Energie-Blog

André Jurres

2 mei 2016
134

Op zich gebeurt er iedere week genoeg in de energiemarkt in de Benelux maar de aandacht gaat in Vlaanderen wel uit naar het ontslag van mevrouw Turtelboom, die onder andere bevoegd was voor energie in de Vlaamse regering. Als reden voor haar ontslag gaf ze aan dat de heisa rond de introductie van een extra groene stroom belasting er teveel aan was. Dat ze voor altijd rechtstreeks vernoemd zou worden aan deze tijdelijke taks genaamd Turteltaks is inderdaad politiek behoorlijk rampzalig.

Aan de andere kant was het niet correct daar ze alleen maar het puin heeft geruimd van haar voorgangster die het had nagelaten om de kost van de groenestroomcertificaten netjes jaar na jaar door te laten rekenen. Nu was de grootste heisa omtrent dit onderwerp al voorbij en is het ontslag des te opvallender en spelen er wellicht ook andere motieven. Hoe dan ook kan dergelijke beslissing alleen maar gerespecteerd worden vermits het haar goed recht is.

Vertrekken in het midden van een legislatuur is iets wat wel vaker gebeurd en het leidt vaak tot een complete stilstand op het betrokken ministerie daar enerzijds de nieuwe minister zich dient in te werken (enkele maanden) en anderzijds men vaak in slaapmodus gaat omdat de volgende verkiezingen eraan komen. Beetje alsof je een kabinet krijgt in lopende zaken, ook al is haar opvolger dhr. Tommelein niet de persoon om stil te gaan zitten.

Op haar kabinet zijn natuurlijk nog een aantal mensen die de kennis opgebouwd gedurende de laatste twee jaar (iets meer) kunnen delen met hem. Gezien de korte tijd dat ze minister van Energie is geweest, zal haar belangrijkste wapenfeit deze taks blijven. De rest van haar palmares oogt bijzonder karig maar dat is natuurlijk ook omdat de heisa rond de zogenaamde Freya/Turteltaks letterlijk veel wind uit de zeilen had genomen.

Het is en blijft natuurlijk ook wel een beetje een vaandelvlucht als je in het midden van een legislatuur al de handdoek moet werpen en vooral jammer voor de mensen op haar kabinet die met veel inzet proberen in onze complexe markt de juiste accenten te leggen.

We moeten echter vooral vooruit kijken want een minister meer of minder in onze sector kan toch het verschil niet maken en haar federale opvolger dhr. Tommelein heeft wellicht een betere verstandhouding met minister Marghem. Zo zou het al vaak omschreven energiepact toch nog een snellere opstart kunnen krijgen, ook al valt dit nog af te wachten.

Belangrijker was wellicht haar opmerking tijdens haar afscheidsinterview dat een dezer dagen de knoop moet doorgehakt worden over de verbrandingscentrales van hout in Gent en Genk. Is mij niet helemaal duidelijk waarom ze gisteren specifiek Gent vernoemde maar wellicht heeft dat te maken met beslissingen die eerstdaags moesten genomen worden.

Dat de ontwikkelaar in naam van dhr. Corten verbolgen reageerde is te begrijpen want men is al jaren dit project aan het ontwikkelen en geloofde dat de overheid akkoord was om dergelijke megalomane projecten subsidies te geven. Mocht de huidige regering de juiste beslissing nemen door dit soort projecten niet te subsidiëren, dan dienen ze de ontwikkelingskosten terug te betalen, althans de externe kosten die gemaakt zijn plus een forfaitair bedrag. Als ontwikkelaar is dit nu eenmaal het risico dat overheden het recht hebben om subsidies aan te passen.

De miljarden die bespaard worden zijn trouwens hard nodig om een echte duurzame energiehuishouding uit te bouwen en niet zoals sommige voorstellen om dan de Turteltaks maar weer te verlagen. Dit dossier is vele malen belangrijker dan een minister die haar/zijn ontslag neemt want dit werkt decennia door. Als men dergelijk grote monsters gaat subsidiëren gedurende vijftien jaar dan moet men weten dat na deze 15 jaar ook nog nieuwe subsidie nodig zal zijn om deze centrales nog te kunnen laten draaien. In principe hebben verbranders (of ze nu kolencentrales of houtverbranders zijn) een levensduur van minstens 40 jaar en dat lijkt me geen optie.

Datzelfde geldt trouwens ook voor biogascentrales die gebruik maken van afvalstromen en andere lokale landbouwgewassen gezien de verwerking ervan geld kost. Het grote verschil is wel dat de efficiëntie van dergelijke centrales meer dan 80% is, dat de gebruikte stromen lokaal zijn en dat dit kleinere projecten zijn waar in 50% van de gevallen de energie ook lokaal gebruikt wordt.

Het bewijst ook nog eens dat een stabiel en betrouwbaar kader voor ontwikkelaars nodig is ongeacht de komst van een andere regering. Als de overheid wenst in te grijpen dan dient zij ook de bedrijven te compenseren voor de jaren van ontwikkelingswerk, anders loopt dezelfde overheid het risico dat ons land links wordt gelaten door investeerders. De uitdaging om de komende tien á  vijftien jaar de bulk van ons oude productiepark te vervangen, is een gevaar dat we niet mogen negeren. Op federaal vlak wordt dhr. Tommelein vervangen door dhr. Philippe De Backer die zeker als een aanwinst mag gezien worden daar hij oog heeft voor de energie uitdagingen waar wij voorstaan. Ook al is dit binnen de federale regering niet zijn bevoegdheid, hij is wel bevoegd voor de Noordzee waar grote investeringen gebeuren in windmolenparken. Zo kan hij indirect wegen op het energiedossier waar broodnodig enige vooruitgang nodig is.