Energie-Blog

André Jurres

9 jul 2012
137

Beste lezer,

 Bijgaande stuk is langer dan normaal waarvoor mijn excuses bij voorbaat maar het onderwerp is dan ook niet eenvoudig en van belang, veel "leesplezier"...

Deze week werd de inhoud bekend van het uitrustingsplan onder leiding van dhr. Wathelet en heeft al direct een grote verdienste: er is een plan.  Alleen maar kritiek leveren is te eenvoudig daar er vandaag niet zoiets bestaat als de oplossing. De vraag is zelfs of er een oplossing is vandaag voor de vervanging van ons bestaande productiepark, rekening houdend met een toekomstig hogere vraag en dus behoefte aan een groter productiepark.

Nu zal de toekomst uitwijzen of dit plan een excuus is geweest om vooral beslissingen voor zich uit te schuiven of dat er werkelijk een aanzet in zit om onze energiehuishouding te gaan wijzigen en de marktwerking te verbeteren.

Eén van de opvallende voorstellen is dat de overheid gaat ingrijpen in het beslissingsrecht van eigenaars van centrales om deze al dan niet te sluiten. Nu pleit ik al geruime tijd voor een actievere overheid die zelfs mee investeert in nieuwe productie maar ben ik niet overtuigd van deze wijze van ingrijpen. Het idee is theoretisch verdedigbaar voor zover zij het eigendomsrecht respecteert, want deze is tevens de basis voor toekomstige investeerders in nieuwe productie.

Het ingrijpen in zowel een soort gedwongen eigendomsoverdracht dient zorgvuldig voorbereid te worden gezien de juridische complexiteit en de bescherming van de rechten van eigendom. Wanneer een eigenaar beslist om zijn centrale uit dienst te nemen, dan dient men naar de inhoudelijke redenen te kijken, maar de logica dient toch te zeggen dat niemand centrales gaat sluiten zonder gefundeerde reden. Rendement is meestal de hoofdreden gevolgd door technische (te hoge kost voor blijvende werking) en regelgevende oorzaken (lees vervallen vergunning).

Dat de overheid een mechanisme gaat ter beschikking stellen om alsnog deze meestal stokoude centrales nog een langer leven te geven, is op zich begrijpelijk gezien er te laat is ingezien dat we nieuwe dienen te bouwen. Het lijkt me geen economisch onderbouwde oplossing als het voor de huidige eigenaar niet rendabel is geldt dit meestal ook voor toekomstige, en hoogstens uitstel van executie.

Een wellicht betere oplossing is dat wanneer de overheid strategische reserves wilt verkrijgen, zij deze centrales overneemt maar ook de daarbij behorende onderhoudskosten. Voor de huidige eigenaar heeft dit als voordeel dat hij per direct afstand kan doen van deze kosten zonder dat dit hem volledig zou ontheffen van de afbraakverplichting na definitieve sluiting. Er zou hier met een verdeelsleutel kunnen gewerkt worden in relatie met het aantal jaren dat een ieder deze centrales onder zijn eigendom heeft gehad.


Een veiling organiseren voor derden die dan deze niet werkende centrales(in reserve) zou overnemen (voor korte periodes) en hiervoor vergoed worden door de overheid (via de netbeheerders) heeft toch weinig zin daar dit niet behoort tot de normale bedrijfsactiviteit van energiebedrijven die nog maar recent in België op de markt zijn begonnen (lees maximum tien jaar). Het zwaartepunt voor dergelijke partijen moet liggen in de uitbouw van hun positie in België.  Een tweede opvallende beslissing is het langer openhouden van Tihange gedurende tien jaar onder het mom van waarborging van de bevoorradingszekerheid. Hiervoor worden onder andere de rapporten van de Creg gebruikt. Dat de Creg gebruikt wordt in deze zaak als referentie is op zich logisch, maar gezien de gespannen verhouding tussen de regering en de regelgever toch opvallend. De paradox is dat de opgegeven reden om deze centrale langer in stand houden echter ook een negatief effect tot gevolg heeft en dat is de noodzaak tot het bouwen van nieuwe productie in een markt die vandaag in de Benelux al last heeft van oververzadiging (lees teveel productie waardoor de groothandelsprijs veel te laag is met als gevolg dat er geen nieuwe investeringen komen).  De overheid werkt zo actief mee in een verder uitstel van nieuwe productie en stelt dan vervolgens voor om te gaan subsidiëren waar dit niet nodig zou moeten zijn.

