Energie-Blog

André Jurres

13 dec 2011
135

In Vlaanderen hebben de eerste tien maanden van het jaar 215.000 gezinnen een andere leverancier gekozen (van deze hebben ongeveer 140.000 ook een gascontract gekozen bij een andere leverancier). Tegen het jaareinde wordt verwacht dat ongeveer 250.000 gezinnen een nieuwe leverancier zullen hebben gekozen, dit komt neer op iets minder dan 10% van de totale markt.

Op zich zijn deze cijfers hoger dan vorig jaar (was toen 215.000) en kunnen we verwachten dat deze tendens eerder zal toenemen dan afnemen. De top drie leveranciers zijn Electrabel met 62%, EDF Luminus met 21% en Nuon met 8.4%.

De gemiddelde prijs die een gezin in Vlaanderen jaarlijks betaalt is € 2.250 voor elektriciteit en gas (gas is ongeveer twee derde van uw factuur) en dat is wel wat hoger dan vorig jaar, maar nog steeds weinig geld voor een heel jaar aangenaam comfort.

De Waalse markt vertoont minstens dezelfde bereidwilligheid om van leverancier te veranderen, maar de markt is daar in absolute getallen kleiner (1.513.157 gezinnen ten opzichte van 2.650000 in Vlaanderen) en de top drie leveranciers daar zijn, Electrabel 56%, EDF Luminus 26% en Essent Belgium 6%.

Van de totale energieprijs is 51% het product (het deel waar dus concurrentie in is), 41% distributiekosten, 9% hoogspanningstransport (Elia) en 1% taksen en heffingen.

Wat leren deze bovenstaande cijfers ons? Dat de klant de weg vindt naar andere leveranciers en de klant minder loyaal wordt. Nu is een zogenaamde churn/switch rate van 10% per jaar nog redelijk normaal en kunnen de kleinere leveranciers op een goede manier blijven groeien. Nu gaat het hier wel om een klein van de totale verbruikersmarkt daar het elektrisch verbruik vooral zakelijk is (75-80% voor elektriciteit en 65%-70% voor gasverbruik).

De nieuwe regering heeft na een minister te hebben gehad nu een staatssecretaris verantwoordelijk voor onder andere energie en het is tevens vernoemd als top 10 prioriteit. De top 10 slaat vandaag vooral op geld voor de begroting en minder op een goede marktwerking en nog minder op een beleid dat investeringen aanmoedigt. Gezien de huidige stand van de groothandelsprijs (lees laag, 52€/MWh) voor elektriciteit lijken we nog steeds over behoorlijke productie overschotten te bezitten in Europa; maar veel van onze productie is oud tot behoorlijk oud (lees tussen de 20 en 40 jaar oud) en zal dus vervangen moeten worden.

Onlangs werd er door de dhr. Magnette nog gesproken over de nodige investeringen in productie en bedragen van 30 miljard euro werden hier vernoemd. Laten we er vanuit gaan dat we dit kunnen spreiden over twintig jaar (wat echt al zeer optimistisch lijkt vermits heel ons nucleair park wordt gesloten ten laatste tegen 2025) dan nog zullen we tussen 1.3 -1.6 miljard euro per jaar dienen te investeren in nieuwe elektriciteitsproductie.

Dat het huidig tempo niet toereikend is hoeft geen verrassing te zijn en hopelijk kan dhr. Wathelet een investeringsbeleid of competitief klimaat creëren zodat bedrijven als RWE, ENI, EDF en anderen België zo interessant gaan vinden dat ze zelfs een investeringsstrategie gaan goedkeuren voor ons land.

Daarnaast dienen ontwikkelaars in duurzame energie ook te begrijpen dat als je bijvoorbeeld alleen maar wind of zon ontwikkelt, je ervan uitgaat dat anderen jouw probleem gaan oplossen en dat is niet correct. Dat men Elia weigert om zelf in een flexibele gascentrale te investeren om meer reserve/flex capaciteit te bezitten voor relatief windloze dagen bijvoorbeeld is te begrijpen. Maar men moet er wel voor zorgen dat men dan bijvoorbeeld een aanbesteding vanuit de regelgever uitschrijft voor deze speciale reservecapaciteit die dan werkt met een vast rendement ongeacht de centrale gebruikt wordt of niet.