Energie-Blog

André Jurres

4 mei 2015
141

Europa is wakker geworden en neemt onze sector onder de loep door de steeds verdere verwijdering van de vrije markt. Aan een achttal landen wordt al extra uitleg gevraagd over hun diverse eigen ondersteuningsmechanismen om nieuwe productie mogelijk te maken. Het meest bekende voorbeeld zijn de nieuwe kerncentrales in Engeland die 35 jaar garantie/subsidie krijgen van de Engelse overheid. De zogenaamde capaciteitsvergoedingen worden trouwens kwistig gekopieerd door een aantal landen en zijn zowat de nieuwe trend te noemen.

Dat Europa dit onder de loep neemt, is zeker positief te noemen want het moge duidelijk zijn dat iedere interventie in de vrije marktwerking risico's met zich meebrengt. Je bevoordeelt zo automatisch een bepaalde partij die vaak ook nog de historische spelers zijn en de schaalgrootte hebben om grote projecten uit te voeren. Eén van de oorzaken van deze kakofonie van ondersteuningssystemen is het gebrek aan stroomlijning om voor een Europees mechanisme te zorgen, wat trouwens hoofdzakelijk ligt aan de grotere lidstaten die dachten dit wel even zelf op te kunnen lossen. Het ontbreken van Europese standaarden verzwakt onze eigen sector en men had beter kunnen weten.

Schaalgrootte en standaardisatie zijn van belang en hebben vaak als voordeel dat de prijs erdoor gedrukt wordt. Dat energie macht geeft is een van de grondslagen van het gebrek aan enthousiasme vanuit de grote lidstaten die mee willen bepalen welke richting het schip dient te varen. Alsof groot (lees: lidstaat) wilt zeggen dat je het bij het juiste eind hebt, terugdenkende aan WO II kun je eenvoudig aantonen dat grote lidstaten veel fouten kunnen maken. Vaak liggen briljante oplossingen in het brein van een individu en zeker niet in dat van staten. Het zogenaamde poldermodel zorgt vooral voor nivellering/middelmaat terwijl je voor onze sector juist dient te excelleren en veel moed dient te tonen.

Willen wij van fossiele brandstoffen afgeraken, dan zijn de huidige oplossingen per lidstaat volstrekt onvoldoende en zorgen ze alleen maar voor het bestendigen van meer van hetzelfde. Je zou zelfs tijdelijk een strategie kunnen bouwen die gezamenlijk dient uitgevoerd te worden om een grote omslag te kunnen maken. Van centrale naar decentrale energie vergt een volledig andere strategie en uitvoering en dus een andere mindset. Het is ook niet toevallig dat zelfs bedrijven van buiten onze sector vaak opvallend creatieve diensten beginnen aan te bieden terwijl onze eigen energiemastodonten ernaar staan te kijken. Als meest innovatieve bedenkt men het ontslag van zijn mensen (lees: deze week nog eens 1000 werknemers bij Vattenfall/Nuon).

Wat deze energiemastodonten zouden moeten doen is ondernemerschap/ entrepreneurschap promoten binnen hun bedrijven zodat innovatie kan herleven. In plaats van direct voor snijden te kiezen, kan men kiezen om de organisatie om te gooien en van een groot veel kleine bedrijven/units te maken die zelf op zoek dienen te gaan naar nieuwe ondernemingsmodellen. Als men zo doorgaat, dan zullen de Googles van deze wereld gewoon links en rechts voorbij komen en met de marges gaan lopen van nieuwe diensten. Het nieuws dat EDF Luminus een bedrijf koopt dat actief is in installaties/onderhoud en dergelijke, is op zich een interessante evolutie om zo nieuwe wegen te vinden. Natuurlijk is het afwachten of ze een dergelijk zelfstandig bedrijf niet gaan platslaan met interne procedures die zij zelf hanteren.

Ondertussen blijft de sector bloeden met de extreem lage groothandelsprijzen die maar geen beterschap lijken te vertonen. Nu kan men theoretisch veronderstellen dat de prijzen vroeg of laat vanzelf gaan stijgen gezien er niet meer geïnvesteerd (niet voldoende) wordt, maar het nadeel van deze stelling is dat de prijzen wel zullen stijgen, maar de bevoorradingszekerheid ook in het gedrang komt.

Naast investeren in de huidige duurzame vormen van energie zoals wind, zon, biogas, biomassa, WKK, etc. is het noodzakelijk dat men naar nieuwe oplossingen blijft zoeken en dat hiervoor ook veel middelen dienen geïnvesteerd te worden. De zoektocht naar het model van de toekomst is nog niet echt begonnen en het is ook verstandig van de huidige Belgische regering om ideeën zoals een energieatol (in zee) nog even te bevriezen. Eerst het doel bepalen (lees: strategie zodat je weet wat je wilt bereiken), hoe men dit wilt bereiken en welke middelen en tijd men hiervoor nodig heeft. Ad hoc oplossingen (zelfs de recente successen met zon, wind, biogas, biomassa) verliezen een groot deel van hun toegevoegde waarde als ze niet passen in een geheel.