 

Verder ziet men in het besluit dat men eigenlijk de beslissing voor het gros van de kerncentrales en hun mogelijke levensduurverlenging een aantal jaren opschuift (voor degene die normaal gesloten worden tussen 2022-2025) en zo verder het status quo in stand houdt. Het niet duidelijk kiezen voor te investeren in nieuwe kerncentrales (zonder te zeggen dat ik hier voorstander van ben) betekent eigenlijk dat de optie om er nieuwe te bouwen die tijdig klaar zullen zijn om de oude te vervangen hier zo goed als uitgesloten worden.


Het feit dat kernenergie voor 55% van onze elektriciteit zorgt (toch een 44TWh) en er dus geen vervanging komt, betekent dus dat men veel nieuwe gascentrales zal willen gaan bouwen in aanvulling met de stijging van duurzame productie.  Men gaat toch snel voorbij aan het probleem dat hiermee gecreëerd wordt van de tientallen miljoen extra CO2-uitstoot dat dit gaat veroorzaken.  Een derde maatregel is dat beslist is dat de output van de centrale van Tihange 1 ter beschikking wordt gesteld aan de markt (een kleine 1.000 MW) tegen kost+. Deze maatregel kan zeker de weinige concurrentie die België heeft (lees Nuon, Essent, Lampiris) een steun geven. De overheid zou er echter goed aan doen om hier toch enige voorwaarden aan te koppelen zodat deze partijen zich ook gemotiveerd voelen om in eigen productie te gaan investeren.  Het ter beschikking stellen van goedkope kernenergie aan de relatief kleine marktspelers kan anders het omgekeerde effect hebben en investeringen in nieuwe projecten (zoals de gascentrales van Essent, Nuon en Eneco die zowat allemaal in de diepvries staan) nog verder uitstellen.

 

De overheid dient wel te beseffen dat het ter beschikking stellen van 1.000MW aan de markt de prijzen voor de klanten niet substantieel gaan veranderen vermits dit slechts een zeer klein deel is van de ganse productiemarkt (lees 40.000MW voor de Benelux en 15.000MW voor België) maar wellicht kan men via een aankoopcentrale dit deel ook nog gaan vergroten.

Dat de huidige spread tussen de aankoop van gas en de verkoop van elektriciteit te klein is om te investeren in gascentrales is een tijdelijk probleem. De vele vondsten van schaliegas zou de prijs wereldwijd moeten gaan drukken, maar belangrijker is dat de elektriciteitsprijs naar een realistischer niveau gaat stijgen zodra alle oude en afgeschreven centrales definitief gesloten worden. Een duurzame prijs betekent ook de echte kost voor het milieu verrekenen met een correcte CO2-kost.  Dat de kost per CO2 ton zo laag zit vandaag de dag is vooral te wijten aan het gratis beleid van de diverse overheden naar hun lokale markten toe (lees er zijn veel gratis certificaten gegeven om zo onze lokale industrieën te beschermen tegen de schok van de CO2 kost maar met het gevolg dat het hele systeem in elkaar is gestort door een overaanbod van CO2 certificaten).

We dienen zo snel als mogelijk af te stappen van een energiehuishouding waar subsidie nodig is om zaken rendabel te maken. Dit kan alleen maar als de elektriciteitsprijs de echte kost reflecteert. Dit hangt natuurlijk af van technologie, maar op lange termijn kunnen de meeste vormen van productie zonder subsidie op voorwaarde dat de prijs rond de 120 tot 150âešÂ¬ per MWh gaat kosten (in 2008 stond deze al tussen de 85-90 âešÂ¬ per MWh)

Persoonlijk geloof ik eerder dat de overheid tijdelijk (lees zolang het nodig is om een normale functionerende markt te krijgen) via bijvoorbeeld de aankoopcentrale(in samenwerking met Elia) de flexibele centrales zelf moet gaan uitbaten daar nu niet in te schatten is hoeveel tijd ze gaan moeten werken en dus ook de kost per MWh (en de subsidie die erbij moet om privébedrijven in staat te stellen deze investering te dragen) niet gekend is. De privébedrijven kunnen trouwens in afwachting van een terugtrekking van de overheid (na een aantal jaren) alvast een minderheidsaandeel verwerven)

Wat ontbreekt in de studie is een concrete invulling en men hoopt neem ik aan dat de privésector dit automatisch op zich gaat nemen, maar daarvoor is veel overleg nodig en actieve samenwerking.  In het rapport wordt nog te veel uit gegaan van technieken zoals deze gelden vanaf het begin van de 20<sup>ste</sup> eeuw vooral de vermelding van alleen maar centrale productie. Er wordt in het rapport gezegd dat er 12 STEG-centrales in ontwikkeling zijn die de taak van kerncentrales (voor een deel) kunnen overnemen.

