Energie-Blog

André Jurres

6 jun 2016
133

Er verkondigen steeds meer instellingen dat groene energie stilaan zijn plaats heeft gevonden naast de andere, al gekende vormen van energie. Natuurlijk is het zeker zo dat ook vorig jaar weer een record aantal investeringen zijn gebeurd in duurzame vormen van energie en zien we iedere dag de impact van groene stroom bijvoorbeeld op het huidige marktmodel.

Of dit wilt zeggen dat groene energie inderdaad al volwassen geworden is en zijn definitieve vorm en plaats heeft ingenomen, vind ik te ver gaan. Zolang de bulk van onze energie van fossiele brandstoffen komt en niet van groene energie, wat tot op vandaag het geval is, is de transitie nog ver van volwassen. De euforische berichten ook vorige week dat groene stroom met momenten bijna de helft van onze elektriciteit levert, is zeker bemoedigend te noemen maar ga je kijken naar het totale jaarlijkse aandeel dan blijft groene energie toch eerder een randfenomeen.

Verder zou je kunnen stellen dat de keuze voor hoofdzakelijk zon en wind ook inhoudt dat er vandaag een onmisbare schakel ontbreekt, zijnde opslag. Het verder uitbouwen van massaal veel zon en wind heeft geen zin meer zonder opslag. In theorie kun je zonder opslag maar dan gaan we veel te veel nutteloze productie bouwen (lees: overproductie) die qua rendement nog lager gaat eindigen vermits er op piekmomenten van veel zon of wind veel te veel elektriciteitsproductie zal zijn.

Ook zien we in tabellen vergelijkingen opduiken tussen de verschillende vormen van elektriciteitsproductie waarbij men probeert om de volledige kost per geproduceerde MWh in kaart te brengen. Een moeilijk karwei vermits vandaag niemand een exact idee heeft wat bijvoorbeeld de echte CO2-kost per ton zou moeten zijn. Zowat iedereen is het wel eens dat de huidige prijs veel te laag is om verandering in beweging te krijgen.

Dat elektriciteit nog een tijd laag gaat blijven lijkt waarschijnlijk gezien men de grenzen voor overtollige, door Duitse wind en zon opgewekte groene stroom nog opvoert. Zo exporteren de Duitsers hun eigen gecreëerde probleem daar ze nog steeds meer wind en zon blijven bouwen die met momenten voor negatieve prijzen zorgen. Dat lijkt positief goedkope energie alleen is deze het resultaat van een gebrek aan toekomstvisie over duurzaam produceren.

Duurzaam denken en handelen om zo teveel (lees: overvloed) te creëren is natuurlijk een contradictie en iedereen met een gezond boerenverstand voelt ook dat dit niet klopt. Het is niet zozeer de gesubsidieerde groene stroom die het probleem veroorzaakt, als wel het ontbreken van een doordachte manier van hoe je deze kan gebruiken wanneer je hem nodig hebt.

De reactie van een bedrijf als Shell over Power-to-Gas (lees: omzetting van stroom in opslag, lees: waterstof) zegt genoeg, niet rendabel vandaag dus geen optie. De korte termijn regeert en voor een bedrijf moet men hier nog begrip voor opbrengen maar voor een overheid moet een energievisie ook over de lange termijn gaan. Door deze ongewilde export van fatale energiestromen die de Duitsers niet meer aankunnen, zullen de groothandelsprijzen artificieel laag blijven waardoor we automatisch gevangen blijven in het gebruik van oude afgeschreven centrales vermits deze zowat de enige zijn die nog kunnen produceren aan de huidige lage prijzen. Het gevolg is dat de overheden alles gaan moeten subsidiëren en vervolgens gaan ze erover klagen. Een probleem dat men dus volledig zelf heeft gecreëerd, Europa kijkt ernaar en besluit om het fenomeen te negeren en nog meer regelgeving te schrijven in de hoop dat het huidig marktmodel toch maar kan blijven bestaan.

Ook de reactie van de individuele energiebedrijven is vaak veelzeggend, het onvermogen om samen op te treden onder het mom van het mag niet is vaak het resultaat van bang zijn. Men hoopt dat door de storm uit te zweten de zaken wel weer naar normaal zullen terugkeren. Een gevaarlijke strategie gezien de toekomst zelf moet gemaakt worden en zeker niet alleen het resultaat is van modellen die werkten uit het verleden.

Dichter bij huis stijgt de koorts omtrent de verkoop van Lampiris waar vooral namen circuleren die wij niet kennen in België. Logisch, want het zijn vaak marktpartijen die nog geen positie hebben in een markt en die bereid zijn om goodwill (lees: teveel) te betalen. Alleen wordt vaak vergeten dat er nog een terugverdieneffect moet zijn en vooral een redelijke termijn. Wat redelijk is, hangt af van wat daarna komt. Het kopen van een leverancier is een ding maar gezien de huidige marges bijna nul zijn, is zoiets ook niet veel waard als er geen groeistrategie aan hangt die wel marges gaat brengen.

De overheden hebben het gedeelte elektriciteit (gas in mindere mate) zo gemarginaliseerd op de factuur van de eindverbruiker dat de concurrentie alleen nog plaats vindt op een klein deel van dezelfde factuur. Zelfs voor mij als warmtepomp eigenaar bedraagt het stukje product (lees: de elektriciteit zelf met aftrek van alle kosten zoals taksen, btw, distributiekosten, etc.) minder dan 30% en het daalt nog verder richting 20%. Vooral de netwerkkosten zijn letterlijk geëxplodeerd en dat is slechts voor een deel te verklaren.

De consolidatie in het leveranciersgedeelte wordt een feit, ook al lijkt dit nog niet het geval gezien de velen die zich geroepen voelen om het ook te proberen. Gezien de drempel relatief laag is om te beginnen en de investeringen gering zijn, is dit logisch en natuurlijk goed voor de marktwerking. Als men nu ook nog voor een stabiel klimaat kan zorgen voor investeringen dan kunnen we onze achterstand beginnen in te halen. (de achterstand op investeringen nodig in toekomstgerichte oplossingen op het vlak van productie, netwerk en IT)