Energie-Blog

André Jurres

22 sep 2014
130

De laatste dagen mogen we op onze twee oren slapen, we kunnen nu beschikken over de afschakelplannen tot op straatniveau. Dat men er zelfs in slaagde om dit technische onderwerp ook een communautair kantje te geven slaat werkelijk alles. Alsof een hoogspanning netwerkbeheerder als Elia zich zou bezig houden met de ene of andere te bevoordelen. Werkelijk alles vliegt ons nu om de oren en de diverse leveranciers van stroomgroepen doen gouden zaken.

Met reden wordt er gezegd dat je dergelijke stroomgroepen door professionals moet laten installeren en er niet zelf aan moet beginnen. Hopelijk beseffen degenen die dit privé kopen wel dat het rendement van dergelijke zaken nul is en eigenlijk totaal overbodig voor privégebruik. Denk eerlijk gezegd dat België het zich niet kan veroorloven dat we gebieden moeten gaan afschakelen. Alleen al het constante gepraat erover doet het imago van ons land geen goed want wees gerust: bij de directies van bedrijven valt dit niet in dovemansoren.

Hoe zou u reageren als u aan de vooravond staat om een nieuwe fabriek te bouwen, maar hoort dat de stroombevoorrading niet verzekerd is? Gezien onze buurlanden steeds op minder dan 100 km zijn, is een heroverweging om een nieuwe investering in een ander land te plaatsen nooit ver weg.

En toch stond vorige week voor mijzelf vooral in het teken van de opening van een biogascentrale in de Antwerpse haven. Vooral de opmerking van de hoogspanning netwerkbeheerder blijft mij bij die zei dat het een leuke afwisseling was om eens naar de opening van een centrale te komen want dat er alleen nog maar sluitingen worden aangekondigd. Nu gaat een 3 MW biogascentrale onze problemen niet oplossen, maar vele kleintjes maken ook een grote en zij dragen ook bij tot onze energieonafhankelijkheid. Dat we er in parallel nog twee andere aan het opleveren zijn in Peer en Bocholt (van vergelijkbare grootte) maakt dit jaar des te specialer.

Nu zijn wij zeker geen biogasbedrijf en zullen we ook in wind, zon en andere vormen van duurzame energie in binnen- en buitenland blijven investeren. Maar het hebben van basislast centrales die tussen de 8000 en 8400 uren per jaar op vollast werken helpt toch wel om een stabiel portfolio uit te bouwen. Alleen deze vier biogascentrales leveren meer dan 80 GWh aan lokale groene stroom en wat belangrijker is: betrouwbare energie die door bedrijven (en gezinnen) ieder uur van het jaar kunnen gebruikt worden.

Dat mijn boodschap dubbel was heeft iedereen kunnen zien in de media en dat is ook de bedoeling. De Vlaamse biogasindustrie die nog pril is, verkeert nu al in zeer zwaar weer. Het feit dat men eenzijdig en zonder overleg met deze nog jonge sector ineens het ondersteuningskader gewijzigd heeft, lijkt op paniekvoetbal. Dat men in de vorige Vlaamse regering beslist heeft om per 1 januari 2013 de termijn van het krijgen van groenestroomcertificaten te beperken tot tien jaar, maakte het in een klap onmogelijk om nog maar een nieuwe centrale te ontwikkelen.

Ja, zelfs voor centrales die nog moesten gebouwd worden, geldt deze maatregel en men kan toch wel raden dat dit wellicht niet met voldoende kennis gebeurd is. De terugverdientijd van centrales van deze complexe omvang mag men rekenen op 12 tot 15 jaar en dan moet men niet teveel slechte jaren hebben. Met slecht bedoel ik dat men steeds meer dan 8000 uren op vollast moet kunnen werken want enige winst maakt men pas boven dit aantal uren. Dat men in het regime dan besloten heeft om bijvoorbeeld het gebruik tot 8000 uren te beperken (lees: daarboven krijg je geen ondersteuning meer) is dan ook moeilijk te begrijpen. De argumenten die ik gekregen heb op het bevoegde kabinet waren mager, zeer mager. Opmerkingen zoals: Ja, wij moeten toch niet zorgen voor jullie winst. om er maar een te noemen wekten toen bij mij de indruk dat er wel degelijk paniekvoetbal werd gespeeld. De zogenaamde overwinsten bij zonnepanelen werden als reden gebruikt om alle kinderen maar in het water te gooien.

