Energie-Blog

André Jurres

6 mrt 2017
153

Vorige week kwam het nieuws dat Engie/Electrabel gaat investeren in een testopstelling voor opslag met batterijen. Er wordt gewerkt naar een 6 MW opstelling wat zeker een goed idee gaat geven van de werking en het gebruik van opslag in het net voor te balanceren. Op korte termijn zijn batterijen zeker nuttig als buffer om zo binnen de dag per uur te gaan kijken of men beter opslaat of injecteert.

De grote aandacht voor opslag via lithium batterijen is toch grotendeels te danken aan Tesla die vorig jaar nog met zijn Powerwall is gekomen en een mogelijk trend voorwaarts heeft gezet. Nu is het nog veel te vroeg om van een doorbraak te spreken en de Powerwall verre van een succes. In de huidige marktwerking en regelgeving is simpelweg niet veel plaats gemaakt voor opslag, maar in de toekomst zou dit moeten gaan veranderen.

Zelf lijkt me de weg voorwaarts dat in de toekomst investeringen in zon en wind hand in hand dienen te gaan met tevens de uitbouw van opslag. Men kan zelfs spreken van een integraal onderdeel om rendabel en vooral efficient iedere geproduceerde groene zon en wind KWh nuttig te gebruiken. In Duitsland heeft men het plafond al lang bereikt waarop zon en wind hun efficientie zien dalen door gebrek aan opslag en andere slimme netwerktoepassingen/software om deze intermitterende stromen optimaal te benutten.

De wet van de remmende voorsprong wordt in Duitsland met zijn Energiewende dan ook duidelijk zichtbaar en we dienen ons goed bewust te zijn dat ieder land hiermee te maken zal krijgen als we meer duurzame energie gaan produceren.

Ondertussen is het vanuit de politiek oorverdovend stil wat betreft een toekomstvisie en keuzes die gemaakt kunnen worden. Het status quo domineert alle geledingen en gelukkig zijn er enkelen die zich daar bewust van zijn. De populisten die schreeuwen naar de goede oude tijd vergeten dat het verleden nooit terug komt. Toch in ieder geval niet het goede deel en is het dus nodig om onze toekomst zelf te bepalen en vooral richting te geven aan onze economie.

Men kan gerust stellen dat energie de belangrijkste drager is van onze economie sinds begin 19de eeuw. De industrialisatie is alleen maar mogelijk geweest dankzij grote hoeveelheden energie uit de bodem en hier komt nu binnen enkele generaties een eind aan. Dat betekent nog niet dat fossiele brandstoffen geen nut meer hebben, maar in ieder geval niet als brandstof voor de energiesector, warmte of onze mobiliteit.

We gaan nog honderden jaren olie nodig hebben als onderdeel van het maken van producten en hier heeft het product olie ook veel meer waarde. Het is eigenlijk een zonde om olie letterlijk te verbranden op de manier dat wij het doen, maar dat komt vooral omdat honderd jaar geleden men dacht dat de voorraden onmetelijk waren en oneindig zouden kunnen gebruikt worden.

In eigen land is het wachten op een energievisie die letterlijk onze economie een extra boost kan geven zodat we met ons eigen geld in onze eigen economie gaan investeren. De gekozen route in België om iedere regio een deelopdracht te geven kan gerust werken gezien de omvang van het werk op voorwaarde dat de onderbouwing van de gekozen routes gesteund zijn op dezelfde formules en werkwijze (bijvoorbeeld zelfde einddoelen definiëren) anders kun je er geen geheel van maken daarna.

Het blijf jammer dat men het laaghangend fruit niet al laat aanpakken door bijvoorbeeld de regulatoren/regelgevers een duidelijk mandaat en macht te geven om wat slecht is uit de markt te drijven. Of het nu het bannen is van stookolie, schouwen waar open haarden zijn op aangesloten verplichten tot het installeren van roetfilters, promoten van warmtepompen en dergelijke, men kan en dient nu actie te nemen willen we letterlijk naar een grote reductie van CO2/CH4/NOX gaan.

Zodra er eind dit jaar een energievisie/pact is met een duidelijke richting dient men een energiecommissaris aan te stellen die over de regio’s heen deze visie gaat uitrollen met de nodige bevoegdheden. De uitrol van een duurzame energiehuishouding dient men in de handen te brengen van één tijdelijke (twintig jaar minstens) commissaris die jaar na jaar, maand na maand de doelstellingen opvolgt en waar nodig bijstuurt. Zonder een gecoördineerde aanpak maken we geen enkele kans om op een efficiente wijze naar minstens 80% reductie van broeikasgassen te gaan tegen 2040/2050.

Dit idee zal waarschijnlijk wel politieke weerstand oproepen om zich te profileren, maar in tegenstelling tot wat sommige roepen doen we wat we zelf doen niet altijd beter en vergt deze sector een volledige samenwerking en integratie. Een wellicht te nobele en naïeve doelstelling in een land als België waar men zich kapot aan het regeren is door een half afgewerkte staatshervorming. Ondertussen ziet men in Nederland wel deze overlegstructuur en worden er resultaten geboekt ook al heeft men een enorme achterstand en vertrekt men zowat van achteren in het peleton. Ook Nederland dient lessen te leren uit de Duitse Energiewende die heeft aangetoond dat reductie van broeikasgassen niet automatisch komt omdat je massaal wind en zon uitrolt. De weg voorwaarts die Nederland nu is aan het implementen maakt het voor mij in ieder geval duidelijk dat ze binnen de vijf jaar verder staan dan Belgi