Energie-Blog

André Jurres

30 jan 2017
150

Dat de liberalisering van de energiemarkt een werk is dat nooit klaar is wordt pijnlijk duidelijk in de telecommarkt. Toen we in 1998 de telecommarkt open maakten voor concurrentie brak er een boeiende tijd aan waarin de concurrentie als paddenstoelen uit de grond schoot. Dit werd mede mogelijk gemaakt door de introductie van sterke onafhankelijke regulatoren die in vele Europese landen zoals Engeland, Nederland, Scandinavië en Duitsland optraden in de markt waar de historische dominante marktpartijen niet snel genoeg hun markt en/of netwerk openden.

Ook in België werd een regulator geïntroduceerd zijnde het BIPT dat waar mogelijk ook concurrentie introduceerde. Jammer genoeg was het mandaat, de slagkracht en vooral de onafhankelijkheid vanaf dag een een probleem en zien we vandaag het resultaat hiervan. Dat wij fors hogere prijzen betalen dan in ons omringende landen is één ding maar het gezapige monopolie van Telenet/Base en Proximus is op termijn funest voor de overige concurrenten. Gelukkig legt Europa nog wat druk op de markt door bijvoorbeeld de roaming tarieven aan banden te leggen of zelfs af te schaffen.

In de energiemarkt hebben de regulatoren een gelijkaardig belang ook al zijn de sectoren veel minder te vergelijken dan vele politici dachten die in de jaren negentig besloten om de energiemarkt ook maar te liberaliseren naar evenbeeld met de telecommarkt. Nu, een aantal jaren later, kunnen we wel stellen dat de klanten vrij kiezen voor hun energieleverancier en de drempels hiervoor zeer laag zijn, zelfs veel lager als in de telecommarkt waar men het switchen steeds moeilijker heeft gemaakt voor klanten. Natuurlijk is dat in telecom gemakkelijker daar je meer verschillende diensten afneemt die dan op hun beurt het juist moeilijker maken om van leverancier/provider te veranderen.

Mijn titel is enigszins dubbel dus want enerzijds hebben we voor een deel afscheid genomen van een echte geliberaliseerde telecommarkt en anderzijds stopt volgende week Dhr. Ghiny die vanaf het begin als baas van de Waalse regulator voor energie geprobeerd heeft de zaken in goede banen te leiden. Net zoals zijn Vlaamse collega die inmiddels ook al anderhalf jaar geleden gestopt is, Dhr. André Pictoel, heeft hij geroeid met de riemen die hij had en zijn vele zaken nog onafgewerkt.

De transitie van het netwerktarief van de distributiebedrijven/netwerkbedrijven van KWh naar vermogen is een langzaam proces dat ongetwijfeld veel weerstand kent (ook al roepen de netwerkbedrijven in koor dat ze er voor zijn). Daarbij komt dat de politieke wereld momenteel enorm worstelt met het vertalen van het akkoord van Parijs in echte maatregelen en wet/regelgeving die de doelstellingen haalbaar maakt.

De signalen van moeder aarde zijn onrustwekkend en de signalen uit de wetenschappelijke wereld liegen er niet om, het gaat veel sneller dan eerst gedacht. Eigenlijk weet niemand goed wat er gaat gebeuren gezien we hier als mens gewoonweg geen ervaring mee hebben maar het wordt steeds duidelijker dat Parijs verder weg lijkt dan ooit. In combinatie met Dhr. Trump die deze week met een pennenstreek even twee gigantische oliepijpleidingen door zijn land laat leggen en het mag voor iedereen duidelijk zijn dat deze leidingen er komen om decennia lang gebruikt te worden.

Dat het IEA in zijn jaarlijkse bijbel ook aangeeft dat het olieverbruik nog wat gaat stijgen de komende twintig/dertig jaar van 90 naar 103 miljoen vaten per dag wijst toch niet echt in de richting waar we naar toe moeten.

Aan de andere kant zullen de investeringen in duurzame oplossingen om enerzijds minder te verbruiken en anderzijds duurzame energie te produceren niet gestopt worden en zelfs nog toenemen. Europa moet een sterk signaal geven en zijn schaduw afwerpen van de Brexit en duidelijk maken aan individuele landen zoals de Verenigde Staten dat we samen de leiding zullen nemen met alle andere landen die de toekomstige generaties dezelfde kwaliteit van leven willen geven.

Lokaal moet onze overheid nu actie nemen om onze eigen doelstellingen te halen. Voor België zijn dat zaken zoals versneld afscheid nemen van stookolie voor verwarming, alle schoorstenen verplicht uitrusten met filters en/of open haarden aan banden leggen, etc.. Voor Nederland niet langer talmen met de verplichte sluiting van alle kolencentrales en natuurlijk de eigenaren hiervan minstens vijf jaar de tijd geven, gebruik van gas afbouwen voor verwarming ten voordele van duurzame verwarmingssystemen zoals warmtepompen, etc.. Vele kleine maatregelen samen kunnen het mogelijk maken maar met de verkiezingen in beide landen in het vooruitzicht de komende 24 maanden is het weinig waarschijnlijk. Zelfs een goede maatregel om minder CO2 vrije wagens te introduceren wordt direct gebruikt door politieke tegenstanders om aan te vallen zodat het onderwerp zelf hierdoor weer in een slecht daglicht komt te staan. Dat het afscheid van diverse directeuren bij onze regulatoren de overheden mag aanzetten tot het snel vervangen van deze mensen door jonge sterke persoonlijkheden die het mandaat krijgen om bovenstaande maatregelen af te dwingen.