Energie-Blog

André Jurres

28 jul 2014
135

We hebben in Vlaanderen een nieuwe regering en zoals steeds is er ook een nieuw regeerakkoord. Er staat ook een onderdeel in over onze sector en hier zou ik alvast een eerste reactie op willen geven. Van de 167 pagina's zijn er welgeteld 7 over energie en klimaat. Dit op zich geeft al een eerste indicatie van de prioriteiten en het belang van onze sector.

Dit ondanks de enorme uitdagingen waar ons land voor staat om zijn energiebevoorrading (en dus welvaart, individueel geluk (denkt u maar eens al het elektronische weg of toch minstens het zelfstandig kunnen bepalen wanneer u deze gebruikt) en algemene beschaving) veilig te stellen voor de komende decennia en de huidige onaanvaardbare luchtverontreiniging in het Vlaamse land. Dat onze sector voor een groot stuk ook onbegrepen blijft, is reeds genoeg bekend maar het blijft ook een hete aardappel die men zelfs niet wilt zien. Ook nu zie je tekenen dat de deelstaten proberen om de federale aardappel deze hete aardappel cadeau te doen. Niemand wilt de eerste zijn om een gedragsverandering af te dwingen wegens politieke zelfmoord. Ga maar eens de dieselprijs hoger maken als de benzineprijs, het land zal te klein zijn. Ondanks dat het al lang bewezen is dat het hoge percentage dieselrijders in ons land een van de veroorzakers is van de abominabele luchtkwaliteit.

Terugkomend op het regeerakkoord begint het goed met de eerste woorden door energie-efficiëntie als een van de hoofdprioriteiten te plaatsen. Verder heeft men het over het verhogen van het aandeel hernieuwbare energie wat op zich, gezien onze noodzaak tot investeringen in nieuwe elektriciteitsproductie, geen dag te vroeg komt. Het tweede deel van de zin zorgt bij mij in ieder geval wel voor verwarring door te zeggen dat de steun om deze extra duurzame investeringen te kunnen doen, wordt afgebouwd.

Nu wil ik de ambitie om de steun voor duurzame productie te verlagen niet temperen, gezien het perfect logisch is zoals bij de zonnepanelen is gebeurd, maar hier mist de stelling iedere onderbouwing. Meer zelfs, er is tot op vandaag geen enkele indicatie om aan te nemen dat alle andere duurzame technologieën ineens veel goedkoper geworden zijn. Het (bijna) failliet van vele duurzame bedrijven is nu niet direct een teken dat er veel vet aan de sector hangt. De lage elektriciteitsprijs van de laatste zes jaar laat zelfs de grote voormalige monopolisten (of het nu Eon, RWE, EDF, GDF-Suez of Vattenfall is) bloeden als nooit tevoren en in Europa wordt door deze bedrijven zo goed als niks meer geïnvesteerd.

De stelling doet mij wat denken aan het voornemen van de Nederlandse overheid om miljarden subsidie ter beschikking te stellen voor de windsector op voorwaarde dat deze tientallen percenten (lees 40%) goedkoper wordt. Hoe kunnen landen als Nederland en België denken dat ze de investeringskost bepalen van toestellen waar ze zelf nul in hebben geïnvesteerd? Hiermee bedoel ik dat wij geen knowhow of fabrikanten meer hebben (wel gehad want in het verleden waren we zelfs voorlopers van windontwikkeling) en dus als land ook niks meer kunnen sturen. Wij hebben onze maakindustrie al decennia laten verkommeren met het excuus dat we niet konden concurreren met de lageloonlanden. Gelukkig bewijzen landen als Duitsland dat het ook anders kan.

Ben bijvoorbeeld op dit ogenblik in Denemarken, een land nog veel kleiner in aantal inwoners en economie als Nederland en België maar wel met een wereldfabrikant als Vestas (ook andere wereldvermaarde bedrijven zoals B&O, Lego, etc.). In heel het land zien we hun molens staan met de naam van de fabrikant prominent vermeld. Als je als overheid de ambitie hebt (of het nu in Nederland of België is) om opnieuw economisch mee te gaan tellen in de economie van de toekomst moet je veel ambitieuzer zijn in het definiëren van je doelstellingen. Waarom zou een land als België samen met Nederland geen zwaartepunt kunnen worden (of opnieuw) in de windindustrie? Wellicht weet u het antwoord, een van de problemen is wellicht ook dat er te weinig vers bloed stroomt in onze beslissingsorganen.

Het goede nieuws van dit regeerakkoord betreffende energie is dat er geen enkele concrete doelstelling is opgenomen buiten de reeds gekende 20-20-20-slogan en we dus als samenleving onze politici nog kunnen overtuigen met een nieuwe aanpak. Volgende week ga ik zeker nog verder in op onze nieuwe deelregeringen en hun akkoorden. In ieder geval is het nu zeker dat we verder af zijn van het behalen van de 20-20-20-doelstellingen dan ooit en we in ieder geval met deze regeringen tot 2019 verder kunnen, zodat ze alleen naar zichzelf kunnen kijken bij het bekijken van het resultaat.