Energie-Blog

André Jurres

22 jul 2013
114

Recent is door de ministerraad het uitrustingsplan goedgekeurd dat er voor moet zorgen dat België ook in de toekomst voldoende nieuwe elektriciteitsproductie heeft om de bevoorradingszekerheid te garanderen. Of dit plan haalbaar zal zijn kunnen we het best aan de toekomst overlaten gezien het spreekwoord zegt the proof of the pudding is the eating.

Blijkbaar is in het plan ,onder voorbehoud want we kennen de details nog niet, opgenomen dat België in de toekomst geen kernenergie meer zal bezitten, maar we eerder naar een combinatie van duurzame energie en gasproductie zullen gaan. Op zich twee vormen die elkaar zeer goed kunnen aanvullen. Het bouwen van flexibele gascentrales is qua investering relatief goedkoop te noemen, maar de brandstof is niet goedkoop. De werkingskost van een nieuwe gascentrale zit toch eerder rond de € 60 per MWh waar de huidige werkingskost voor een afgeschreven kerncentrale minder dan de helft is.

Hier wringt het schoentje een beetje in de communicatie want men stelt dat ook de kost niet te veel mag stijgen want anders komt onze zware industrie in het gedrang. Dat de kost fors gaat stijgen als je investeert in de volledige vervanging van je (oud en vervuilend) productiepark, dat voor de basislastcentrales bestaat uit (zeer) oude steenkoolcentrales en oude kerncentrales begrijpt iedereen. Hoe de regering er dan voor gaat zorgen dat de groothandelsprijs niet zal gaan stijgen is een raadsel. De enige manieren om dit te doen is de sector financieel te gaan ondersteunen (lees structurele subsidie, maar dat is op lange termijn geen houdbare zaak) of het energieverbruik fors terugdringen(lees afscheid nemen van je zware industrie onder andere).

Het argument om nieuwe gascentrales tijdelijk te gaan subsidiëren is nodig gezien de groothandelsprijs voor elektriciteit in jaren niet zo laag heeft gestaan. Des te verrassender is de opmerking van staatssecretaris Wathelet dat hij niet dezelfde fout wil maken als met groene energie. Zijn stelling is dat er geen rekening wordt gehouden met stijgingen van de elektriciteitsprijs, alleen vergeet hij erbij te zeggen dat er de laatste vijf jaar alleen maar dalingen zijn geweest. In principe een goed idee om de subsidie afhankelijk te maken van de groothandelsprijs, maar dan dient hij wel te beseffen dat op dit ogenblik de groene stroom-sector een stuk meer subsidie zou moeten krijgen. Trouwens is dit ook hard nodig als je naar de onheilsberichten luistert over groene stroombedrijven als Electrawinds die overleven bij de gratie van hun politieke vrienden en hun investeringsvehikels.

Waar men ook aan voorbij gaat is dat de zware industrie nu al moet concurreren met de goedkope Amerikaanse stroom die wordt opgewekt door schaliegas. Dat men voor gas kiest als snelle flexibele reservecapaciteit is gewoon logisch, maar gascentrales kiezen als basislastcentrales is dat al veel minder. Ongeacht dat de spread, het verschil tussen produceren van elektriciteit met gas en de prijs die je krijgt voor de opgewekte elektriciteit op de elektriciteitsbeurs, vandaag negatief is en er dus geen rendabiliteit te behalen valt zijn gascentrales niet duurzaam. Alleen in combinatie met WKK (warmtekrachtkoppeling) komt men aan waarden die wel te rechtvaardigen vallen. Waarom kijkt de regering niet wat verder met haar wens om zes jaar lang subsidie te geven voor nieuwe gascentrales door ook voorwaarden op te leggen voor dergelijke subsidie?

Wat ook niet bepaald een geruststellende gedachte is blijkt uit de reactie van de bevoegde staatssecretaris die zegt dat dit het beste plan was wat hij gezien heeft. Dit plan biedt geen oplossing voor een duurzame energiehuishouding en men kan zich toch vragen stellen hoe men de 60% (inclusief de import van kernenergie uit Frankrijk) basislast van kernenergie gaat vervangen.

Wilt men echt verder zonder kernenergie dan zal een van de fundamentele keuzes bestaan uit het opgeven van meer produceren en in tegenstelling minder gaan produceren. Hiervoor moet men dus zijn economisch model opgeven die een stabiele jaarlijkse groei nastreeft van minstens twee percent. Dat deze keuze haaks staat op de jaarlijkse begroting zal dergelijke noodzakelijke ingreep er niet gemakkelijker op maken.

Men kan echter gerust inschatten dat net zoals met de eerste beslissing om 1000 MW kernenergie tien jaar langer open te houden men na 2020 tot dezelfde som zal komen om de resterende kerncentrales, wanneer technisch mogelijk, ook tien jaar open te houden. Tenminste als men nog een industriële nijverheid wil overhouden.