Energie-Blog

André Jurres

21 dec 2017
60

Vorige week was het niet moeilijk om iedere dag weer berichten te krijgen over het energiepact of vooral over de vragen die dit met zich meebrengt. Dat de eerste aanzet tot een gemeenschappelijke energievisie nu gaat onderbouwd worden is zonder meer positief te noemen.

De vraag is wat er juist moet gebeuren zodat de meeste betrokken partijen een beter inzicht krijgen in de inspanning die we gaan moeten doen en wat dat gaat kosten bij benadering.  Minstens zo belangrijk is de implementatie na het bepalen van de doelstellingen en hier hoor ik nog niets van.

Het becijferen van de transitie en het bepalen van de technieken die we daarvoor willen gebruiken is niet voldoende om groen licht te geven.  Een stappenplan is al een eerste onderdeel zodat we een juiste volgorde aanbrengen aan de vele prioriteiten. 

Het voorzien van middelen mag dan wel logisch klinken, het is ten eerste verre van zeker dat deze middelen er komen en het is ten tweede ook belangrijk dat wanneer deze middelen beschikbaar zouden zijn ze ook goed aangewend worden.

De voor een groot deel onterechte kritiek ten tijden van de eerste hausse van zonnepanelen en de sloganeske manier waarop zonder feitelijke kennis van zaken men aannames uit de mouw schudde, heeft de ambitie en het vertrouwen van alle burgers geen goed gedaan.

Als mede-oprichter van een bedrijf dat gedurende jaren zon, wind en biogas projecten heeft ontwikkeld, gebouwd en uitgebaat heb ik bij geen enkel groot zonnepark grote schommelingen gezien qua rendement ongeacht of deze nu in 2009, 2010 of 2011 operationeel werden.  Integendeel, het eerste park uit 2009 bleek nog het meest rendabel terwijl de vele mediaberichten jaren later spraken dat er vooral later sprake was van teveel subsidie.

Belangrijker is echter hoe we een breed draagvlak gaan creëren waarin de bevolking begrijpt dat we geen keuze hebben.  Informeren is absoluut één van de sleutels om toe te lichten hoe groot de inspanning zal zijn en waarom hij nodig is.  Gezien de vele communicatiemiddelen kan dat geen probleem zijn.

Ook in Nederland begint men aan een energieakkoord 2.0 onder leiding van de Minister van Economische Zaken en Klimaat Dhr. Eric Wiebes. Het zou een gemiste kans zijn voor beide landen om een deel van het plan niet met elkaar te integreren.  De uitdagingen zijn ongeveer even groot en gelijkaardig.  Dat Minister Wiebes de moed heeft om duidelijk te maken dat deze energietransitie 1 tot 3% jaarlijks van het bbp gaat kosten en dit gedurende enkele decennia mag duidelijk maken dat het belang heel groot is.

Voor Nederland betekent dit tussen de 7 en 21 miljard dollar per jaar (bbp was in 2016 ongeveer 768 miljard dollar).  Gezien de Nederlandse overheid dit jaar alleen al 11 miljard Euro heeft voorzien voor de ontwikkeling van duurzame vormen van elektriciteitsproductie wijst toch eerder richting de 3%.  Er zal ook fors in de netten moeten geinvesteerd worden, de IT, verduurzaming van de transportsector, etc.

Het is toch eigenaardig dat men in de Belgische politiek met geen woord rept over bovenstaande inspanning voor ons land waar de percentages van ons bbp niet echt gaan verschillen met Nederland.  Sterker nog, door onze afhankelijkheid van kernenergie die volledig moet vervangen worden zal de eerste tien jaar de factuur nog wel eens extra hoog gaan worden.

De hoera berichten dat wind op zee gratis wordt beginnen stilaan ook critici te krijgen en dan vooral uit de financiële wereld.  Zij stellen terecht de vraag hoe deze dure parken gaan gefinancierd worden als het niet zeker en/of duidelijk is wat het rendement zal zijn op dergelijke projecten.  Kapitaal heeft nu eenmaal een kost en bij vele privébedrijven wordt verwacht dat het rendement toch minstens 15% bedraagt.  Een percentage waar vandaag niet aan voldaan wordt.  Natuurlijk zijn er ook instellingen die een lager rendement aanvaarden zoals pensioenfondsen maar deze stappen pas later in als het ontwikkelingsrisico/bouwrisico verdwenen is.

Zelf zal ik in ieder geval blijven hameren op meer samenwerking tussen Nederland en België daar dit belangrijke voordelen oplevert.  Er staan genoeg gascentrales stil in Nederland en wellicht is het ook een goed idee om te streven naar een verregaande integratie tussen Elia en Tennet zodat we maximaal kunnen inzetten op synergiën in België, Nederland en Duitsland waar beiden hoogspanningsbedrijven ook belangrijke netten hebben.