Energie-Blog

André Jurres

25 sep 2012
133

Het was geen mooi zicht, de modder vloog in het rond. Onze minister van consumentenzaken en de country manager van Electrabel rolden al vechtend over de straat met een welles-nietesspelletje. Het niveau begint behoorlijk af te glijden en gaat helemaal voorbij aan de echte problemen waar wij in België mee zitten.

Natuurlijk zijn goede prijzen belangrijk voor iedereen, maar dat krijg je het beste door voor een goede marktwerking te zorgen. Zo is het idee om de koppeling tussen gas en olie af te schaffen zeer goed op termijn, maar is de huidige prijsbevriezing ronduit gevaarlijk voor dezelfde marktwerking.

Waar het echt zou moeten over gaan, zijn concrete ideeën hoe we op de meest efficiënte en duurzame wijze ons ganse productiepark voor elektriciteit gaan vervangen. De bevoegde staatssecretaris Dhr.. Wathelet was de laatste dagen opvallend stil en wellicht is dit positief te noemen daar hij werkt aan oplossingen achter de schermen.

Ondertussen bereiken me wel onrustwekkende berichten van collega's uit de sector dat men de federale regulator Creg wil lam leggen. De vervanging van de ganse raad van bestuur is een opportuniteit om vers bloed te krijgen, maar ook een kans om marionetten te plaatsen die alleen nog over de winkel gaan waken. Dat we behoefte hebben aan een sterke regulator die met ideeën komt en oplossingen uitwerkt ,is geen luxe.

Een sterke regulator is trouwens ook van grote waarde voor een regering, daar zij het beleid beter kan uitwerken op voorwaarde dat men nog een marktwerking wil. De twee onafhankelijke berichten dat de Creg echter monddood wordt gemaakt zijn echter niet te negeren, maar begin volgend jaar zal hierover meer duidelijkheid komen.

Wat wel positief is, is dat het lijkt alsof de dominante marktpartij niet meer automatisch zijn weg vindt in de wetstraat en zijn achterkamertjes. Beter zou het zijn dat de ganse sector met onderbouwde oplossingen komt om de nodige investeringen op gang te brengen. We dienen met oplossingen te komen en deze voor te stellen aan de regering. Uiteindelijk zijn het de beleidsmakers die een investeringsplan voor de toekomst dienen te ondersteunen. Zonder politieke wil zijn de moeilijke beslissingen niet te nemen en zeker voor België dat de bulk van zijn elektriciteit uit kernenergie haalt, is het stilaan D-day.

Dat niks is wat het lijkt in het kernenergiedossier bleek onlangs nog toen ik sprak met een Nederlandse collega die mij doodleuk wist te melden dat de zogenaamde scheurtjes in de reactorvaten oud nieuws was en al jaren geweten. Dit werpt toch een iets ander licht op de zogenaamde spannende vraag of de kerncentrales in Doel en Tihange gaan dicht blijven. Zelf acht ik de kans groot dat de huidig stilgelegde centrales nooit meer zullen opengaan als er maar de minste twijfel is over de kwaliteit van deze reactoren. Men gaat in de politiek niemand vinden die zijn naam gaat zetten onder het opnieuw openen van deze centrales.

Wellicht gaat men de regulator en de Fanc om deze kastanjes uit het vuur te halengebruiken, maar dan nog zal er altijd een twijfel blijven hangen want de zogenaamde onvolkomenheden in de reactorvaten gaan niet weg. Ieder jaar zal men publiekelijk komen melden of de scheurtjes er nog zijn en of ze gewijzigd zijn van vorm. Zelfs als ze opnieuw in bedrijf genomen worden zal deze berichtgeving ervoor zorgen dat de zin om ze langer open te houden helemaal verdwijnt. Ze worden een theoretisch risico en eigenlijk brengt dit de vraag naar voren en wat nu of beter gezegd wat hierna? Niemand durft publiekelijk te stellen hoe we onze ganse productie gaan vervangen of beter gezegd met wat. Onze zware industrie die het bulk van de elektriciteit gebruikt heeft behoefte aan zekerheid anders verhuist ze naar landen die wel die zekerheid bieden.

Het isoleren van overheidsgebouwen is zeker een lovenswaardig en zelfs noodzakelijk initiatief dat zou moeten toegepast worden in al onze gebouwen. Het is zeker meer dan een druppel op een gloeiende plaat, maar iedereen in de sector beseft dat de bulk van mogelijke oplossingen voor onze toekomstige energiehuishouding moet komen hoe we met energie omgaan, hoe we duurzaam en decentraal naar voldoende kritische massa kunnen gaan.  Hoe we de nodige middelen kunnen verzamelen om deze omslag te gaan maken, hoe we de bereidheid voor deze grote investeringen gaan creëren op een moment dat de sector het imago heeft om duur (in de media wordt alleen nog maar over de prijs gesproken) te zijn terwijl de toekomstige kost vele malen hoger zal liggen.

Het denken in termijnen van veertig jaar is een noodzaak om ons ganse productiepark te gaan vervangen en ook het kunnen toegeven van fouten. In plaats van productie te liberaliseren had men de netwerken kunnen liberaliseren, een wellicht nog niet veel gehoorde stelling, maar wel logisch gezien de uitdagingen. De overheid zal de handschoen moeten opnemen en mee in het bad stappen om samen met de sector oplossingen uit te werken en deze samen gaan bouwen.

Herhaling paragraaf 3