Energie-Blog

André Jurres

27 jun 2009
127

Het was een belangrijke week voor Dhr. Martens die na tien jaar zijn eerste zes molens kon realiseren voor een investeringsbedrag van 153 miljoen Euro(5 miljoen Euro per geïnstalleerde MW!).  Een erkenning is op zijn plaats voor zoveel volharding en ook voor het geduld van de nog overgebleven aandeelhouders.  Nog nooit werden windmolens zo diep in zee gezet, wanneer deze eerste zes molens zwarte cijfers gaan draaien is echter een heel andere zaak.  Dit prestigeproject heeft zoals steeds een zeer hoog prijskaartje en zonder staatsteun was dit nooit mogelijk geweest.  De financiering voor de resterende molens zal zeker niet voor morgen zijn daar de kredietenmarkt nog steeds krap is.  Wat wel veel miserie zou of had kunnen voorkomen is dat men bij het toekennen van concessies er meer moet op toezien dat de partijen ook in staat zijn(financieel) om deze projecten te bouwen.  Gezien de enorme complexiteit op zowel technisch als financieel vlak is dit ook geen luxe, met de huidige toekenning procedure voor het verkrijgen van een concessie voor projecten tussen een halve en 1 miljard Euro staat het nu al bijna vast dat er grote problemen zijn met de haalbaarheid van deze projecten. Nog geen enkele maanden na het toekennen van de verschillende concessies is het al zover, Belwind met daarachter Ecocern is failliet en men is naarstig op zoek naar andere investeerders.  Gek dat zo weinig gereputeerde bedrijven een concessie hebben gekregen, zelf ken ik Dong redelijk goed bijvoorbeeld maar geen spoor van hun te vinden.  Als grootste offshore windmolen uitbater in de wereld zou je toch verwachten dat zij erbij zouden zijn, vooral dan voor de stabiliteit van deze projecten.  De overheid had een uitnodiging kunnen sturen met toelichting om dit soort bedrijven uit te nodigen zodat we eersteklas wereldspelers hadden gekregen en ook een grotere verscheidenheid. 
Verder was het deze week ook weer druk in de media op verschillende fronten zoals de vraag van Europa aan de lidstaten om meer werk te maken van de liberalisering.  Een nobele vraag die jammer genoeg niet veel indruk zal maken gezien het recente verleden.  Grote landen als Frankrijk en Duitsland zijn zo hard op de rem gaan staan dat de Commissie door het raam is gevlogen.  Deze landen beschouwen energie als strategisch belangrijk en gebruiken dit wapen zeer effectief naar hun buurlanden toe.  De zogenaamde marktkoppeling zorgt er ook voor dat men mag spreken van een zogenaamde marktprijs die een zeer korte termijn denken in de hand werkt.  De gascentrales zijn nu mee verantwoordelijk voor het vaststellen van deze marktprijs en het is slechts wachten op de volgende drastische stijging.  Voor een echte marktprijs moeten de aangeboden volumes via de stroombeurzen nog drastisch naar boven gaan en dient de overheid ook een oogje open te houden via zijn regulatoren dat de markten ook meer competitief worden.