Energie-Blog

André Jurres

9 sep 2013
129

Afgelopen vrijdag 6 september 2013 was wellicht voor duurzaam Nederland een moment om even stil te blijven staan gezien de maandenlange onderhandelingen over dit akkoord. Toevallig of niet kwam de SER (tegenhanger zowat van SERV) met een kritische noot dat de haalbaarheid van het plan wat hun betreft toch wel wat ter discussie staat.

Hiermee ben ik het volmondig eens want na het doornemen van het rapport, waar ik vruchteloos zocht naar de onderbouwing, ben ik toch enigszins ongerust dat men vooral een rapport voor de bühne heeft geschreven.

Natuurlijk staan er zeer positieve zaken in over bijvoorbeeld het voornemen om alle oude kolencentrales te sluiten, de huizen energiezuiniger te maken en tegen 2020 14% duurzame energie produceren, maar er staat zo goed als geen enkele onderbouwing in. Vooral financieel dient men de eerlijkheid te hebben om de kostprijs hiervan te berekenen (grof) om iedereen duidelijk te maken wat de kostprijs gaat zijn en tevens de positieve economische impact.

Waarom zit er geen economische impactstudie bij het rapport? Dit zou samen met de kostprijs dergelijk plan veel tastbaarder maken en vooral het draagvlak vergroten om de investeringen beginnen aan te vangen. Niks van dit alles en men dient de vraag te stellen waarom?

Laat ons een grof getal berekenen op basis van de huidige parameters. Nederland verbruikt 105 Twh elektriciteit in normale economische omstandigheden. De kans dat dit nog serieus gaat stijgen de komende vijftig jaar is groot gezien de gasvoorraden lokaal snel zullen opgebruikt worden en de verwarming van woningen op lange termijn ook meer door middel van elektrische oplossingen zal gaan gebeuren. Toch in ieder geval als men het meent met het milieu want gas is en blijft een fossiele brandstof. De verdere stijging van onze IT behoefte en de komst van elektrische transportmiddelen doet de rest.

14% duurzame elektriciteit betekent tegen 2020 14,7 Twh groene stroom (ervan uitgaande dat de komende vijf jaar het verbruik een nulgroei zal kennen). In deze oefening laten we de productie van groen gas even buiten beschouwing gezien de overheid nu ook niet echt deze kaart lijkt te trekken. Men spreekt alleen maar van windmolens en zonnepanelen en dat lijkt me toch wat simplistisch (kijk maar even naar Duitsland op dit ogenblik dat hun buren nu al ongevraagd bombardeert met duizenden megawatts gratis energie die vanzelf de grenzen overschrijden (en daar geregeld problemen veroorzaken.).

Laten we voor de eenvoud even aannemen dat er gemiddeld 100 euro subsidie dient voorzien te worden voor iedere geproduceerde MWh groene elektriciteit (dit is zeker nog defensief met de huidige beursprijzen van € 40- € 45 per MWh), dan kom je aan een bedrag van 1 miljard 470 miljoen euro per jaar gedurende minstens vijftien jaar. Hier komt dan ook nog eens de investering bij om de netwerken geschikt te maken om al deze decentrale capaciteit te kunnen verwerken en optimaal in te zetten. Daarbovenop zal men behoorlijk wat snel inzetbare reservecapaciteit moeten voorzien voor die momenten dat er geen wind of zon is (minstens 3000-4000 MW), aangevuld met opslagcapaciteit (bijvoorbeeld energie eilanden voor de kust).

Zelf houd ik geen rekening met de 4,4% die men al heeft bereikt want een groot deel gebeurd door verbranding in oude kolencentrales (die men toch gaat sluiten) en een groot deel van de oude windmolens in het Noorden van het land dient toch vervangen te worden.

Realistisch gezien zal 100 euro per MWh niet voldoen om een betrouwbare mix van duurzame productie eenheden te bouwen naar mijn mening. Als je bovenstaande bij elkaar optelt kom je al snel aan 3 tot 4 miljard euro extra per jaar. Niet vergeten dat we dan in het beste geval nog maar aan 14% duurzame energie zitten en we moeten tegen 2050 naar 100%.

Met bovenstaande probeer ik geen onderbouwing te geven van het rapport, maar gewoon een snelle vingeroefening die partijen zou moeten aanzetten om een onderbouwd plan te maken inclusief hulpmiddelen (lees regel- en wetgeving) om de vijf jaar die nog resten optimaal te gebruiken.

Dhr. Wiebe Draijer (hoofd van SER) is zeker goed geplaatst om deze kritische kanttekening naar de bevoegde instanties te brengen. Hij kan hier ook invulling aan geven als oud managing partner van adviesbureau McKinsey met de nodige onderbouwing (een gedetailleerd plan van uitvoering inclusief financieel plan/vooruitzicht).