Energie-Blog

André Jurres

6 jun 2014
124

De prijs van de patatten((dit stuk is een bijdrage van dhr. Jan Vande Putte van Greenpeace)

Electrabel gaat de elektriciteitsprijzen voor de huishoudens verhogen en tracht dit uit te leggen door de stijging van de marktprijzen voor elektriciteit. Dit doet denken aan de frituur op de hoek die telkens als de aardappelprijzen even stijgen de prijs van een zak frieten verhoogt, maar ze daarna niet meer verlaagt als de patatten terug goedkoper worden. Van de hardwerkende friturist kan je dit nog aanvaarden. Van de aandeelhouders van GDF-Suez in Parijs iets minder.

De elektriciteitsprijzen op de groothandelsmarkt zijn vandaag laag. Rond 2010 nog ruwweg rond de 60 euro/MWh, vandaag rond de 40 in België en in Duitsland gaan de prijzen nu zelfs onder de 35euro/MWh. Al was er in België in april een prijsstijging van 15% ten opzichte van maart, dan nog zaten we 27% onder de gemiddelde prijs van april 2013 . Zelfs in de veronderstelling dat de prijzen in België tijdelijk naar de 50euro zouden stijgen, dan nog zitten we historisch gezien op een laag prijsniveau. Inderdaad slechts tijdelijk, want de geplande uitbouw van het elektriciteitsnet, o.a. de Alegro-lijn van 1000MW met Duitsland tegen 2018 zal ongetwijfeld een belangrijke impact hebben op het gelijkschakelen van Duitse en Belgische prijzen. Daarnaast zijn op enkele jaren nog andere maatregelen mogelijk, zoals korte-termijn efficiency en sturing van de vraag.

Van die dramatische prijsdalingen heeft de huishoudelijke consument nog maar weinig gezien. Ook de industrie klaagt, al staan bedrijven in een wat sterkere onderhandelingspositie ten opzichte van de producenten dan een gezin. Het vermoeden bestaat dat enkel een handvol van de allergrootste consumenten, de voormalige "Blue Sky" bedrijven, die prijsdalingen echt hebben weten te verzilveren, maar omdat dit onderhandelde contracten zijn en dus commercieel geheim, bestaat daar weinig zicht op. Het lijkt ons een belangrijke taak van de elektriciteitsregulator CREG om uit te pluizen waar dat geld van de prijdalingen van de voorbije jaren gebleven is, en te onderzoeken wie wat betaalt, in welke mate vooral kleine consumenten de dupe zijn.

De verklaring die Electrabel tracht te fabriceren voor zijn prijsstijgingen is dus op z'n zachtst gezegd weinig overtuigend in de context van de prijsdalingen. Bovendien klopt het niet, want Electrabel produceert zelf een groot deel van de elektriciteit die het aan zijn klanten levert, dus de verhoogde marktprijzen zorgen eerder voor meer inkomsten voor Electrabel (door de verkoop op de elektriciteitsmarkt), terwijl de productiekosten gelijk blijven.










Duitse overvloed

De prijsdalingen op de Europese markt zijn onder andere een gevolg van de snelle groei van hernieuwbare energie, gecombineerd met een overaanbod uit steenkool, bruinkool en kerncentrales. Het was natuurlijk de bedoeling om hernieuwbare energie te ontwikkelen om zo de meest vervuildende elektriciteitsproductie te vervangen, in het bijzonder kernenergie, steenkool en bruinkool. Maar nu dat hernieuwbare energie op korte tijd een sterke positie heeft verworven blijven die vervuilende centrales echter open, met tot gevolg een groot overaanbod. Dat doet de prijzen kelderen. De situatie is het duidelijkst in Duitsland, waar de steenkool- en bruinkoolcentrales momenteel op volle toeren draaien, niet omdat ze in eigen land nodig zijn, maar om aan recordniveau's te exporteren naar de omringende landen, in het bijzonder Nederland en België. Wij importeren niet zozeer omdat er een tekort is aan productiecapaciteit, maar wel omdat steenkoolcentrales goedkoper zijn geworden dan gascentrales. De veel minder vervuilende gascentrales worden dus stilgelegd om voorrang te geven aan elektriciteit uit steenkoolcentrales die tweek keer zoveel CO2 uitstoten per geproduceerde kWh. Dit is een gevolg van de massale import van steenkool uit de VS, waar de sterke groei van schaliegas steenkool uit de markt duwt. In plaats van minder steenkool te ontginnen wordt het geëxporteerd, o.a. naar Europea. Bovendien is de CO2 prijs belachelijk laag, een gevolg van het falend Europees klimaatbeleid. Steenkoolcentrales betalen dus niet voor de vervuiling die ze aanrichten.

