Energie-Blog

André Jurres

29 aug 2016
126

Veel wordt er gezegd over de uitdagingen waar wij voorstaan als samenleving om de opwarming van de aarde te beperken, maar vooral onze impact om deze naar een betere balans te brengen.

Dat de focus veel (en wellicht te veel) naar CO2 vermindering gaat werkt wellicht enigszins misleidend ook al is de reductie zeer dringend. Minstens even belangrijk is de vervuiling die wij in de lucht en grond brengen door het gebruik van fossiele brandstoffen, maar ook hun vele additieven.

De vele chemische stoffen die wij samen verbranden met olie zorgt voor een mix van toxische stoffen die langzaam onze omgeving vergiftigen. Wellicht is deze uitdaging nog groter dan het terugdringen van CO2 gezien we hier vele technische oplossingen voor hebben.

Zon, wind, water, biobrandstoffen, waterstof en andere opslagmogelijkheden zijn nog maar een greep uit de oplossingen die wij kunnen implementeren. Op een wereldschaal alleen is het schoonmaken van water, lucht en grond een veel moeilijker vraagstuk voor onze technologische kennis. Neem maar het meer dan 1 miljard ton plastics die we al in de diverse oceanen gedumpt hebben.

Daarom is het belangrijk dat politici en partijen zich durven uitspreken voor radicale oplossingen en vooral de wil om deze te implementeren. Open VLD heeft vorige week het zoveelste schot voor de boeg gegeven dat de weg van vroeger gewoon geen optie is voor de toekomst. Hun mededeling was nog niet koud of twee andere politieke partijen zwakten de boodschap alweer af met de oproep om het bestaande niet snel te laten vallen.

De verdienste van de boodschap van de liberalen is dat zij in ieder geval afscheid willen nemen van het huidige en dit ook bevestigd willen zien. De conservatieve krachten in ons land (maar ook andere landen) denken nog steeds dat ons klimaat en de noodzaak om er beter mee om te gaan een optie kan zijn. Men gebruikt het vals argument dat zolang er geen 100% zekerheid is dat de alternatieven werken, we het huidige niet kunnen loslaten.

Hopelijk is men zich bewust dat het juist de bestaande 20-eeuwse infrastructuur is in onze sector die het status quo omarmt en hun bestaansrecht zolang mogelijk willen rechthouden.

Wat nog ontbreekt in de liberale boodschap is het durven kiezen voor nieuwe keuzes die het potentieel hebben om naar een 100% duurzame samenleving durven te gaan. Zon en wind zijn een goede partner voor toekomstige klein- en grootschalige opslagmethoden. Durf zal het vergen om te zeggen dat we als Benelux bijvoorbeeld kiezen voor 1500-2000 MW opslag door bijvoorbeeld waterstof, durf zal het vragen om tegen 2030 minstens 1 miljoen wagens op waterstof te hebben rijden in combinatie met batterijtechnologie.

De hoop die de Vlaamse liberalen ook hebben voor het Belgische energiepact lijkt me heel optimistisch gezien men als basis een studie van Elia wilt gebruiken die ongetwijfeld nuttige elementen bevat voor een energiepact, maar veel te beperkt is om zo ook naar de hele energiewaardeketen te kijken waarvan warmte en mobiliteit ook een onderdeel is.

We zijn niet de enigen die worstelen met het maken van keuzes want in Nederland is het energieakkoord aan zijn eerste belangrijke tussentijdse meting toe om te kijken of men in 2023 14% duurzame energie gaat bereiken. Het is moeilijk om voorop te lopen op het werk van het planbureau, maar verrast zal ik niet zijn als blijkt dat men behoorlijk achterloopt op dit objectief. Zeker gezien de kolencentrales momenteel een heel belangrijk onderdeel bijdragen aan de huidige groene stroomproductie door het verbranden van houtpallets.

Wellicht kan deze manier van verbranding er nog voor zorgen dat men nog enigszins op koers zit gezien deze centrales meer dan 7000 uren op vollast draaien. Op termijn kun je ze evengoed niet meerekenen gezien ze onherroepelijk gaan sluiten. Kolencentrales vormen nu eenmaal geen onderdeel van onze toekomstige energiemix.

Dat dhr. Nijpels zich met zijn volle gewicht inzet is bewonderenswaardig en ook nodig, maar naar alle waarschijnlijkheid zullen bindende en dwingende afspraken nodig zijn om enigszins vooruitgang te boeken naar 2030 (lees voldoende). Als hij zegt dat er in Nederland al 1,7 GW zon is opgesteld en dat dit meer is dan een grote kolencentrale dan is dit qua vermogen wel juist, maar qua productie van Kwh toch heel wat anders. Een 1000 MW kolencentrale produceert tien keer elektriciteit dan dezelfde hoeveelheid opgesteld in zonnepanelen en hij is ook nog eens helemaal voorspeelbaar. En toch heeft hij een punt als hij positief is want men staat al veel verder dan verwacht en hopelijk gaat de versnelling nog door.

Ook hier geldt dat nieuwe wegen moeten worden gekozen om dit mogelijk te maken en dat ontbreekt nog in zowel het energieakkoord als in het energierapport dat wel al veel verder draagt dan 2023. Hopelijk slaat men de handen elkaar met de buurlanden om de durf hiervoor te vinden.