Energie-Blog

André Jurres

23 jan 2017
134

Het is opvallend te noemen dat de federale regering binnen enkele dagen met nieuwe spelregels afkomt of beter gezegd direct beslist om de subsidie voor windmolens op zee drastisch te verlagen. Dat de studie van de Creg hiervoor gebruikt wordt is ook opvallend te noemen want vele rapporten van de federale regulator verdwijnen vaak zonder gevolg. Nu is onze federale regulator de laatste jaren nog maar een schim van zichzelf maar hier maakt ze toch het verschil.

eenzijdig de voorwaarden wijzigen voor de laatste nog toe te wijzen concessies of beter gezegd deze waren al toegewezen maar blijkbaar in een stadium dat de toekenning van subsidie nog niet was gebeurd. Enig respect voor de concessiehouders was wellicht wel op zijn plaats geweest. Ze voor dit voldongen feit stellen maakt de kans groot dat deze parken er nooit gaan komen.

Binnen de bestaande partijen die deze laatste parken aan het voorbereiden waren werd gewerkt met modellen (lees financieel) die ze nu allemaal in de prullenmand kunnen gooien. Opnieuw beginnen met de nieuwe inkomsten die bijna gehalveerd zijn is zeer onwaarschijnlijk. De overheid kan zich dan wel rijk rekenen, aan de andere kant kunnen de concessiehouders zich niet arm rekenen. De marges in dergelijke parken zijn op geen enkele manier zo groot en dus zullen de rendementen nu zwaar negatief zijn.

Is dan niks mogelijk? Tuurlijk wel, de huidige concessiehouders kunnen de bittere pil doorslikken en even bellen naar Dong of Shell en hun vragen hoe ze dit voor elkaar hebben gekregen. Niet waarschijnlijk dat ze gratis zullen helpen maar dat lijkt me een eerste aktie. Het grote verschil moet ergens terug te vinden zijn ook al dient gezegd dat de concessies niet hetzelfde zijn. De windmolens van de Nederlandse concessies vangen blijkbaar meer wind omdat ze groter zijn en de molens dus verder uit elkaar staan. (De molens in de Belgische concessies staan dus dichter op elkaar en vangen elkaars wind op en produceren dus minder elektriciteit).

Een betere optie zou zijn om de ontwikkelingskosten aan deze laatste parken en hun concessiehouders terug te betalen als overheid en deze parken volgens een vergelijkbaar systeem als Nederland opnieuw te veilen. Het risico hier is dat de uitkomst verre van zeker is maar dat risico zou de federale regering moeten nemen. De heisa omtrent deze hele zaak zal nog lang nazinderen want het zal de zin voor vooruitgang naar een duurzame energiehuishouding nog kleiner maken. Het status quo met onze oude kerncentrales zal nog aanlokkelijker worden met het zicht op de verkiezingen die volgend jaar beginnen (gemeentelijke verkiezingen).

De laatste dagen stonden ook bij ons een beetje in het teken van de nieuwe Amerikaanse president die zelfs in zijn openingsspeech niet verder kwam dan holle slogans zoals “we gaan Amerika weer groot maken”. Een toch wel hilarische voorstelling van een land dat al bij ver de grootste economie van de wereld heeft, het sterkste leger, enz. Als je de beste man bezig hoort dan is Amerika een derde wereld land. Natuurlijk hebben de Mid West en andere regio's het moeilijk sinds een aantal decennia maar dit wijten aan externe of interne vijanden is te simplistisch.

Het contrast tussen de boodschap van hoop en verbondenheid van Obama en de nachtmerrie van de heer Trump is extreem en gevaarlijk als je een land welvarender wilt maken. De geplande investeringen in publieke infrastructuur zullen de economie zeker doperen en zelfs kunnen verhitten alleen zal de rekening later komen. Dhr. Trump gaat de al grote staatsschuld nog meer later aangroeien terwijl het toch de bedrijven zijn en de privé initiatieven die duurzame welvaart bouwen. Dat men in de jaren dertig naar grote infrastructuurwerken greep is begrijpelijk gezien de enorme recessie op dat ogenblik maar dat men nog meer olie op een reeds gezonde groeiende economie gaat gooien is gevaarlijk.

De toekomst zal uitwijzen hoeveel schade deze man gaat aanrichten maar één zaak is al zeker, hij geeft geen moer om verbinden. Hij spreekt voor zijn eigen achterban (alle populisten doen dat) en al de anderen interesseren hem niet, zelfs zijn eigen partij niet. In relatie tot onze sector en de klimaatuitdagingen die daar aan verbonden zijn mag het voor iedereen duidelijk zijn dat eigen olie, gas en steenkool de voorkeur zullen wegdragen de komende vier jaar in de Verenigde Staten en dat het verdrag van Parijs onder een slecht gesternte begint. Gelukkig zullen de individuele staten in Amerika ook hun eigen koers volgen ongeacht hun eigen president. We hoeven trouwens geen kritiek te hebben op de verkiezingen in de VS want in Nederland, Duitsland en Frankrijk roepen de populisten al even hard zonder inhoud en halen ze ook veel stemmen. Hopelijk zal het recente verleden in Europa met twee wereldoorlogen nog vers genoeg in het geheugen liggen om deze luchtbellen te doorprikken.