Energie-Blog

André Jurres

20 mrt 2017
151

Een zucht van verlichting ging door Europa nu Nederland behoudend heeft gekozen en het populisme niet massaal is doorgebroken. Opvallend was vooral de goede scores van traditioneel kleinere partijen zoals Groenlinks of Partij voor de dieren. Ook D66 ging er goed op vooruit en zelfs een kleine partij als CU ging volluit voor een verduurzaming van de samenleving.

Ongeacht het feit dat de laatste debatten enige aandacht gaven aan het milieu en klimaat ging de meeste aandacht tot nu toe uit naar thema’s die de dag beheersten. Dat Groenlinks 100 miljard euro extra in een duurzame samenleving wilt pompen is terecht en nobel alleen in de aanstaande coalitie gesprekken zal hier in het beste geval een compromis gevonden worden. Natuurlijk weet niemand vandaag hoe zo’n coalitie er gaat uit zien gezien de ingewikkelde uitkomst van de verkiezingen. Het begint een beetje op België te lijken waar de versplintering van het politieke landschap al vele jaren geleden begonnen is en het vormen van een coalitie steeds moeilijker wordt.

Zoals gezegd is er tijdens deze campagne zeer weinig aandacht geweest in de laatste rechte lijn naar de verkiezingen door enerzijds de zogenaamde rivaliteit tussen dhr. Rutte en Wilders (die er geen geworden is) en de enorme binnen-en buitenlandse media aandacht en anderzijds de retoriek vanuit Turkije die hun intern referendum op een klassieke manier hebben geëxporteerd. Zoek een externe “vijand” als bliksemafleider, roep hard en je krijgt massa media aandacht en zo kan je nationalistische gevoelens in een volk wakker maken. En bingo je kansen verhogen om een niet populair referendum mogelijk te maken.

Frappant dat de media dit niet doorziet als een politieke zet zonder inhoud die na de verkiezingen gewoon weer verdwijnt. Men wordt bespeeld en laat het gebeuren en zo wordt de aandacht verlegd van veel belangrijker onderwerpen zoals de klimaatverandering die iedere dag in het nieuws te zien is.

De schrijnende toestanden in Afrika gingen verloren in de verkiezingsretoriek en wat vanuit Amerika komt stemt niet echt gelukkig. De bekendmaking van een eerste ontwerpbegroting van de regering Trump laat zien dat men het budget voor defensie met meer dan 54 miljard dollar jaarlijks optrekt en de budgetten van klimaat en buitenlandse zaken (onder andere ontwikkelingshulp) gaat verminderen. Bommen in de plaats van voedselhulp en dergelijke. Een werkelijk menselijk gelaat, maar het is niet de eerste keer dat dit gebeurt natuurlijk.

En toch is de verduurzaming niet te stoppen wanneer je de verschillende partij programma’s ziet en het is vooral de jeugd die massaal hiervoor kiest. Hoopgevend is ook dat grote bedrijven als Engie/Electrabel ineens het groen licht hebben gezien en nu zelfs overwegen om een bod op te brengen op andere grote spelers zoals Innogy (het voormalige RWE of in ieder geval het afgesplitste gedeelte met klanten en duurzame investeringen). De investeringen in duurzame energie bereiken hoogten die aantonen dat in onze sector nergens meer wordt in ingevesteerd.

Eén van de zaken die nog achterblijft is het rendement versus traditionele energiesectoren zoals de olie en gassector. De duurzame gesubsidieerde markt zit in een spiraal naar beneden tijdelijk door de afname van subsidies, maar ook door positieve elementen zoals lagere investeringskosten in zon en wind per MW. Wat wel verontrustend kan zijn is de stijging van de lange termijn rente die een enorme impact hebben op lange termijn investeringen voor projecten in zon en wind.

Gaat deze verder in stijgende lijn dan zullen veel investeringen die gepland zijn onmogelijk worden en het valt af te wachten of de overheid hier snel genoeg rekening mee houdt. Het verleden in deze nog jonge sector heeft geleerd dat velen beginnen aan projectontwikkeling, maar dat weinigen beseffen dat er de eerste jaren niks mee te verdienen valt. Zelfs bij de bouw van zon- en windparken is het dan ook nog lang wachten op de rendementen gezien men vaak ziet dat de echte cash pas de laatste jaren komt (lees pas na tien-vijftien jaar).

Wat ook opvalt is het gebrek aan visie na de subsidieperiode, zowel voor zon en wind. De goede windlocaties zijn stillaan benomen en binnen een jaar of vijftien gaan deze parken echt niet verdwijnen gezien deze oudere locaties vaak ook de beste zijn. Het is frappant dat de overheden in vele landen niet verder kijken dan de door hun gegeven subsidieperiode en zelfs met vuur spelen gezien vele locaties vaak ook maar voor dezelfde periode gehuurd worden.

Als eigenaar van gronden ga je zeker gebruik maken van het einde van een huurovereenkomst/recht van opstal indien er toch een vervolg zou komen. Dat dit nogmaals kostenverhogend gaat werken ligt voor de hand en zo zal de overheid wederom met nieuwe subsidies over de brug moeten komen. Een vicieuze cirkel als je het mij vraagt en één die mijlenver van een echte marktwerking afstaat.

Aan de andere kant zie ik voorspellingen van internationale experts dat de elektriciteitsprijs na 2020 behoorlijk zou gaan stijgen en al relatief snel richting de 90 euro per MWh zou gaan. Indien dat zo is dan kunnen zon en wind zonder subsidie, alleen gaat de overheid toch mee in bad moeten want een dagprijs/maandprijs/jaarprijs is niet voldoende solide om investeringen op gang te brengen. Nog vele zaken ontbreken in een globale of nationale energievisie en zolang dit het geval is zullen we soms stappen vooruit doen zonder echt te weten of de volgende stappen ook nog mogelijk zijn.