De tweede reden die werd opgegeven was nog opmerkelijker: We zijn ons bewust dat we wellicht iets te hard de knop hebben dichtgedraaid, maar we laten het aan de volgende regering om hier eventueel wijzigingen aan te brengen.. Men spreke februari 2013, meer dan een jaar voor de verkiezingen. Dat men op zo'n lichtzinnige wijze omspringt met zijn toekomstige energiehuishouding, u oordeelt zelf.

Belangrijker blijft echter om erop te wijzen dat ook voor technologieën zoals biogas er in België en ook in Vlaanderen nog een groei mogelijk is. Dat biogas maximaal vier tot vijf procent van onze energiehuishouding kan bevoorraden is aanzienlijk te noemen gezien alle brandstof uit eigen land komt. Of het nu plantaardig of dierlijk afval is, mest of landbouwproducten: het komt allemaal op eigen land. Kunt u zich voorstellen dat men aanzienlijk minder fossiele brandstoffen dient te importeren omdat men andere vormen van brandstof lokaal vindt?

Het potentieel van een kleine 3 TWh aan opgewekte groene stroom voor een 900.000 gezinnen zijn getallen die genoeg zeggen, alleen moeten we durven afstappen van alleen maar aan groene stroom te denken. Reeds jaren bestaat in Vlaanderen (en Wallonië) de technische mogelijkheid (lees: het technisch reglement/regulerend kader is uitgewerkt) om groen gas te injecteren in het Fluxys net, maar nog niemand kan dit in praktijk doen. Het ontbreekt simpelweg aan eenzelfde ondersteuningsbeleid zoals met groene stroom. In Duitsland, Denemarken, Nederland en Frankrijk kan dit reeds wel dus men hoeft zelfs niks zelf uit te vinden en het werkt ook reeds.

Een andere belangrijke vernieuwing zou zijn om van het biogas CNG te maken zodat deze brandstof ook in de transportsector kan gebruikt worden en in uw auto. Dat Colruyt via zijn DATS station al CNG aanbiedt bewijst ook dat de technologie matuur is, alleen is er nog geen groen gas gebruikt voor CNG. Wilt men echt werken maken van energieonafhankelijkheid, dan zal men ook deze vorm van brandstof een steuntje in de rug moeten geven de eerste jaren, zodat we een goede nationale dekking krijgen. Deze brandstofvorm CNG kan samen met waterstof en elektriciteit voor een omwenteling zorgen. Zeker als je tegelijkertijd mensen uit hun vertrouwde diesel krijgt door de prijs ervan te verhogen.

Als men het echt menens is met onze onafhankelijkheid op termijn en men er tevens voor wilt zorgen dat onze luchtkwaliteit drastisch beter wordt, dan zijn deze oplossingen het zogenaamde laag hangende fruit.

Ook zal men regelgeving dienen uit te werken die ervoor zorgt dat het restproduct van een biogascentrale terug kan verwerkt worden op onze landbouwgronden zodat we het volle potentieel uit deze sector halen. Buiten de miljard euro aan investeringen die hiervoor nodig zijn en de meer dan 1500 voltijdse werkplaatsen, zijn de jaarlijkse operationele kosten ook een belangrijke ondersteuning voor onze landbouwsector. Dat we dan ook nog miljoenen tonnen afval, mest en andere lokale producten gaan gebruiken zorgt ervoor dat onze ecologische voetprint veel kleiner wordt. Het is mijn hoop dat dit met de nieuwe regeringen de komende jaren kan uitgewerkt worden.