Energie-Blog

André Jurres

13 apr 2015
130

Deze relatief nieuwe vormen van elektriciteitsopwekking(zoals wind en zon) worden vaak gezien als de oplossingen voor onze duurzame toekomst. De waarheid zal echter genuanceerder zijn want men ziet nu al dat de huidige gekozen oplossingen tegen hun limieten beginnen te zitten.

In Duitsland, waar men in het noorden bijna 30 GW windenergie heeft gebouwd, zorgt dit voor heel wat kopzorgen om deze energiestromen op windrijke dagen goed weg te krijgen. Niet alleen zijn de hoogspanningsnetwerken niet klaar (bijvoorbeeld verbindingen met het zuiden van het land aanleggen), ook het teveel aan opgewekte energie gaat verloren, of beter gezegd, zoekt onder andere zijn weg naar het buitenland (gratis).

De huidige ondersteuning is ook zo gebouwd voor wind dat je alleen maar subsidie krijgt als je produceert, wat op zich suboptimaal is, gezien de aard van wind. Je moet produceren wanneer men de energie nodig heeft of tenminste kan opgeslagen worden als men deze niet nodig heeft. Nu zijn er al wel wat studies die aangeven hoeveel België dient te investeren de komende decennia om naar een duurzame elektriciteitshuishouding te gaan maar deze zijn soms beperkt.

Er worden soms geen technologische keuzes gemaakt en zo wordt de oefening eigenlijk een grote Excel oefening en hiermee kun je alles en niks bewijzen. Het is juist het kiezen voor bepaalde technologische oplossingen die moeilijk zijn, als je niet kunt teruggrijpen naar het verleden. Ook gaan deze berekeningen te veel uit van standalone scenario's wat voor kleine landen als België niet de beste oplossing is. Een geïntegreerde aanpak met onze Nederlandse en Luxemburgse vrienden zorgt ervoor dat men investeringen beter op elkaar kan afstemmen en ook de kosten beter kan laten verdelen.

Eén van de zaken waar vandaag totaal nog geen begin van oplossing voor is, is opslag van duurzame energie. Als we naar 80 tot 100% opslag willen gaan dan zal men dappere keuzes dienen te maken. Of het nu energie-eilanden (waterkracht) in de zee zijn of waterstofopslag: het zijn oplossingen waar nog weinig ervaring mee is op dergelijke schaal.

Wat we aan opslag nodig hebben, hangt af van de samenwerking over de grenzen heen maar voor België kom je toch al gauw aan 6 tot 8000 MW als we ervan uitgaan dat de bulk van onze elektriciteit door zon en wind worden geproduceerd. Zelfs biogas en biomassa zou je kunnen opslaan (ook al is biogas op zich al op te slaan), mochten er overschotten van zijn. Wat wordt de kostprijs van dit soort grootschalige opslag? De prijzen die vandaag gekend zijn variëren van 1000 euro per KW (waterstof) tot meer dan 3500 euro per KW (voor waterkracht, kostprijs voor energie-eiland waar nu sprake van is). Kiest men voor waterstof, dan zal men ook voldoende netwerk dienen te bouwen en afnamepunten (wat voor waterkracht niet nodig is zodra deze een aansluiting heeft op het hoogspanningsnetwerk) maar dan heeft men ook direct een nieuw alternatief voor onze benzine en diesel.

Als men bijvoorbeeld zou kiezen in de Benelux voor een 50/50 scenario (4000 MW waterstofopslag en 4000 MW waterkracht), dan komt de totale investering alleen voor de opslag al op 19 miljard euro (4 miljard euro voor de waterstof en 15 miljard euro voor de diverse energie-eilanden). Hierbij dien je dan ook nog eens de bijkomende infrastructuur te tellen voor de distributie van waterstof + de uitbouw van nieuwe tankstations waar deze brandstof te krijgen is. Het kiezen voor beide oplossingen zal trouwens nodig zijn om zo ook minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen, naast het objectief van het kunnen opslaan van groene stroom of groen gas.

Bovenop de reeds bestaande windmolen- en zonneparken zullen we nog fors dienen bij te bouwen. Alleen in België moet men dan denken aan minstens 6 GW windenergie en 4 tot 5 GW zonenergie. Daarbovenop zal ook biogas tot zijn volle potentieel dienen te groeien (400-500 MW maar die werken wel bijna ieder uur van het jaar op vollast in tegenstelling tot wind en zon) met waar mogelijk nog wat biomassa (beperkt potentieel aanwezig, vooral voor kleinere installaties in Wallonië)

De extra kostprijs komt in totaal op ongeveer 9 tot 27 miljard euro (groot verschil gezien kostprijs van wind op zee of land) voor wind waarvan we als hypothese gerust 18 miljard euro als minimum kunnen nemen (er dan nog vanuit gaande dat er nog een serieuze prijsdaling komt in de kostprijs van wind op zee en land) en 3 tot 4 miljard euro voor zonenergie. Voor wind en zon betekent dit minstens 22 miljard euro en hierboven op komt dan 1,2 tot 1,6 miljard euro voor de nieuwe biogascentrales.

Dat dit alles niet kan zonder zware investeringen in onze netwerken (zowel hoog- als laagspanning), moge duidelijk zijn (getal van vele miljarden euro's die hier nog eens bijkomen).

In totaal zullen wind, zon, biogas en opslag (door waterkracht en waterstof) al goed zijn voor meer dan 40 miljard euro over de komende twintig tot dertig jaar. Dit getal zal zich nog meer dan verdubbelen door slimme netwerken uit te bouwen, flexibele gascentrales in te zetten en tot 2050 ook nog rekening te houden met de bouw van twee nieuwe kerncentrales van ieder 1000 MW. De vraag die onder andere opkomt is: hoe gaan we dit financieren? Alleen het KWh tarief laten stijgen voor de verbruiker zal niet voldoende zijn om dit soort investeringen op gang te brengen en wind, zon of opslag subsidiëren, zoals we vandaag doen door te betalen wanneer er geproduceerd wordt, is ook geen oplossing. Een investeringsondersteuning bij het begin van een project lijkt de aangewezen weg voor een deel van de technologieën. Voor biogas, biomassa, gascentrales en kerncentrales zullen andere ondersteuning mechanismes moeten worden uitgedacht. Dat is voor de volgende keer.