Energie-Blog

André Jurres

2 jun 2014
129

Dat Nederland op papier evenveel groene energie produceerde in 2013 als het jaar ervoor is voor een groot deel te danken aan het niet-functionerende SDE- (het heet + maar min staat veel beter op zijn plaats). De schamele 4.5% (groene stroom, warmte en biobrandstof samen) plaatst het land op het niveau van Malta en dat daarvoor zelfs warmte uit afvalverbranding wordt meegenomen is alleszeggend.

Nu is warmterecuperatie uit het verbranden van afval gewoon efficiënt te noemen maar om deze mee te nemen onder de noemer van hernieuwbare energie is een brug te ver. De schadelijke stoffen die vrijkomen bij de verbranding van afval zijn nog steeds verre van schoon te noemen en kan je eerder catalogeren onder de verbranding van steenkool. Hetzelfde kan trouwens voor een groot deel voor de biofuel producten gezegd worden, de efficiëntie per hectare ligt veel te laag om van een duurzaam of efficiënte methode te kunnen spreken. De biofuels zijn wat mij betreft gewoon een verlenging van onze fossiele verslaving en om u een idee te geven: als we biofuel als echt alternatief zouden zien voor fossiele brandstoffen hebben we drie planeten nodig. Niet echt een model met veel toekomst gezien ook de stijging van de wereldbevolking en dus de behoefte aan meer voedsel.

Het doel om in Nederland naar een aandeel van 14% hernieuwbare energie te gaan in 2020 lijkt verder weg dan ooit. Er komen zeker nog een aantal windmolenparken op zee bij, alleen dien je in de mix van 14% gewoon een goede balans te houden tussen alle duurzame productiebronnen. Een té groot aandeel wind zorgt vandaag al voor problemen in Duitsland waar op dagen met veel wind de landen naast Duitsland duizenden MW gratis elektriciteit krijgen.

De netten zijn simpelweg niet slim genoeg vandaag om iets nuttigs te doen met de overschotten van deze windenergie. Met slim genoeg bedoel ik ook bijvoorbeeld de optie hebben van opslag. Eén van de mogelijke oplossingen is groene elektriciteit om te zetten in waterstof en/of gas. Deze route lijkt vandaag de meest waarschijnlijke als we denken aan een volledige verduurzaming van onze energiehuishouding.

Terugkomend op Nederland is het onwaarschijnlijk dat de diverse actoren die het zogenaamde energieakkoord vorig jaar hebben afgesloten niet reageren op deze beschamend lage hernieuwbare energieproductie. De regering zwijgt in alle talen, waarschijnlijk door een acuut gebrek aan interesse want de Nederlandse politici (zoals de Belgische trouwens) hebben interesse in een energieonderwerp en dat is een lage energieprijs. Of deze nu uit bruinkoolcentrales komt uit Duitsland, kernenergie uit Frankrijk of verbranding van afval maakt niet uit, zolang hij maar goedkoop is.


En toch zullen ze de interesse gaan krijgen door waarschijnlijk externe factoren, een mogelijkheid is de zogenaamde piekoliecrisis waarvan niemand meer (schijnt) weet (te weten) wanneer en á³f deze nog komt. Het gekke is dat we er eigenlijk al in zitten, alleen beseft men het nog niet. Natuurlijk wordt er nog voldoende olie naar boven gepompt vandaag (iets van 91 miljoen vaten per dag), alleen is de vraag van morgen er niet mee gedekt.

De vreugdekreten van de diverse Duitse premium automerken over hun constante groei bewijzen dat de groeimarkten morgen heel andere behoeften hebben. Piekolie is hier om te blijven en dit zelfs met een scenario van 10 jaar nulgroei in Europa.

Nederland en België zouden nauw kunnen gaan samenwerken om duurzame energie efficiënter te gaan gebruiken door bijvoorbeeld gebruik te maken van elkaars sterktes. De Antwerpse haven met zijn petrochemische concentratie zou geschikt zijn om voor de grootschalige opslag te zorgen. Ook al is waterstof van oudsher eerder een bijproduct (lees afval) van de chemische industrie, zou deze morgen een van de belangrijke dragers kunnen zijn om van onze fossiele verslaving af te geraken.

De paradox is dat de huidige energieprijs zo laag is dat zelfs gascentrales momenteel niet rendabel kunnen werken, laat staan dat je groene stroom gaat omzetten naar waterstof en methaangas. De fossiele brandstoffen worden vandaag massaal gesubsidieerd daar de echte kost (lees o.a. CO2-kost) niet wordt verrekend in onze literprijs. De introductie van een CO2-kost van meer dan 100 € per ton zou de balans in het voordeel van nieuwe innovatieve zaken kunnen laten doorslaan zoals duurzame opslag.

De bezorgdheid van de ECB voor het zogenaamde trage herstel van de economie is terecht maar om de verkeerde reden. Het huidige verouderde model waarin wordt uitgegaan van een minimum benodigde groei van 2% per jaar is in een volwassen economie niet nodig en zelfs ecologisch niet gewenst. Ons huidig economisch model is gewoonweg niet duurzaam en vooral niet houdbaar. Anderzijds moeten we vooral ons economisch model vernieuwen en laten evolueren naar een duurzaam model.

Men schijnt niet te begrijpen dat het koolstofarm maken van ons economisch model ook een potentiële groei in zich heeft. De 560 miljard dollar die we ieder jaar aan fossiele brandstoffen uitgeven in Europa kunnen we voor een groot deel in Europa houden als we resoluut kiezen voor een 100% (als doel) duurzame energiehuishouding. Naast de besparing ga je ook een transitie krijgen van onze energie en petrochemische industrie die ook onze economie mee ondersteunen, gezien het hier over lange termijn investeringen gaat en dus jobs.