Energie-Blog

André Jurres

26 nov 2012
136

Vorige week had ik het genoegen om een namiddag deel te nemen aan een debat over de huidige status van de energiesector en dan meer bepaald door de bril van een advocatenkantoor (Field Fisher Waterhouse). De regel- en wetgeving is in België heel ingewikkeld daar een deel van de bevoegdheden federaal zijn en een deel regionaal.

Het duurzame beleid is voor het grootste deel regionaal en ook hier zien we dat 'wat we zelf doen (politieke slogan van regio's) dat doen we beter" ,niet opgaat voor de ontwikkeling van duurzame projecten. De windwerkgroep die in Vlaanderen al een tijdje probeert om toch maar schot te krijgen, in onder andere de vergunningsproblematiek, bewijst dit ook. Er wordt zelfs gezegd om dit initiatief maar op te doeken gezien het gebrek aan succes. Hier ben ik het grotendeels mee eens, zonder afbreuk te willen doen aan de goede intenties en vakkundige inzet van de mensen die in deze werkgroep zitten, want anders loopt men het risico als excuus te worden gebruikt door diezelfde politiek om toch maar aan te tonen dat er iets is gedaan.

De zogenaamde unieke vergunning (of ook wel integrale vergunning genoemd) blijft maar op zich wachten en men hoort nu al stemmen dat dit pas in 2014 zou klaar zijn, toeval of niet in het verkiezingsjaar. Wedden dat er niks gebeurt tot na de moeder van alle verkiezingen? Zo kan de hete aardappel rustig aan de volgende worden doorgeschoven. 

Als men de woorden van mevrouw Van den Bossche mag geloven dan had men de hoop dat deze werkgroep (zonder enig machtsmiddel) de verschillende departementen (R.O. en Leefmilieu) harmonieuzer zou laten samenwerken. In plaats van bindende regelgeving en/of machtsmiddelen aan deze werkgroep te geven om zo de vitaal belangrijke 2020-doelstellingen te bereiken op basis van een visie en uitgebouwde strategie, vat onze bevoegde minister haar werk kort en bondig samen: hoop.

Stelt u zich even voor dat men bij zijn jaarbegroting of strategisch plan in een bedrijf naar zijn aandeelhouders toe zou zeggen dat men het bedrijf voor het volgend jaar alle middelen heeft gegeven die het nodig heeft om het objectief te bereiken. Als de aandeelhouders dan vragen hoe dit gaat gebeuren komt het: hoop. Ben benieuwd hoelang onze economie en onze bedrijven verder gaan groeien met deze originele oplossing voor praktische problemen.

Dit doet men denken aan een bepaald grote vogel uit Australië die, als het gaat stormen, een bepaalde houding aanneemt in de hoop dat de storm haar/hem gaat missen (hmmm). Nu is kritiek hebben niet voldoende, dus moet men ook nadenken over oplossingen, waarom niet de best practices uit ander landen of regio's nemen? Hierover heb ik al eerder geschreven, maar in Wallonië staan ze toch al iets verder met de aanvraag van een vergunning waar alles in zit of nog beter een kopij maken van de crisis- en herstelwet uit Nederland en deze in Vlaanderen (en/of België) introduceren. Deze wet heeft in Nederland ervoor gezorgd dat in moeilijke economische tijden projecten zo snel als mogelijk hun vergunningen krijgen en dus eigenlijk meer prioritaire aandacht krijgen.

Niks speciaals en ik denk dat de ambtenaren in Den Haag zeker bereid zijn hun kennis te delen om deze wet snel te introduceren in België/Vlaanderen/Wallonië.

In afwachting van betere tijden zal er in Vlaanderen niet veel meer duurzame productie gaan gebouwd worden daar vanaf 1 januari 2013(behalve dan degene die reeds vergund werden in 2012 en aangemeld zijn bij de Vreg) de nieuwe aangepaste regelgeving voor duurzame productie ingaat en deze gewoon de obstakels om rendabele projecten te bouwen nog groter maken.

De andere regio's en de ons omringende landen gaan zeker profiteren van deze Vlaamse duurzame blokkering en we gaan hierdoor toch enkele honderden miljoenen euro's missen die we anders hier hadden geïnvesteerd. Zelf zal ik deze boodschap zeker aan de beleidsverantwoordelijken overmaken.