Energie-Blog

André Jurres

19 mrt 2012
128

Gezien de vele berichtgevingen over de bevriezing van de gas- en elektriciteitsprijzen werd bijna vergeten om ook de andere energiekosten te analyseren. 

Naast de stijging van onze huishoudelijke energiekost is de stijging voor onze transportkost des te opvallender. De records rijgen zich aaneen en iedereen is het er ook over eens dat de prijs voor een vat olie alleen maar kan stijgen. Nu is het voorspellen van de olieprijs in het verleden niet al te betrouwbaar gebleken, maar de tendens is toch eerder structureel stijgend gezien de economische ontwikkeling van de BRIC-landen (en dus de vraag naar olie met de stijgende welvaart).

Dat het vooral de overheid is die slappend rijk wordt van de stijgende transportkost wordt nu ook belicht in diverse artikelen en het is dan ook begrijpelijk dat er gevraagd wordt om de fiscale druk naar beneden te brengen. Het blijft toch opvallend dat men zoveel aandacht en inspanning aan de dag legt om uw energiekosten thuis te bevriezen, terwijl uw transportkost veel sneller stijgt en ook zwaarder doorweegt. Ook voor onze bedrijven is de snelle stijging van de energiekosten (lees hun transport) een zorgbarende ontwikkeling.

Hoewel de oplossing om de stijgende kost voor een liter benzine/diesel in de hand te houden (lees te laten dalen) eenvoudig is, zal dit niet snel gebeuren. 

De pijngrens is moeilijk te bepalen voor onze bedrijven en de burgers, maar dat hij bestaat heeft geen twijfel. In Amerika weten politici al veel langer dat energie macht betekent en dat verkiezingen een uitgelezen kans zijn om snel punten te scoren met het voorstellen van een lagere benzineprijs. Toch is dit niet de juiste oplossing daar een hoge energieprijs garant zal staan voor innovatie en energie-efficiëntie. Zonder het te beseffen werkt de overheid mee aan innovatie of in ieder geval de noodzaak eraan door ongemerkt de taksen proberen te verhogen op onze brandstof.

Bepaalde technologische oplossingen worden gewoon haalbaar door een hoge olieprijs zelfs binnen dezelfde oliewinning. Het winnen in Canada van olie uit de zandlagen is een kostbaar proces, maar wordt gerechtvaardigd door de hoge olieprijzen.

Dat duurzame energie een nog hogere olieprijs nodig heeft is al vele malen naar voren gekomen, vanaf een 150 dollar per vat, worden zelfs relatief dure technologieën zoals waterstof (hiermee bedoel ik de kost voor het maken van waterstof via duurzame energieproductie) rendabel. De tegenvallende verkoop van bijvoorbeeld de vooruitstrevende auto Volt/Ampera bewijst ook dat het verschil tussen de meerkost voor een dergelijke wagen ten opzichte van een klassieke diesel nog steeds te groot is.

De elektrische/hybride wagens zijn ook nog relatief duur, maar hebben dan ook heel wat meer technologie onder de motorkap. Vanaf een prijs van € 2,5 per liter benzine/diesel zal deze technologie massaal beginnen doorbreken, gevolgd door waterstofwagens voor de langere afstanden. Dergelijke wagens gaan subsidiëren is geen goede maatregel, maar bijvoorbeeld ervoor zorgen dat de ondersteunende infrastructuur aanwezig is wel. Timing blijft hier belangrijk, maar een vooruitstrevende overheid zou hiervoor kunnen zorgen in samenwerking met de privésector.

Een bijkomend voordeel voor een overheid die samen met de privésector investeert in de toekomst, is dat de gemeenschap zo ook in de toekomst financieel baat kan hebben wanneer deze technologieën gaan doorbreken.