Energie-Blog

André Jurres

16 dec 2014
123

Dat Lima weinig nieuws zou brengen is al meermaals gezegd, maar er was toch hoop dat de weg voor de volgende klimaattop in Parijs meer soelaas zou brengen. Een goede voorbereiding is het halve werk en men is dan ook optimistisch dat het gaat lukken.

Als je de lat maar laag genoeg legt, dan zal het zeker gaan lukken, maar zelfs nu lijkt ook deze top met een sisser af te lopen of erger nog: op een mogelijk fiasco. De eerste tien dagen ging iedereen er nog van uit dat ze bij de finish een goede basis zouden hebben om tot een akkoord te komen volgend jaar. Zoals ik vorige keer al had gezegd, vraag ik mij af waar deze collectieve waan vandaan kwam. De duizenden participanten aan dergelijke klimaatconferenties zijn wederom volledig overbodig gebleken want het komt toch neer op enkele landen die het wereldbeeld bepalen.

Dat China blijft hameren op hetzelfde versleten credo dat ze nog een ontwikkelingsland zijn en daarom vrijstelling moeten krijgen zodat hun economische groei toch maar gevrijwaard blijft, is een drogreden. De Chinezen vergeten dat hun economische groei vooral gebaseerd is op export en dus op de consumptie in Amerika en Europa. De fout zit trouwens bij ons want het verplaatsen van onze productie naar landen als China heeft ons uitstootprobleem gewoon verplaatst. In Europa roept men nu dat we maar verantwoordelijk zijn voor 10% van de uitstoot, maar dat is evenzeer een drogreden gezien een deel van onze uitstoot gewoon in China zit.

Als de Verenigde Staten nu echt iets willen doen aan hun uitstoot, dan dienen ze samen met Europa te bepalen wat de uitstoot van een product en de economie kan en mag zijn. Het staat dan alle andere landen vrij om hierin mee te gaan of niet (lees: het verdrag te ondertekenen). Tekent men niet, dan kan men een CO2-taks op ieder product gaan leggen. En hier wringt nu zoals steeds het schoentje want ook de Europese lidstaten - met op kop Duitsland en de Verenigde Staten - zeggen eigenlijk hetzelfde als de Chinezen met een kleine nuance. Waar de Chinezen zeggen: wij zijn nog een ontwikkelingsland en dus mag een beperking van uitstoot niet eerst onze economische groei aantasten, zeggen de andere grote economieën dat zij hun verantwoordelijkheid wel willen opnemen met een beperking van uitstoot, maar dit niet kunnen omdat China/India niet meedoen.

Komt daar nog bij dat de Verenigde Staten zich nu heel dapper op de borst kloppen door te zeggen dat ze hun uitstoot gaan beperken terwijl ze eigenlijk niks doen. Ze vervangen hun vervuilende steenkoolcentrales alleen maar omdat ze schaliegas hebben gevonden dat minder schadelijke uitstoot produceert in de opwek van elektriciteit. Als er binnen een aantal jaren geen schaliegas meer gewonnen kan worden, gaat men vrolijk terug over op eigen steenkool.

En toch kan het nog lukken als een van de grootmachten het voorbeeld geeft. Dat Europa het voorbeeld dient te geven is logisch gezien wij er het meest economisch bij te winnen hebben. Wij hebben geen of te weinig fossiele bronnen en we moeten dus importeren. Een Europa dat geen olie meer dient te importeren voor transportdoeleinden en dit vervangt door eigen productie en nieuwe technieken, houdt zijn middelen in de eigen economie en behaalt ook het eindobjectief zijnde een duurzame economie en het ontzien van het klimaat.

Het echte probleem blijft toch dat men ons huidig economisch model van constante groei probeert te integreren in een duurzame doelstelling van drastisch minder uitstoten. Gezien onze welvaart gebouwd is op een industriële revolutie gebaseerd op fossiele brandstoffen krijg je automatisch een dilemma. Ga je drastisch je fossiele uitstoot beperken zonder andere zaken in je samenleving te veranderen, dan gaat je economische groei in hetzelfde tempo afnemen (uitgezonderd Europa die een deel kan recupereren door de besparing op dure import van olie).

Het blijft dweilen met de kraan open zolang je niet naar de samenleving in zijn geheel kijkt, net zoals het klimaat ook de optelsom is van vele complexe onderdelen. Het begint zelfs niet bij de reële economie, maar eerder bij ons gedrag en onze manier van handelen. Een duurzame economie houdt rekening met de fysieke beperkingen van onze Moeder Aarde en haar recuperatievermogen. Wellicht zullen eerst nieuwe grote filosofen dienen op te staan om een nieuwe ideologie te bouwen onder onze samenleving alvorens we de stap kunnen zetten naar een nieuwe industriële revolutie. Zonder een breed gedragen consensus kan je dergelijke grote omslagen niet zonder rampen bekomen.

Wat hierboven geldt voor onze hele samenleving, geldt ook voor onze sector, je kan onze energiehuishouding niet zomaar verduurzamen zonder naar de andere delen te kijken. Nu ga ik niet mee in de gedachte dat energiebedrijven morgen ICT-bedrijven worden, maar ICT zal wel een centrale rol spelen. Het probleem is niet dat ons product niet meer gewild is of geen toekomst heeft. Het probleem is dat men er niet voor wil betalen (lees: de CO2-kost zit er niet in). Ondertussen gebeurt in Nederland wat ik al jaren geleden gezegd heb: dat de verkoop in 2008/2009 van hun nationale grote energiebedrijven Nuon en Essent ertoe leidt dat deze niet meer zullen bestaan. Alle beslissingen worden nu in Düsseldorf (RWE) of Stockholm (Vattenfall) genomen en wij worden in België dus een aanhangsel van de appendix. Het moge duidelijk zijn dat dit niet goed is voor de bevoorradingszekerheid in ons land want ook onze grootste speler GDZ/Suez is een buitenlands privébedrijf (nu ja, privé is relatief gezien de Franse staat hun grootste aandeelhouder is).

Dit betekent specifiek voor België dat we onze energiehuishouding voor een groot deel terug dienen op te bouwen en het heft dus terug in eigen handen dienen te nemen. Natuurlijk kun je als overheid ook faciliteren door een beleid uit te schrijven dat investeringen van anderen stimuleert, maar men moet niet denken dat dit voldoende zal zijn. Bedrijven als RWE/EON/Vattenfall hebben gewoonweg geen interesse meer in ons kleine land en zelfs niet in hun eigen land voor een deel. De overcapaciteit van elektriciteitsproductie in Noordwest-Europa zal nog jaren aanhouden (ook al is dit voor een groot deel de verkeerde productie gebaseerd op fossiele brandstoffen: je kan niet concurreren met nieuwe technologie met de huidige CO2-kost per ton) en België zal dus voor een deel zijn eigen oplossingen dienen te bedenken.

Het voordeel gaat wel zijn dat wij nieuwe wegen kunnen inslaan buiten het versterken van onze importlijnen.