering kost geld en ik vind nergens deze kost terug.

Een andere vergeten kost is dat per regio de kost van je biomassa kan verschillen.  Iedereen begrijpt dat als je bijvoorbeeld hout importeert dat de transportkost gaat doorwegen in je werking. Nu ben ik zelf voorstander om zoveel mogelijk met lokale brandstofstromen voor biomassacentrales te werken, maar dit kan niet voor iedereen. Een ton energiemaïs kost in Antwerpen bijvoorbeeld meer dan in West-Vlaanderen of Limburg. Gewoon omdat de grond bijvoorbeeld duurder is en dit dan de kost per hectare de hoogte in werkt. Deze lokale verschillen vind ik niet terug in het nieuwe systeem. Nochtans van belang want een goede spreiding van decentrale duurzame productie is van belang voor een duurzame toekomst.