Energie-Blog

André Jurres

11 okt 2010
127

Deze week hebben ze in Nederland aangekondigd dat ze hun subsidiebeleid gaan wijzigen van een centraal budget naar een bijdrage per burger/bedrijf. Deze zou jaarlijks een impact hebben van te beginnen met 10 € en groeien naar 100€. Nu is het zichtbaar maken van de kost voor de ontwikkeling van duurzame productie een goede zaak zodat de burgers van een land kunnen zien wat de kost voor hen is voor deze ontwikkeling. Wellicht kan dit de geremde groei van de laatste jaren in Nederland enigszins wegnemen en de terechte klaagzang van vele lokale initiatieven doen verstommen. In het kader van de ontwikkeling van een uitsluitende centrale productie naar tevens een stuk decentrale kleinschalige opwek is een dergelijke maatregel zonder meer positief. Het is echter wel jammer dat men niet naar het buitenland heeft gekeken en dan vooral naar de omringende landen en meer bepaald naar België. Het nalaten om niet te streven naar dezelfde subsidiemodellen hindert de ontwikkeling van duurzame energie(en tevens de introductie van meer concurrentie). Indien men in Nederland had gekozen voor het Europese certificaten systeem(je kleeft een waarde in euro's per geproduceerde MWh en wanneer deze dezelfde waarde heeft voor diverse landen dan kan men deze uitwisselbaar maken, daarnaast zijn er nog wel een aantal andere spelregels nodig die dezelfde zijn) dan stond men als kleine landen ook sterker in het aantrekken van de noodzakelijke geldstromen naar onze landen toe. Transparantie werkt investeringen in de hand(naast stabiliteit) en maakt het ook voor kleinere spelers mogelijk om zich uit te breiden naar andere landen zonder genoodzaakt te zijn om in ieder land een andere structuur op zetten. Het Europees certificatensysteem heeft als extra voordeel dat kleine decentrale opwekkers hun certificaten kunnen aanbieden naar meer marktpartijen buiten hun eigen landsgrenzen. Het losse beleid vanuit Europa(vooral door gebruik aan machtsmiddelen om dingen aan de individuele lidstaten te kunnen opleggen) houdt het status quo van de historische partijen in evenwicht zelfs binnen de groei van de duurzame markt. Het gebrek aan genoeg kleinschalige productie een heden in duurzame energie werkt ook het belang van grootschalige projecten weer in de hand die op hun beurt alleen gefinancierd geraken met dezelfde grote historische marktpartijen. De kredietcrisis die nog altijd nawerkt zorgt trouwens voor een versterkend effect daar het moeilijker is geworden voor kleine projecten om zich nog gefinancierd te krijgen.(uitgezonderd PV-projecten die eigenlijk meer als financieel product gezien worden aanleunend aan de bouwsector en veel minder een energieproduct zijn)
Ook in België zijn er momenteel nog vele zaken die kunnen verbeteren, naast de gekende problemen om toegang te krijgen tot het distributienetwerk(bijvoorbeeld in West-Vlaanderen maar in het algemeen in Eandis gebied) is er ook een bijkomend probleem van een aansluiting via het Elia-netwerk. Indien je als kleine opwekker toch via het Elia-netwerk wenst aan te sluiten dan wordt de financiering een hele kluif daar de garantstellingen verschillen. Hiermee bedoel ik dat de minimumwaarde gegarandeerd veel lager is op het hoogspanningsnet waardoor de banken extra garanties gaan vragen zoals bijvoorbeeld extra eigen vermogen. De regelgever zou er op korte termijn voor kunnen zorgen dat deze discriminatie wordt weggenomen door de garantstellingen op de waarde van het certificaat gelijk te stellen ongeacht via welk netwerk je aankoppelt. Zeker met de huidige problemen op het distributienet van voornamelijk Eandis is het van belang dat ieder netwerk dat kan bijdragen ook effectief gebruikt wordt. We gaan dan ook in overleg gaan met de verschillende regelgevers om beter te begrijpen waarom dit extra obstakel aanwezig is.