Energie-Blog

André Jurres

25 jan 2016
130

Dat we begin dit jaar reacties zouden krijgen op de explosie van onze elektriciteitsfactuur is voor niemand een verrassing maar de vraag dringt zich op: wat nu?

Als men op termijn de transitie wilt maken naar een duurzame energiehuishouding tegen een voor de gebruiker aanvaardbare kost zonder dat de overheidsbegroting nog verder ontspoort, dan zijn er een aantal uitdagingen. Een eerste is dat de kostprijs van elektriciteit betaalbaar moet blijven ten opzichte van alle andere energiebronnen. Vandaag zien we echter het tegenovergestelde: stookolie, benzine, gas en steenkool zijn zeer goedkoop op dit ogenblik en we gaan dus momenteel juist in de verkeerde richting qua het ontraden van gebruik van fossiele brandstoffen.

De elektrificatie van onze samenleving gaat verder dan alleen onze elektriciteit maar slaat ook op onze mobiliteit en warmtebehoeften. De vervanging van olie door elektriciteit kan alleen maar lukken als men de volledige kost op de uitstoot gaat introduceren en deze opbrengst gaat gebruiken om de investeringen in onze elektriciteitsinfrastructuur te betalen.

Ondertussen moeten er een aantal zaken op korte termijn wijzigen gezien steeds meer gezinnen in de problemen komen met hun factuur die nog veel meer zal gaan stijgen eens de fossiele brandstoffen weer duurder worden. Nu heeft al een vijfde van de gezinnen zorgen over hun energiefactuur en neemt elektriciteit daar een steeds groter deel van in. Op zich niks verkeerd mee maar hun factuur voor gas/steenkool/stookolie moet even snel mee blijven dalen. De bevoegde minister Turtelboom kan deze groep bijvoorbeeld vrijstellen van de nieuwe taks om historische en toekomstige groene stroom projecten te financieren (men noemt deze ook wel onterecht de Turteltaks).

Dat deze taks voor een belangrijk deel ook dient om de toekomstige kost van twee houtverbranders(en voormalige kolencentrale in Genk en een nog nieuwe te bouwen in de Gentse haven) te betalen is correct maar het blijft moeilijk te begrijpen wat men duurzaam vindt aan dit soort grote projecten waar in de wereld er zo goed als geen van zijn. Daar is een reden voor, een: ze dragen niet bij tot een duurzame en uitstootvrije huishouding en twee: er is gewoonweg niet genoeg brandstof voorradig. Het idee om in Genk en Gent zelfs twee van deze mega houtverbranders in dienst te gaan nemen, stoot dan ook op veel ongeloof. Zeker als u weet dat veel bestaande duurzame projecten dringend ondersteund moeten worden door het ineenstorten van de groothandelselektriciteitsprijs.

Men zou toch eerst oog moeten hebben om in stand te houden wat we net hebben opgebouwd van duurzame systemen. De reden waarom men blijft vasthouden aan deze houtverbranders is dat het een relatief gemakkelijke manier is om op papier onze doelstellingen te halen. Het is zoals het verbranden van houtpellets in kolencentrales waar men in Nederland al jaren werk van maakt maar waar ook iedereen het erover eens is dat dit niks bijdraagt tot een structurele duurzame energiehuishouding. Sterker nog, het vertraagt zelfs de verduurzaming want zo kunnen kolencentrales toch langer openblijven vermits ze rechtstreeks subsidies ontvangen om te blijven werken.

Terugkomend op de explosie van onze elektriciteitsfactuur, men kan in plaats van alles door te rekenen op deze factuur een extra taks heffen op fossiele brandstoffen om zo de elektriciteitsfactuur betaalbaar te houden. Alleen komt men in ons land dan direct in de schoonheid van vele staatshervormingen en verzandt dit direct want de regio's zijn niet bevoegd voor taksen op fossiele brandstoffen. Vooral in onze sector valt op dat de verbrokkeling van onze rechtstaat tussen het federale en zijn regio's regelrecht een aanslag betekent op de goede werking van de energiemarkt.

Verder dient de energiefactuur gesplitst te worden zodat de leveranciers alleen het productgedeelte factureren en zo veel beter de concurrentie met elkaar kunnen aangaan. De andere 75% kan dan gefactureerd worden door de gereguleerde activiteiten bij de netwerkbedrijven. Toen ik een paar jaar geleden dit al schreef en meldde tijdens bijeenkomsten vond men dit nog vreemd maar nu hangt men allen aan de alarmbel.

De introductie van een vermogenstarief door de netwerkbedrijven is een andere prioriteit zodat er een obstakel wordt weggenomen voor de verdere toename van het elektriciteitsverbruik. Vandaag zien we dat door het factureren per KWh door de netwerkbedrijven, mensen die investeren in bijvoorbeeld warmtepompen gestraft worden. Ook zorgt dit voor solidariteit in de toekomst ongeacht of je nu veel of weinig elektriciteit van het distributienet afneemt. Belangrijke opmerking is wel dat bij de berekening de VREG/Cwape/Brugel rekening moeten houden met een kost plus benadering zodat men eindelijk volgens normale boekhoudprincipes de echte kost en rendement gaat zichtbaar maken.

Dat de elektriciteitsfactuur ten dele een verdoken belasting is geworden, is niet bevorderlijk voor de transparantie en zelfs een aanslag op het behalen van een duurzame energiehuishouding.

De overheden dienen dringend samen te gaan werken aan een onderbouwde lange termijn energievisie die ook duidelijk maakt dat de som positief zal zijn. Het grotendeels wegvallen van fossiele brandstoffen op termijn zal onze energiefactuur betaalbaar houden en anderzijds de afhankelijkheid van het buitenland doen afnemen. Tot nu toe zijn de signalen niet echt positief en probeert men elkaar vooral vliegen af te vangen door ieder voor zich wat kleinere maatregelen te lanceren via weinig zeggende communicatie.