Energie-Blog

André Jurres

23 feb 2016
134

Zowel in Nederland als België is men van plan om miljarden euro's hout en aanverwanten te verbranden in grootschalige centrales om toch maar enigszins op koers te blijven om de duurzame doelstellingen te halen tegen 2020 en 2023, ook al weet iedereen dat de weg van de minste weerstand niet altijd leidt naar een snelle oplossing.

De aangekondigde SDE+ veiling in maart is een maandje uitgesteld om toch maar zeker te zijn dat men de vier miljard euro voorzien voor de kolencentrales die houtpallets gaan verbranden kan uitgeven. Zo dienen alle andere nieuwbouw duurzame projecten met elkaar te concurreren voor het resterend bedrag van vier miljard euro. Toch wel een gekke constatering dat het meeste geld gaat naar het in stand houden van kolencentrales met zogenaamde groene subsidies. Begrijpen wie begrijpen kan

Ondertussen blijft het in België onrustwekkend stil rond de uitbouw van een energievisie die ervoor moet zorgen dat we onze oude kerncentrales definitief kunnen sluiten. Ook al heeft Vlaanderen afgelopen vrijdag aangekondigd dat ze tegen eind dit jaar met een eigen energievisie komen lijkt dit toch niet meer dan elkaar vliegen afvangen. Triest dat in zo'n klein landje de vier energieministers elkaar nog voor de voeten lopen om toch maar als eerste te bewijzen dat ze het beste jongentje/meisje van de klas zijn.

Ondertussen bengelen we vrolijk als België en Nederland onderaan de Europese ladder wat duurzame productie betreft, maar dat hoeft niet echt een nadeel te zijn vermits de gevolgde strategie in vele landen momenteel niet goed werkt. Het aan en uit beleid in de meeste landen heeft eerder ervoor gezorgd dat men te veel en te snel geld heeft uitgegeven zonder na te denken wat het ontwerp moet zijn van een duurzame energiehuishouding.

De bijna uitsluitende focus op wind en zon is gewoon de weg van de minste weerstand op dit ogenblik ook al weet iedereen dat dit totaal onvoldoende is en dat zon en wind slechts twee van de vele bouwblokken zijn in een duurzaam ontwerp. Sterker nog, wat geldt in de reclame sector sinds vele decennia namelijk, als ik een euro/dollar uitgeef aan reclame weet ik zeker dat de helft verloren gaat, alleen weet ik niet welke helft. Datzelfde geldt op dit ogenblik voor wind en zon waarvan de opgewekte elektriciteit voor een groot deel verloren gaat of niet efficiënt wordt gebruikt.

Dat wil dus zeggen dat iedere 100 euro groene stroom in feite minder dan 50 euro effectief opbrengt in relatie tot de benodigde elektriciteit (lees vraag en aanbod). Zowat alle buurlanden met Duitsland kunnen er dagelijks van meespreken als ze weer duizenden MW'en gratis groene stroom krijgen van hun Duitse buren. Over deze verloren reële kost wordt bijna niet gesproken, maar betekent gewoon dat de efficiëntie van zon en wind nog kleiner wordt.

De 80 GW opgestelde duurzame energie in Duitsland (hoofdzakelijk wind en zon) is al meer dan de maximum vraag van het land op een wekelijkse dag, maar de werkelijke geproduceerde energie is slechts een klein deel van de behoeften. Men spreekt wel van 22-23% aandeel groene stroom, maar dat is de bruto geproduceerde groene stroom en daarom niet de nuttig lokaal gebruikte groene stroom. Het is niet omdat de windmolen draait dat de elektriciteit ook effectief en dus efficiënt gebruikt wordt.

Is het een collectief falen of gekte om zo door te gaan? Nee dat niet, zon en wind blijven noodzakelijk als onderdeel van de totale architectuur, maar daarnaast zijn nog dozijnen andere oplossingen nodig. Wel is het beter om eerst meer nadruk te leggen op het ontwerp in plaats van zich blind te staren op de bouw van genoeg molens of panelen. Met de start van een Vlaamse visie is op zich niks mis alleen is het te hopen dat het geen vlucht vooruit is. Als ik zie hoe men rond de hete brij danst van de huidige problemen bij de al bestaande productie die nu verlieslatend wordt door het wegvallen van een marktconforme elektriciteitsprijs dan zie ik geen orde in de prioriteiten.

Ook Europa lijkt een beetje te kiezen voor de vlucht vooruit door nu al te spreken over een vierde pakket richtlijnen om de zogenaamde energiemarkt te verenigen. Op een moment dat deze markt juist aan het desintegreren is (aan te tonen door het terugplooien van de top energiebedrijven op hun eigen land en dat zij in hun eigen land dan ook nog eens afscheid nemen van de markt door zich terug te plooien op hoofdzakelijk het netwerkgebeuren) en men dringend moet kunnen toegeven dat de vorige pakketten niet goed gewerkt hebben.

Dat men zowel in Nederland en België bang is om hun doelstellingen te halen mag dan wel (gedeeltelijk) waar zijn, het is een drogreden. Zonder een volledige architectuur te hebben is het zelfs goed om deze doelstellingen te missen want men kan aan Europa bewijzen dat de huidige uitbouw niet werkt (zie Duitsland, Energiewende zorgt voor massaal meer CO2 uitstoot, energiestromen verlaten gratis het land, 30 miljard euro per jaar reeds aan subsidie waarvan de helft niet efficiënt is).

Daarom is een grensoverschrijdend initiatief met onze Nederlandse en Luxemburgse buren om samen een energievisie uit te bouwen nodig en efficiënt, de noodzaak ontbreekt momenteel met fossiele brandstof prijzen die record laagten bereiken. Deze zorgen op korte termijn voor enige economische groei en een beter evenwicht op onze handelsbalans, maar tegelijkertijd hypothekeren zij het draagvlak voor de noodzakelijke uitbouw van een duurzame energiehuishouding zonder dezelfde fossiele brandstoffen.