De roofbouw: van overvloed naar tekort

Zijn die lage Europese prijzen goed nieuws? Niet echt. De huidige prijzen halen met moeite de helft van de totale kostprijs van de elektriciteitsproductie, tenminste als je de investeringskost meerekent. Dit is dus geen houdbare situatie. Wat we vandaag meemaken is niets anders dan economische roofbouw op het verleden door oude vervuilende centrales op te gebruiken. Maar die roofbouw kan niet eindeloos blijven duren. Vandaag is geen enkele investering nog rendabel. Voor de bouw van een nieuwe gascentrale voorzien vandaag verschillende europese landen een subsidie. Voor een nieuwe kerncentrale loopt die subsidie op tot bijna het driedubbele van de huidige marktprijs, zoals aangetoond in het Verenigd Koninkrijk dat 2 nieuwe kerncentrales zou willen bouwen. De Europese Commissie is echter een onderzoek gestart omdat de gigantische subsidiestroom naar kernenergie sterk marktverstorend zou werken. Een steenkoolcentrale bouwen voor de prijs van bijna 1 miljard euro is gekkenwerk: de huidige markprijzen zorgen voor een kleine winstmarge op de brandstofkost (dark spread van enkele euro's/MWh), nooit voldoende om die investering ooit terug te winnen. Dus een investeerder riskeert dat hij zijn 1 miljard kwijt is. Buiten steenkoolcentrales die al jaren in aanbouw waren, worden alle nieuwbouwprojecten nu gedropt. En ja, in deze markt van zeer lage prijzen zijn subsidies voor windenergie ook nog nodig, ondanks het feit dat de kostprijs van windturbines op land perfect competitief zou kunnen zijn in een gezonde markt. Kortom: we levenin een erg tijdelijke situatie waarbij geen enkele nieuwe elektriciteitsproductie nog rendabel is.

Het hoeft dus niet te verbazen dat het Internationaal Energie Agentschap in een gisteren verschenen rapport waarschuwt voor de toekomst. Ondanks een Europees overaanbod vandaag, kan de roofbouw niet eindeloos blijven duren. En als er geen nieuwe investeringen komen, dan veroudert ons productiepark verder tot op een punt dat we op een tekort afstevenen. Zoals nu zeer actuut wordt aangetoond, hebben ook de Belgische kerncentrales niet het eeuwig leven, iets waar Greenpeace al lang voor waarschuwt. Onze kerncentrales zijn oldtimers, en hiervan afhankelijk blijven is onverantwoord, los van de veiligheidsrisico's is er het probleem van de bevoorrading.

Maar er is toch een positief kantje aan die prijsdalingen. Het doet de stranded benefits, de onterechte winsten als gevolg van de liberalisering, gevoelig afnemen. Voor de Belgische kerncentrales wordt momenteel 550miljoen per jaar van de nucleaire rente gerecupereerd, minder dan de helft van de eigenlijke nucleaire stranded benefits. Naast de nucleaire rente halen de grootste Europese elektriciteitsbedrijven ook nog massale onterechte winsten uit oude afgeschreven steenkool- bruinkool, en in mindere mate ook gascentrales. Dit hele afgeschreven Europese park levert nu minder winsten op, wat diep snijdt in het vlees. Sta me toe dit positief te vinden.

Maar tegelijk wurgen deze lage prijzen ook de nieuwkomers op de markt, erg gunstig kan je het niet noemen. De meest realistische weg is om die oude centrales zo snel mogelijk te sluiten, vooreerst omdat ze onverantwoorde milieurisico's inhouden en bovendien omdat zo terug zuurstof gegeven wordt aan de sector, waar nieuwe investeringen terug mogelijk worden. In plaats van subsidies voor gascentrales te geven, kan je beter bruinkoolcentrales in Duitsland sluiten, of kerncentrales in België. De sluiting van een of twee centrales zal weinig impact hebben op de Europese marktprijzen, maar als het breder op Europees niveau gebeurt, dan wel.

Een Plan voor Onze Energietoekomst

Zonder bijkomende maatregelen dreigt nu een stroomtekort in de winter van 2015 en 2016. Dit is in de eerste plaats een gevolg van een non-beleid van de voorbije regeringen, die er naïf van uitgingen dat de kerncentrales nog wel een paar jaartjes langer open zouden kunnen blijven. Een pijnlijke misrekening. Nu is het alle hens aan dek om het beleid te sturen naar een duurzame energiesector en vooral niet te volharden in de fouten uit het verleden.

Daarom werkt de milieubeweging momenteel aan een gedetailleerd (en becijferd) energiescenario. De kostprijs van een keuze voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie ligt lager dan afhankelijk blijven van kernenergie of fossiele brandstoffen. Op korte termijn (de komende twee jaar) moet voldoende ingezet worden op extra maatregelen zoals vraagbeheersing en energie-efficiëntie maatregelen op korte termijn. We kunnen ook inspiratie opdoen in Japan, waar vandaag geen enkele kernreactor nog beschikbaar is, een gevolg van de kernramp in Fukushima. Er is ook nood aan een nationaal energieplan, waarbij de beleidsdomeinen van de vier bevoegde regeringen beter op elkaar worden afgesteld. Op Europees vlak is dringend nood aan hogere en stabiele CO2-prijzen en bindende en ambitieuze doelstellingen voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie tegen 2030.