Energie-Blog

André Jurres

26 mei 2015
137

Vorige week was onze sector weer centraal in het nieuws door de show die werd opgevoerd in het parlement. Nu is het langer openhouden van de kerncentrales Doel 1 en 2 geen eenvoudig onderwerp voor de nieuwe minister van Energie mevrouw Marghem. Dat de oppositie een vette kluif heeft aan deze beslissing is logisch, maar niet correct.

Vanaf 1999 is er geknoeid door de opeenvolgende regeringen met onze energiehuishoudingen, de Pax Electrica's hadden alleen als resultaat dat het status quo werd behouden en dus ook de oude kerncentrales. Zelfs toen in 2003 terecht besloten werd om deze centrales tussen 2015 en 2025 uit te faseren begon men niet na te denken over de toekomst zonder kernenergie.

De laatste jaren besloot men dan om een nucleaire rente aan te rekenen (winst afromen) met het idee om een gouden spaarpotje aan te leggen om later te kunnen investeren in nieuwe alternatieve productiebronnen. Net zoals het zilveren spaarpotje (lees: fonds) om de pensioenen later te kunnen blijven betalen, blijkt ook dit potje leeg. Dat de nieuwe minister met deze basis dient te beginnen is dus een erfenis uit het verleden, een collectief falen en een dramatisch tekort aan visie.

Er zijn individuen in de wereld die met hun bedrijf meer bewegen dan wij met een heel land, of het nu een mijnheer Musk, Jobs, Bazos, etc. is, allen slagen erin om op lange termijn te denken, ook al primeren vaak de korte termijn resultaten. In ieder land heb je dergelijke individuen die het verschil kunnen maken, alleen kiezen weinigen ooit om in de politiek te gaan.

Zelf vind ik het langer openhouden van kerncentrales die al meer dan dertig jaar oud zijn geen goed idee, maar veel opties zijn er niet op dit ogenblik. De suggestie dat we de zaak wel even oplossen door aan de Nederlandse grens de capaciteit te verhogen is weer een typisch voorbeeld van korte termijn denken en ons probleem de grens over te dumpen. Ieder land moet zijn eigen verantwoordelijkheid opnemen. Deze week nam ik deel aan een namiddag in Utrecht georganiseerd door een neutrale adviesraad die van minister Kamp de opdracht heeft gekregen om met een strategie te komen hoe Nederland tegen 2050 zo goed mogelijk (tussen 85 en 100%) CO2-vrij kan worden.

Dat de minister dergelijke vraag stelt aan een neutrale raad (RLI) met een aantal wijze dames en heren is zeker verdienstelijk, alleen bleef ik toch behoorlijk op mijn honger zitten. Wellicht was deze publieke sessie toch vooral een show voor de bühne en wenste men zijn kennis niet te delen voor deze namiddag. Dat iedereen mocht mee participeren was zeker geen garantie dat je een doorsnede kreeg van de bevolking want de meesten hadden van ver of dichtbij wel iets met onze sector te maken.

Zelfs met die vaststelling was het niveau van de namiddag niet voldoende, maar dat wilt niet zeggen dat er geen verdienste was. Op basis van wat ik deze namiddag mocht ervaren, is dat Nederland verder weg is dan ooit om zijn ambitie waar te maken om naar een CO2-vrije samenleving te gaan. De daden staan in zon schril contrast met de woorden, maar het is natuurlijk nooit te laat. België, Vlaanderen en Wallonië moeten niet ongerust zijn dat we achter lopen op Nederland, integendeel. Ook al is onze duurzame elektriciteitsproductie ook nog zeer bescheiden, ze is wel meer dan het dubbele ten opzichte van Nederland.

Dat we nog geen energieakkoord/energiepact hebben, is zelfs een voordeel want hiervoor dien je gewoon meer tijd te nemen. De Belgische energieminister Marghem moet zich nu niet onder druk gezet voelen door de problemen rond een mogelijke levensverlenging van Doel 1 en 2 want de oppositie heeft zelf veel boter op zijn hoofd. Integendeel, neem de tijd om je werk goed te kunnen doen of doe het niet. Als men het ernstig neemt met een langetermijnstrategie, dan dien je met reële oplossingen te komen en tussentijdse doelstellingen en meetpunten.

Een interessant idee dat men in Nederland wilt voorstellen is om een aparte regeringscommissaris aan te stellen om deze lange termijn ambitie waar te kunnen maken. Zo'n persoon krijgt dan de macht en middelen om, net zoals toen met het Delta plan (Nederland versterken zodat overstromingen zoals in 1953 in Zeeland niet meer konden), hier binnen een regering een aparte entiteit van te maken.

Voor onze energie wende zal veel meer nodig zijn dan de inspanningen die tot nu toe al gebeurd zijn binnen onze gewesten op het vlak van duurzame ontwikkelingen en vooral sneller. Aan dit tempo is 2020, 2030 of 2050 morgen en gaan we nog zeer ver af zitten van het doel. Men gelooft zelfs niet dat het kan als je bedrijven als Shell mag geloven die in interne documenten onomwonden toegeven dat we nu naar een scenario gaan van meer dan 4 graden stijging. Iets wat het IPCC of IEA ook al jaren zeggen trouwens. Ook in Nederland trouwens wordt zeker niet negatief gereageerd om zaken in overleg te doen met de buurlanden en dat de Benelux een goede start zou kunnen zijn. Komt bij dat Nederland volgend jaar de Europese voorzitter zal zijn en dit een mooie aanleiding zou zijn om een grensoverschrijdende samenwerking in gang te zetten.