Energie-Blog

André Jurres

25 jun 2012
120

Dat de politiek het moeilijk blijft hebben met het energiedossier is deze week nog eens pijnlijk duidelijk geworden. Zowel federaal als regionaal rommelt het energiebeleid aan alle kanten en de regulatoren zijn het beu dat ze de macht niet krijgen om zelfstandig (lees zonder schoonmoeder) te kunnen opereren en optreden wanneer nodig. Op zich zijn bijvoorbeeld de intenties in Vlaanderen om de groene stroom regelgeving te optimaliseren goed en zelfs nodig, alleen wordt er de kapitale fout gemaakt dat ze dan ook even zelf de uitvoering gaan doen.

De politiek had de uitvoering en voorbereiding moeten overlaten aan de regulatoren daar zij dagdagelijks operationeel met onze sector bezig zijn en ook veel betere contacten onderhouden met de diverse markspelers. Hoewel er ongetwijfeld zeer goede mensen op de diverse kabinetten zitten in België, hebben de meeste van hun geen enkele operationele kennis van de sector en zijn ze al zeker niet dagdagelijks bezig met de diverse onderwerpen.

Dat het al lang niet botert tussen de federale regulator Creg en de diverse regeringen is niks nieuw, maar we hebben toch weer een nieuw toppunt (lees dieptepunt) bereikt door de rechtszaak die de Creg aanspant tegen de regering. Het gebrekkig omzetten van de Europese richtlijnen en meer bepaald enkele richtlijnen in de nieuwe gas- en elektriciteitswet zijn er voor de Creg ver over. De Creg wordt nog meer gekortwiekt en ze hebben dan ook overschot van gelijk. Of Europa alle macht bij de overheden wil weghalen is minder duidelijk, maar het zou wel goed zijn gezien het zeer povere resultaat van de laatste 10 jaar van de meeste overheden.

Ook in Vlaanderen is de Vreg bijzonder gefrustreerd en wil ze niet langer aan de leiband lopen van haar bevoegde minister. De extra bevoegdheden die zijn opgelegd kunnen blijkbaar door de huidige bezetting niet worden uitgevoerd en de Vreg weigert dan ook deze op te nemen. Dat de regulatoren niet naar behoren hun werk kunnen doen, is voor een stuk te verklaren doordat ze niet onafhankelijk kunnen optreden. Een regulator dient niet af te hangen van wetgevende macht (of toch in ieder geval niet van een overheid/regering die om de paar jaar wijzigt en dus ook haar beleid), maar dient jaarlijks te rapporteren aan het parlement (binnen een aangestelde commissie bijvoorbeeld) zodat de neutraliteit gewaarborgd blijft, maar ook de continuïteit. Dat tweede is mogelijks nog belangrijker dan het eerste want onze sector heeft partners nodig afgevaardigd door de wetgever (het parlement) die een lange termijn visie hebben en deze ook consequent uitvoeren.

Onze sector hangt nu aan de draad van een verkozen minister die om de twee tot drie jaar wijzigt en met regeringen die ook hun energievisie bepalen op het moment van de dag of de staat van hun begroting.

Ook de met veel vertraging aangekondigde wijzigingen in Vlaanderen wat betreft de duurzame ontwikkeling dreigt te verzanden (of in het moeras vast te zitten) door de slecht uitgewerkte richtlijnen en of het ontbreken ervan. Via een aantal contacten vernam ik dat de regering zich niks aantrekt van de inhoud, maar vooral voor het zomerreces snel alles wil laten goedkeuren. Van de advocaten/juristen hoor ik trouwens dat ze hopen dat dit het geval is want dan wordt hun zaak alleen maar sterker daar het schip zo lek is als een vergiet.

De met veel bombarie aangekondigde verhoging van de duurzame doelstellingen in Vlaanderen dreigen nu te verzanden in langdurige rechtszaken waardoor zelfs de initiële doelen veraf lijken. Dat de Vreg bijvoorbeeld even snel communiceert dat de geplande netvergoeding voor zonnepanelen helemaal niet kan (zij beschouwt dit als een injectietarief) is een zoveelste staaltje van amateurisme die de hele sector schade toebrengt waar dit helemaal niet nodig is als men zijn huiswerk goed maakt.

Grappig dat in de ene krant (de Standaard) de minister geprezen wordt om haar daadkracht daar ze iets beslist (ook al kijkt men hier niet naar de correctheid of inhoud van de beslissing) en in een andere krant (De Tijd) haar werk omschreven wordt als Vlaanderen maakt er een potje van. Gezien de inhoud en de snelheid waarin men zonder te luisteren toch zijn willetje wil doordrukken ben ik geneigd de tweede mening te volgen zonder alle goede intenties van minister Van den Bossche weg te gooien. Voor de ernst van de minister werd er in de Morgen (of de Standaard) ook nog enkele foto's bijgeplaatst in vol ornaat (lees ganse lichaam met bijbehorende verschillende outfit) om aan te tonen dat de serieusheid van de bevoegde minister wel enorm is toegenomen op basis van dezelfde outfit. Mijn klomp breekt van zoveel kwalitatieve elementen om het inhoudelijke werk van een bevoegde minister te beoordelen. Maar niet getroost, de vakantie komt eraan en in oktober hebben we verkiezingen dus de zomer belooft nog voor spektakel te gaan zorgen daar in de spreekwoordelijke komkommertijd er nog meer ruimte is voor dergelijke onzin.