Waarom wordt er niet gesproken over de ontwikkeling van enkele honderden biogascentrales die alles samen 500 tot 800MW basislast kunnen gaan leveren in de toekomst. Het is natuurlijk veel eenvoudiger om een grote gascentrale te bouwen met één afnemer (het hoogspanningsnet of grote industriële klant) dan 100 biogascentrales door gans Vlaanderen. Alleen is het grootschalig gebruik van aardgas niet duurzaam en maakt het ons volledig afhankelijk van landen die af en toe gewoon de kraan dicht dreigen te draaien als iemand onderweg zijn factuur niet betaald.

Het woord duurzaam valt wel in het rapport, maar er staat geen zin in over hoe onder het mom van de regionale bevoegdheid wat een gemiste kans is om samen met dezelfde regionale overheden een sterk hoofdstuk toe te voegen aan onze energieproductie van de toekomst.

Enkele conclusies zijn:

-     Oprichting van aankoopcentrale met als startpunt de 1.000MW die de overheid aan kost+ gaat overnemen en verkopen aan de markt, kost+ is 14-18âešÂ¬ MWh(kost) + een redelijke marge + investeringen
      Partijen die investeren in nieuwe productie voorrang geven aan deze capaciteit zodat ze snel in de markt kunnen gaan handelen in afwachting van hun eigen productie (maximum 500MW voorzien hiervoor)
 Nieuwe flexibele gascentrales die secundair zijn aan de duurzame productie (lees als er weinig wind of zon is) onderbrengen in de aankoopcentrale (waar zowel de overheid meerderheidsaandeelhouder is als de privésector minderheidsaandeelhouder gedurende bepaalde tijd) om zo aan kost+ te werken en dus de subsidie tot het minimum te beperken
  Samen met de regio„¢s duidelijk objectief in kaart brengen voor biogascentrales (gezien de nog grote potentie die hiervoor aanwezig is), wind, zon, waterstof, etc..
   Deelakkoord sluiten met onze Noorderburen om over de grenzen hen te denken en zo de kost van vraag en aanbod te optimaliseren (lees onze noorderburen hebben veel gascentrales wij morgen veel wind)
   Afschaffen van de opgelegde maximumprijs daar de overheid zelf actief is geworden en zo de prijzen efficiënt houdt voor een deel (lees hierboven werken aan kost+ met de nieuwe flexibele gascentrales zolang de overheid mee aandeelhouder is)
     Obstakels wegnemen voor decentrale productie en rechtstreekse aansluiting van lokale klanten, huidige distributieregelgeving werkt niet actief mee aan decentrale productie vermits hun argument is wat niet via het netwerk gaat brengt ons niks op. 
      Introductie van SMP (Significant Market Power), zodat partijen die meer dan 20% marktaandeel hebben ontmoedigd worden en er zo minstens vijf marktpartijen blijven.
 Zoals reeds vroeger afgesproken in de Pax Elektrica„¢s ervoor zorgen dat alle oude sites waar centrales uit dienst worden genomen (bijvoorbeeld de zes oude kolencentrales) ter beschikking komen van de markt en/of de aankoopcentrale.
      Op Europees vlak pleiten voor het creëren van een juiste balans/kost voor een CO2 certificaat(lees vraag het aanbod laten overstijgen zodat er een motivatie is om minder CO2 uit te stoten of te compenseren.  Europa kan verder zijn industrie beschermen door landen buiten de Eurozone die de CO2-objectieven niet onderschrijven een extra taks op te leggen.
   Vergunningen en begeleiding hiervan: gezien de lange duur vandaag de dag en de vele obstakels (bijvoorbeeld duurzame energie en reactie bevolking Nimby syndroom Not In My Back Yard) een soort crisis- en herstelwet (Nederlands model) introduceren dat een maximum van zes tot negen maanden hanteert voor de ganse procedure gezien de urgentie en positieve bijdrage die deze maatregel zal leveren aan onze economische groeimotor.

Bovenstaande moet zeker niet alleen als kritiek gelezen worden op het deze week verschenen uitrustingsplan, maar in eerste plaats als een aanvulling en uiteindelijk de mening van mijzelf. De verdienste van dit plan is al groot, want er is er maar één. Hopelijk bekijkt Dhr. Wathelet en zijn collega„¢s dit als een startpunt/schot en zien ze hun taak niet als afgelopen.