Energie-Blog

André Jurres

16 jun 2014
133

Nu is het zeker niet zo dat de ontslagnemende Staatssecretaris van Energie Dhr. Wathelet zich geen zorgen maakt over de bevoorradingszekerheid van elektriciteit in België want hij neemt al enige tijd maatregelen om reserves aan te leggen voor de komende winter(s). Na de communicatie van vorige week, dat de twee kerncentrales die momenteel testen ondergaan langer zullen stilstaan, is het gevoel van urgentie zeker nog groter geworden.

Er wordt gepraat met de diverse actoren en de volgende regering zal snel werk moeten maken van enkele noodingrepen. Eén van de risico's is dat men gaat beslissen om oude centrales langer in dienst te houden en zelfs beslissingen gaat nemen om nieuwe centrales te bouwen op basis van oude 20ste-eeuwse technologieën. Men hoeft maar naar Nederland te kijken om te zien dat een land er niet voor terugdeinst om zelfs nieuwe kolencentrales te gaan bouwen die de komende veertig jaar ons milieu verder gaan belasten.

Het slechte nieuws is dat er geen oplossing is, het goede nieuws is dat we wel bouwblokken hebben die een deel van de oplossing kunnen zijn. We hebben niet de luxe in België om te wachten totdat de perfecte schone technologie wordt uitgevonden, we moeten nẠkeuzes maken. Gezien Europa deze niet kan, of beter gezegd, mag maken (de grote lidstaten willen hun energiehuishouding zelf controleren) moeten enkele landen samen gaan werken om onze energiehuishouding klaar te maken voor de toekomst.

Natuurlijk is het positief dat duurzame energie zijn steentje bijdraagt in de totale oplossing voor een duurzame samenleving maar het is slechts een deel. Onlangs had ik het genoegen om deel te nemen aan een werkgroep waar afgevaardigden waren van diverse strekkingen van de samenleving en het viel mij op dat men nog niet genoeg is doordrongen van de urgentie. De samenleving denkt echt nog dat we met enkele noodzakelijke wijzigingen gewoon verder kunnen gaan en dat is - wat het energiegedeelte betreft - zeker niet waar.

Om maar een klein voorbeeld te nemen: het laag calorisch gas dat we kopen bij onze Noorderburen zal binnen een generatie op zijn en dan dienen we dus hele steden over te schakelen op een andere verwarmingsmodus. Hopelijk beseft men dat dit een opportuniteit is om verder te kijken dan enkel deze gebieden over te schakelen op hoog calorisch gas (trouwens ook een ingreep van enige omvang). Gas dat we trouwens ook dienen te importeren en dus te betalen. De kans bestaat erin om in deze gebieden te kiezen voor een eigen energiebevoorrading via andere methoden zoals eigen opgewekte warmte(netten) en een veel ingrijpendere elektrificatie van onze energiehuishouding.

Bekijk het een beetje als de kip en het ei: er wordt niet genoeg geïnvesteerd in elektriciteitsproductie omdat er niet genoeg vraag is, teveel productie (van de verkeerde en oude) en hij te goedkoop is. Als men onze energiehuishouding zou elektrificeren, dan stijgt de vraag fors waardoor energiebedrijven en netwerkbedrijven opnieuw kunnen investeren want er is een vraag naar meer elektriciteit.

Men dient ook de oefening te maken waar men vertrekt van een wit blad en zich in eerste instantie niet laat beperken tot welke infrastructuur er al is. Zodra men het ideaalbeeld heeft omschreven, kan men dan vervolgens kijken hoe men maximaal gebruik kan maken van de bestaande infrastructuur om dit ideaal beeld zo dicht mogelijk te benaderen. Belangrijk hier is dat men als einddoel dient voorop te stellen dat het ideaalbeeld voorrang blijft krijgen op het compromis. Natuurlijk zal compromis nodig zijn in een transitiefase maar het mag geen doel op zich worden want dan dreigt men te verzanden in een oplossing die alleen nog maar aan elkaar hangt van compromissen.

Ondertussen is het afwachten wanneer alle nieuwe regeringen gevormd worden zodat er rechtstreeks met deze kan gewerkt worden aan de nodige oplossingen. Deze keer dienen de politici te begrijpen dat ze mee in het spreekwoordelijke bad moeten als we naar lange termijn oplossingen gaan. Het Nederlands Energieakkoord is een voorbeeld van een overheid die samen met de diverse actoren in de samenleving (industrie, consumentbelangen organisaties, sector, etc) de grote krijtlijnen heeft vastgelegd om een transitie mogelijk te maken. Het voordeel dat we in België hebben is dat we kunnen leren uit de tekorten in het akkoord en zo ons resultaat hiermee kunnen verrijken.