Energie-Blog

André Jurres

12 nov 2013
128

Vorige week is nog maar eens duidelijk geworden dat het ook in ons land volledig ontbreekt aan een stabiele, betrouwbare langetermijnvisie voor de duurzame energie sector. Het start- en stop-beleid van de laatste jaren begint zijn tol te eisen op deze nog jonge sector en een deel is te wijten aan het kortetermijndenken, maar een andere deel gewoon aan gebrek aan kennis vanuit het beleid.

De opmerking van Aspiravi, dat oude windmolenparken uit dienst worden genomen als er geen langetermijnvisie komt (wat gebeurd er na de eerste subsidie periode?), is terecht want met de huidige elektriciteitsprijs alleen (€ 43 per geproduceerde MWh) worden vaak de kosten niet gedekt. Wat gaat men dan doen met bijvoorbeeld duurzame biogas-elektriciteitscentrales na hun subsidietermijn? Deze produceren veel groene stroom, maar kunnen door hun hogere werkingskost (er moet brandstof in zoals afvalproducten waarvoor vaak nog betaald moet worden) al helemaal niet verder.

De relatief jonge biogassector (er staan in Vlaanderen een kleine 40 centrales opgesteld waarvan NPG alleen al een 10% voor zijn rekening neemt) klaagt steen en been en dan vooral de al oudere centrales die terecht vragen wat na de eerste tien jaar. Een dergelijke centrale wordt toch meestal in vijftien jaar afgeschreven dus het idee van de Vlaamse minister van Energie om de subsidie na tien jaar te stoppen is totaal onrealistisch. Men kan dan nog in aanmerking komen voor periode van vijf jaar eventueel gevolgd door nog eens vijf jaar.

Begin dit jaar heb ik dit zelf ook aangekaart op haar kabinet en men had enigszins begrip hiervoor, maar zoals ik al eerder heb gezegd, werd mij droogweg gezegd dat dit is iets voor de volgende regering na de verkiezing van volgend jaar in mei. Hoe kan men toch overwegen om meer dan een jaar voor de verkiezing gewoon de zaken al stop te zetten?

Betekent dit dat onze biogascentrales bij NPG die in aanbouw zijn vanaf dag een ook problemen zullen hebben? Nee, niet echt, wij hebben onze aankoopstrategie van bijvoorbeeld brandstoffen (voornamelijk afvalstoffen, mest aangevuld met energiemaïs (in de helft van de gevallen zonder de kolf dus dat wil zeggen alleen de stam en bladeren) als centraal aandachtspunt gemaakt, maar dit is natuurlijk geen garantie voor de verre toekomst. De overheid dient te begrijpen dat de werkingskost voor een biogas-/biomassacentrale variabel is en de subsidie zou dus ook variabel moeten zijn. Als men een rendement van 12% op projectniveau nastreeft (door de overheid zelf als streefcijfer gebruikt) zou men hier rekening mee moeten houden.

Waarom gaat de Vlaamse energieminister haar mosterd niet halen in Duitsland waar meer dan 8000 biogascentrales werken? Het is voor mij een raadsel. Wij geloven sterk in de efficiëntie (90-95%) en duurzaamheid van biogascentrales en juist daarom is het zo moeilijk te begrijpen waarom de overheid de kraan heeft dichtgedraaid. De drie centrales die wij nu bouwen zijn de laatste volgens het vorige ondersteuningssysteem en hierna zal de ontwikkeling van nieuwe biogascentrales in Vlaanderen bijna volledig gaan stilvallen. Er is zeker nog een groot potentieel voor nieuwe centrales, maar deze investeringen zullen dus gaan gebeuren in onze buurlanden waar wel een beter beleid bestaat voor dergelijke technologieën.

Deze week schrijf ik in het zakenmagazine Trends over de focus (korte termijn) op de energieprijs terwijl het klimaat (lange termijn) nu aan het veranderen is, onze overheden kijken alleen nog op korte termijn en zelfs de klimaattop in Polen die net begonnen is gaat hier niet veel aan veranderen. In Duitsland worden er weer drie nieuwe kolencentrales in dienst genomen wat toch echt niet te rijmen valt met een duurzame strategie.

Ook in de BRIC-landen gaat de bouw van nieuwe kolencentrales door en als je India en China samen neemt dan gaan we het komend jaar om de drie dagen een nieuwe kolencentrale in dienst nemen. Europa dient een duidelijke grens te trekken wanneer producten gemaakt worden door elektriciteit uit kolencentrales, maar dient dan wel eerst het voorbeeld te geven. Zolang het grootste land in de Europese unie het mogelijk vindt om kolencentrales in dienst te nemen, gaat niemand ons serieus nemen in de rest van de wereld en nog terecht ook.

Dat het subsidiebeleid tevens dringend ook naar een Europees niveau dient te gaan is ook bewezen, gezien de enorme verschillen per land qua systeem. Men dient nu werk te maken van een flexibel subsidiesysteem per technologie die rekening houdt met de veranderende energiehuishouding (hiermee bedoel ik dat meer zon en wind ook betekent voor de basislast centrales dat zij minder rendabel worden en dus extra ondersteuning nodig hebben) en een stabiel rendement garandeert.