Energie-Blog

André Jurres

19 jun 2010
127

Niet alleen in Zweden denken ze aan nieuwe centrales ter vervanging van de huidige kerncentrales, dit vraagstuk speelt ook in een aantal andere landen. Dat kernenergie verkocht wordt als een goedkope manier om elektriciteit te produceren lijkt me echter de waarheid enigszins geweld aan te doen. Weliswaar kunnen de operationele kosten wellicht meevallen, de investeringskosten zijn bij de hoogste van welke energievorm dan ook. De enorme complexiteit van dit soort centrales en de lange bouwtijd spelen hier ook mee, in Finland gaat de bouw van de huidige nieuwe kerncentrale een tiental jaar duren dus dient men eigenlijk ook het inkomstenverlies mee te rekenen ten opzichte van andere opwekvormen(die sneller kunnen gebouwd worden en dus ook sneller inkomsten betekenen). Wat mij ook opvalt is dat de vervanging van basislast centrales voor een deel haaks staat op de populaire stellingen zoals decentrale opwek. Indien men ervan uitgaat dat meer en meer elektriciteitsproductie lokaal zal gemaakt en gebruikt worden dan zou men voorspellingen moeten maken wat onze toekomstige centrale productiebehoefte nog is(zodat men niet het risico loopt dat men teveel basislast centrales bouwt, voorbeelden zijn hier bijvoorbeeld al te vinden zoals in de USA waar ze in de jaren 90 teveel gascentrales heeft gebouwd met het gevolgd dat het rendement van deze veel lager was/is dan verwacht). Wat de echte kost is van een kerncentrale is zelfs niet te becijferen daar men geen idee heeft wat de prijs is van het theoretische risico van een ongeluk(lees wat is de kost van de verzekering hiervoor ook al is dergelijk risico zelfs niet verzekerbaar) en wat de kost is van de opslag van het afval. Het bedrijfsrisico wordt gedragen door de bevolking van een land en niet door de investeerders of eigenaars ervan. Men zou dus eigenlijk het naakte eigendom in handen van de overheid(lees de bevolking) moeten laten daar zij ook instaan voor het bedrijfsrisico. Zo komt men al snel terug bij de tussenoplossing van het principe van de unieke koper(single buyer). Hierover is de laatste tijd weer veel gesproken in het kader van de verkiezingen en ik ben benieuwd of de nieuwe regering dit ook echt gaat doen. De bouw van bijvoorbeeld nieuwe kolencentrales in België kent eigenlijk politiek geen steun en past ook niet in de objectieven van 20/20/20. Hier kan men wel de bedenking maken of kolen nog thuis hoort in de fuelmix en/of een land zich kan permitteren om deze vervuilende brandstof niet meer in zijn fuelmix te hebben. Maar zelfs indien men in België nieuwe basislast centrales zou gaan bouwen dan zou men ook hier het principe van unieke koper dienen te hanteren. Dit zou trouwens voor investeerders ook een stabiel kader geven en de overheid middelen om de energiemarkt beter te liberaliseren en het gebruik te sturen. Ook deze week weer heb ik toch moeten constateren dat zowel energiebedrijven als financiële instellingen warm en koud blazen wat hun investeringsbeleid betreft, de overheid kan deze bedrijven een steuntje in de rug geven door het voorbeeld te geven en voluit te kiezen voor nieuwe investeringen en het stimuleren van marktwerking. Men ziet bijvoorbeeld in nieuwe biomassa centrales dat een aantal banken aan de zijlijn blijven staan wat betreft de financiering hiervan en dit voornamelijk omdat ze hier te weinig ervaring in hebben. Ook hier dient een regelgever en overheid anticipatief te werken en dit op te merken en de banken de zekerheid te geven dat de overheid dergelijke productievormen voluit ondersteunt als een van de toekomstige pijlers. De plannen om oude kolencentrales om te bouwen zodat ze houtsnippers kunnen mee verbranden om zo in aanmerking te komen voor de volle subsidie(lees certificaten) is volgens mij een slechte zaak daar de rendementen van dit soort centrales laag is en zij de vele nieuwe centrales en initiatieven zo ook in de verdrukking brengen. Het overspoelen van de certificatenmarkt daar deze oude grote centrales grote hoeveelheden certificaten uitspuwen zorgt ervoor dat de certificatenprijs onder druk komt te staan en zo worden de nieuwe centrales minder rendabel. Daar de oude centrales allang zijn afgeschreven hebben zij dus zo een oneerlijk voordeel; Ook in Vlaanderen dienen ze bijvoorbeeld het Waalse voorbeeld te volgen en de productie van een biomassa centrale te plafonneren tot 20 MW voor bestaande centrales en deze van bijvoorbeeld 10 MW degressief maken(wat betreft toekenning groene stroomcertificaten) voor de bijstook in oude kolencentrales.