Energie-Blog

André Jurres

29 sep 2014
134

Ook al was het vorige week relatief rustig in (Belgisch) energieland, werd er toch nog een aantal malen vanuit de heup geschoten op de diverse actoren (of beter gezegd: de diverse actoren beschoten elkaar onderling). De vraagstelling was vooral: wie gaat een eventuele vergoeding geven aan de eindklant als we gebieden dienen af te schakelen? Alvorens hierop te reageren zou het wellicht toch aangewezen zijn dit debat uit de media te halen want ons imago wordt er zo niet beter op.

De eerste overweging dient er nog altijd een te zijn dat wij ons geen black-out of afschakelplan kunnen permitteren als geïndustrialiseerd land. De tweede een van discreet werken aan oplossingen en ophouden mensen en bedrijven constant te bombarderen met half nieuws. Eerst afschakelplan per regio, de dag erop op straatniveau, dan toelichting op hoeveel uur op voorhand we gewaarschuwd worden, etc. Ongetwijfeld allemaal nuttig, maar of het echt iets bijdraagt aan de oplossing of het maatschappelijk debat..

Vervolgens gaat men over op het toelichten van de zogenaamde forse stijging van de groothandelsprijs voor elektriciteit zonder erbij te zeggen dat hij zo laag stond dat iedere vorm van nieuwe investering in productie al jaren onmogelijk was geworden. Zelfs met de stijging van enkele euro's (8-9 euro) die wij nu kennen, is er nog altijd geen ondernemingsplan. 52 euro per MWh is wellicht hoger dan in Duitsland, Frankrijk of Nederland, maar in al die landen nog steeds te mager om grootschalige nieuwe investeringen te overwegen.

Wat is dan wel de echte prijs die nodig is om nieuwe investeringen te kunnen doen? Dat hangt af van de technologie die je kiest, maar men kan gerust stellen dat deze een stuk boven de 100 euro per MWh ligt. Deze week kreeg ik nog een tweet die stelde dat duurzame energie ondertussen volwassen was geworden en dus geen subsidie meer nodig had. Op zich een interessante stelling, alleen zie ik vandaag geen een technologie die zonder ondersteuning kan. Dit heeft meer te maken met het feit dat onze economie en samenleving goedkope energie nodig heeft om te kunnen werken, in ieder geval in een economisch model waar groei de belangrijkste parameter blijft.

Als we een volwassen technologie zoals kernenergie nemen die reeds zestig jaar is uit ontwikkeld (hiermee wil ik zeggen: grootschalig toegepast in onze elektriciteitsproductie) in zijn huidige generatie, dan is de juiste productiekost goed uit te rekenen. De grootste kernenergie-operator ter wereld EDF heeft na een zeer gedetailleerde en zorgvuldige studie de Engelse overheid gevraagd om gedurende 35 jaar een kleine 90 pond sterling (109-110 euro) gegarandeerd te krijgen om zelfs maar de investering te overwegen. Dit bewijst gewoon dat langetermijninvesteringen behoefte hebben aan een echte marktprijs en niet de artificieel gesubsidieerde die we nu kennen.

Anderzijds dienen we ook kritisch te blijven kijken naar de diverse subsidiesystemen voor duurzame energie die ontstaan zijn uit de terechte ambitie om naar een CO2-vrije energiehuishouding te gaan. Alleen zien we dat de ondersteuning zoals deze nu is opgevat, gedeeltelijk averechts werken om tot een correcte marktprijs te komen. Wat voor Duitsland, Nederland, België en andere landen geldt, is dat de duurzame producenten alleen maar ondersteuning krijgen als ze produceren. De vergoeding is zo laag gezet (lees: voor België het groenestroomcertificaat en de minimumgarantie die de overheid hierop geeft) dat de producenten constant met koud zweet zitten of ze wel genoeg produceren om uit de kosten te komen. Is er wel genoeg zon dit jaar? Genoeg wind? Draait mijn biogas centrale wel minimum 8000 uren? Want anders worden de beperkte rendementen niet gehaald.

Een soort ratrace om toch maar zoveel mogelijk KWh te produceren, ongeacht de gevolgen of de efficiëntie. Het moge voor iedereen duidelijk worden dat dit systeem zijn grenzen al bereikt heeft, zonder afbreuk te willen doen aan zijn verdienste als opstartsysteem. Maar nu dienen we dus de diverse productie-eenheden en technologieën optimaal te gaan gebruiken, wat uiteindelijk toch wil zeggen dat vraag en aanbod steeds in evenwicht dienen te worden gebracht.

Het heeft dus geen zin om te produceren op momenten dat we te veel hebben (lees; bijvoorbeeld in Duitsland waar men op windrijke dagen nu al ongewild duizenden MW exporteert naar zijn buurlanden). Wilt men naar een 100% duurzame oplossing die efficiënt werkt, dan zal men naar een veel gesofisticeerder systeem dienen te gaan waar men naast een capaciteitsvergoeding (lees: beschikbaar zijn) ook op bepaalde momenten van de dag een veel hogere vergoeding kan krijgen om te produceren. Ook al zal men voor iedere technologie op maat dienen te werken, een windmolen werkt nu eenmaal anders qua kostenopbouw dan een gascentrale, hetzelfde geldt voor zon of biogas-/biomassacentrales.

Op termijn dienen we zoals gezegd naar een reële markprijs te gaan die rekening houdt met de gebruikte technologie, de CO2-kost, de efficiëntie en zijn bijdrage aan energie- onafhankelijkheid. Met dat laatste bedoel ik ook dat in de merit orde van welke technologie er gebouwd wordt, er ook rekening dient te worden gehouden met de vermindering van import van fossiele brandstoffen. Andere zaken zoals gebruik van lokale afvalstoffen, samenwerkingsverbanden met de landbouw bijvoorbeeld, dienen ook in de afweging mee genomen te worden.

Verder moet men ook de goede dingen behouden van ons certificatensysteem want tot nader order is dit nog altijd het meest transparante systeem dat rechtstreeks in je verbruik wordt meegenomen.