Energie-Blog

André Jurres

2 apr 2013
134

Ondanks de vele berichten over de zogenaamde te hoge energieprijs zien we dit niet terug in het aantal nieuwe spelers op de markt of het aantal nieuwe investeringen. Dat de klassieke sector (productie, handel en verkoop) van grijze stroom of gas het niet gemakkelijk heeft, is wellicht voor buitenstaanders verrassend, maar voor collega's uit de sector of lezers van mijn blog niet.

Of het nu gaat over grootschalige productie met bijvoorbeeld nieuwe gascentrales, die ofwel niet werken of in de mottenballen worden gezet, of over investeringen in nieuwe slimme netwerken, de sector heeft het moeilijk. Dat in sommige landen steenkoolcentrales aan een remonte bezig zijn is een (hopelijk) tijdelijk fenomeen door de lage CO2 kost en de lagere steenkoolprijs door het succes van schaliegas (lees schaliegas in de VS is zo goedkoop geworden dat daar zelfs steenkoolcentrales worden stopgezet en dus ook steenkool zelf goedkoper is geworden wat betekent dat de steenkoolwinning bedrijven hun steenkool aan goedkopere prijzen in Europa gaan wegzetten).

Men ziet het ook aan de afschrijvingen die gebeuren bij te duur gekochte bedrijven (lees voorbeeld van Vattenfall dat al vlotjes anderhalf miljard euro op Nuon heeft moeten afschrijven) of bedrijven die te snel naar de beurs zijn gegaan (Thenergo bijvoorbeeld).

Ook de waarde van leveranciersbedrijven is de laatste jaren tevens gezakt (met de rest van de sector) en men ziet dat goed in Nederland waar de laatste jaren relatief jonge leveranciers voor weinig geld gekocht zijn. Een uitzondering was wellicht ENI dat fors betaald heeft voor Nuon Belgium, maar de integratie met Distrigas kon daar nog enig excuus bieden (lees Distrigas heeft veel gas over en kan zo via een eigen leveranciersportfolio zijn gas toch met een extra waarde verkopen). Wat is een leverancier vandaag de dag nog waard? Wat de gek ervoor wil betalen? Dat zeker ook, maar er zijn wel enkele bedenkingen te maken. Gezien de hogere churn van de laatste 24 maanden is de Belgische markt wellicht mobieler (lees de klant) geworden waardoor nieuwe spelers meer klanten kunnen aantrekken, maar ze zullen ook sneller vertrekken.

Wat is een klant waard? Voor een deel kun je dit per land zien, maar er zijn wel richtprijzen te geven. Single fuel klanten zijn maximum € 100 waard en bifuel klanten € 130 tot € 180. Als ik het woord 'waard' gebruik dan slaagt dit op het moment dat je een dergelijk bedrijf wil kopen of een deel wil verwerven. Het kopen van een leverancier an sich heeft trouwens weinig tot geen waarde als je niet weet wat je daarna gaat doen. Het voorbeeld van ENI eendachtig was er een logica met de integratie met Distrigas, hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor een consolidatieoefening (bijvoorbeeld fusie tussen twee bestaande partijen om tot een kritische massa te komen). Minimum 1 miljoen klanten lijkt me de ondergrens, dit wil zeggen voor België dat er op termijn maximum drie tot vier leveranciers zullen overblijven.

Zelf ben ik niet zo'n voorstander van deze simplistische berekening (lees rekenen per klant) en denk ik dat men eerder naar de brutomarge dient te kijken die een bedrijf genereert en daarop een multiple moet op los laten (max. 5 keer bruto jaarmarge). Zo waardeert men ook de andere delen van een leveranciersbedrijf (zakelijke klanten, handel, eventueel lange termijn PPA's met kleine of grote producenten). Voor strategie of potentieel toekomstige groei zou ik zelf zeer voorzichtig zijn daar een waarde op te kleven gezien de grote onzekerheden in de leverancierssector (stel voor dat ze in België nog eens het idee krijgen vanuit de federale overheid om de prijzen weer te bevriezen, als ze dat doen op het verkeerde ogenblik kun je in twee tot drie jaar uit de markt zijn).

De enige bedrijven die eigenlijk interesse zouden kunnen hebben voor een leverancier zijn andere energiebedrijven die bijvoorbeeld productie hebben, een handelspositie (in gas bijvoorbeeld) om zo de schaalvoordelen uit te buiten. We hebben bijvoorbeeld in Nederland gezien dat zelfs leveranciers die gekocht werden door buitenlandse energiebedrijven het niet makkelijk hebben om naar een kritische massa te groeien. Bijvoorbeeld Dong Nederland is na vijf jaar nog steeds veel te klein om op termijn een houdbare positie over te houden. Zelfs een succesverhaal als de Nederlandse energiemaatschappij heeft het moeilijk om zelfstandig te overleven (lees ze proberen al enkele jaren hun bedrijf te verkopen, maar de marktprijs is steeds meer onder druk gekomen).

Als nieuwe leverancier weet je dus dat je op termijn onderdeel zult worden van iets groter want in onze sector is gewoon geen plaats voor kleinschaligheid. Dit geldt trouwens ook voor de nog zeer jonge duurzame sector die al enkele klappen heeft gehad. De overheden zijn niet direct een toonbeeld van standvastigheid geweest (en nog) als het op deze sector aankomt en men vergeet in de politiek vaak dat onze sector veel investeringen vraagt en dus een lange termijn beleid. De kortste financiële modellen in de sector van productie zijn twintig jaar en die heb je ook nodig om aan een fatsoenlijk rendement te geraken. Trouwens je bouwt geen centrales om ze na tien jaar af te breken, deze staan er minstens voor dertig tot veertig jaar.

Verder zijn de vele aankondigen van RWE, E-ON, EDF, Suez dat ze centrales gaan stoppen gewoon te lezen als zijnde niet rendabel meer of niet genoeg. Men moet wel begrijpen dat energiebedrijven centrales niet voor hun plezier stilleggen of eerder dan gepland definitief sluiten.

Dit gezegd zijnde blijft de toekomst voor de sector er goed uit zien daar onze ganse samenleving steeds meer elektrisch zal worden om zijn duurzame doelstellingen te bereiken. De bedragen die de komende veertig jaar dienen geïnvesteerd te worden zijn al vaak vernoemd en zijn zo groot dat je ze beter niet kan noemen (voor België alleen 300-400 miljard euro op 50 jaar en dat zijn getallen die niemand interesseert of zelfs kan bevatten, lees 2 % van het jaarlijks BNP). Investeerders dienen in onze sector een visie te hebben die dezelfde termijnen bevatten en daarom zal het enerzijds de overheid en anderzijds de sector zelf zijn die de voornaamste actoren zullen blijven.