Energie-Blog

André Jurres

30 jun 2014
124

Deze week pleitte vier oud-ministers in Amerika voor het nemen van een verzekering tegen mogelijke klimaatveranderingen die zouden kunnen worden veroorzaakt door de mens. Gezien twee van hen Republikein zijn, kun je ze niet beschuldigen van het dragen van wollen sokken. Er schuilt gewoon een gezond pragmatisme in hun houding dat het voorkomen nog altijd veel goedkoper is dan het ondergaan.

Dat het mogelijk grotendeels verdwijnen van bijvoorbeeld Florida binnen een aantal decennia vele honderden miljarden dollars zou kosten, doet deze grijze heren begrijpen dat het veel goedkoper is om naar een drastische CO2-reductie te gaan. De paradox is wel dat het energieverbruik en de CO2-uitstoot de komende dertig jaar nog vlot gaan verdubbelen door de groei van de opkomende economieën. Dat de VS het voorbeeld zou gaan geven is echter positief te nemen gezien een Amerikaans gezin toch nog dubbel zoveel energie verbruikt dan een Europees gezin (en goed zijn voor 25% van het mondiale energieverbruik).

In eigen land wordt in ieder geval in de media geschreven dat het vervangen van onze oude kerncentrales het best gebeurd met hoofdzakelijk duurzame energie en energiebesparing. Een stelling waar ik helemaal achter sta, alleen betwijfel ik of men begrijpt wat de impact is van een dergelijke beslissing. In eerste instantie dient men de kostprijs te aanvaarden van een dergelijke verandering en hier vrees ik al het ergste gezien de commotie die ontstaat als onze elektriciteitsfactuur al stijgt met 2 euro per maand.

De nodige investeringen om deze omslag te kunnen maken zijn al vaker besproken maar het mag duidelijk zijn dat de kostprijs ervan onze factuur fors gaat doen stijgen (trouwens ook het geval als we bijvoorbeeld allemaal nieuwe kerncentrales zouden gaan bouwen die qua kostprijs alles overtreffen). Natuurlijk kan men beslissen om dit uit de algemene middelen te doen maar eigenlijk komt dit op hetzelfde neer. Gezien de gevoeligheid van onze energiefactuur is dit echter een optie die het bekijken waard is.

Als ik bijvoorbeeld kijk naar onze jonge biogassector (in Vlaanderen) en zijn huidige moeilijkheden dan is het schrijnend om vast te stellen dat de politiek er alles aan doet om deze nog jonge sector vakkundig de nek om te wringen. Dat 100 MW biogascentrales meer bruikbare elektriciteit (en warmte) produceren dan 1000MW windenergie is velen ontgaan. Dit komt doordat biogascentrales vier tot vijf keer meer elektriciteit produceren (2000-2200 uren voor wind en 8200-8400 uren voor biogascentrales) en ook de voorspelbaarheid hebben die wind niet heeft.

Een biogascentrale is een zogenaamde basislast centrale (base load) die voor de bevoorradingszekerheid van onze energie dus zijn steentje bijdraagt. Dat deze nog jonge sector nog groeipotentieel heeft wordt ook vergeten en men ziet zelfs een afname van het aantal centrales. In Vlaanderen staan er minder dan veertig en op dit ogenblik zijn er buiten de nieuwe centrales in aanbouw van NPG energy (drie nieuwe 3 MW centrales worden dit jaar in dienst genomen) niet al teveel nieuwe te verwachten.

Biogascentrales zijn in hun werking een twee (tot tweeënhalf) keer zo duur als windmolens maar gezien ze veel meer betrouwbare elektriciteit (en warmte) opwekken eigenlijk een essentieel onderdeel van welke duurzame oplossing dan ook. De sector kan zeker nog drie tot vier keer in omvang groeien gezien er in Wallonië bijvoorbeeld zo goed als geen staan. Dit wil zeggen dat de biogascentrales op termijn een grote gascentrale kunnen vervangen. Dat klinkt niet veel maar men moet begrijpen dat duurzame decentrale productie inhoudt dat je vele oplossingen nodig hebt om tot een totaal te komen dat onze energiebehoeften dekt. Zeker als je weet dat op lange termijn elektriciteit ook de rol van gas gaat overnemen voor de verwarming van onze huishoudens en ook gedeeltelijk de rol van olie gaat overnemen voor onze transportsector.

Dat het huidige kabinet van energie in Vlaanderen van mevrouw Van den Bossche zelfs openlijk toegeeft dat men wellicht te ver is gegaan in het afbouwen van de noodzakelijke ondersteuning is des te schrijnender te noemen. Er wordt droogweg gezegd dat de volgende regering het probleem maar moet oplossen.

Indien Vlaanderen deze nog jonge beloftevolle sector niet snel extra steun gaat bieden dan zullen er niet veel biogascentrales blijven bestaan. De lage elektriciteitsprijs in combinatie met stijgende werkingskosten zijn een perfecte cocktail voor dit scenario en de sector heeft snel 30 euro extra nodig per MWh totdat de groothandelselektriciteitsprijs naar zijn correcte niveau gaat (lees: de prijs inclusief de totale kost voor CO2, dan wordt duurzame energie ineens de goedkoopste want zijn subsidies bijna niet meer nodig).

Wallonië echter heeft de boodschap al begrepen want zij heeft recent aanpassingen gedaan aan haar regelgeving om biogascentrales mogelijk te maken op haar grondgebied. Het bekendste politieke zinnetje in Vlaanderen wat we zelf doen, doen we beter gaat in ieder geval niet op voor dit hobbelig parcours. Pure paniekvoetbal werd er twee jaar geleden gespeeld op het kabinet van mevrouw Van den Bossche toen men de zonnepanelen gedurende enige tijd teveel subsidie had gegeven. Als maatregel heeft men gewoon alles op een hoop gegooid, de kraan dichtgedraaid, hoofd in het zand en gedacht: het is voor de volgende