Energie-Blog

André Jurres

20 jun 2016
145

Altijd leuk als de winnaar uit onverwachte hoek komt of ook weer niet? Dat een oliegigant als winnaar uit de bus komt voor de overname van Lampiris hoeft nu ook weer niet te verrassen daar ook deze op zoek zijn naar nieuwe markten gezien hun eigen markt niet in al te beste doen is en ook nog eens weinig toekomst biedt.

De overname prijs mag gerust astronomisch genoemd worden gezien de huidige marges in onze sector, maar als men bereid is om deze entry prijs te betalen in de consumenten markt voor elektriciteit en gas dan schrijft men later wel een groot deel af in de boeken als goodwill.

Aan de andere kant is de overname van een relatief kleine speler nu ook weer niet van dien aard dat er in de markt iets gaat veranderen. De verankering van Lampiris bij een oliegigant zorgt in ieder geval voor continuïteit want deze was verre van zeker. Het gebrek aan zicht op waar het heen gaat in onze sector is een loden ballast op de ruggen van vele energiebedrijven en dus ook Lampiris.

Om een storm uit te zitten heb je nu eenmaal een brede rug nodig en de balans van Total heeft deze. Alleen begrijpt ook Total wel dat door deze overname je bijna verplicht bent om verder te gaan in zowel overnames als het uit bouwen van nieuwe activiteiten gezien de huidige zo goed als geen toegevoegde waarde meer hebben.

In ieder geval heeft de nieuwe eigenaar de middelen om een goed uitgekiende strategie en uitbouw te betalen en wellicht een nieuw elan te geven aan een sector die zichzelf voor een deel opnieuw moet uitvinden.

Afgelopen donderdag was ik in Brussel in het huis van de toekomst waar de nieuwe Vlaamse minister van Energie Dhr. Tommelein een nieuw initiatief aankondigde. Samen met een aantal instanties en ondernemingen willen zij concreet vorm geven aan de uitbouw van een Vlaamse energievisie/pact en hiervoor gaan ze ook 150 burgers uitnodigen om nieuwe ideeën een kans te geven. Toeval of niet want in Nederland hebben ze met het energieakkoord iets gelijkaardigs gedaan en de oefening zelf was toen ook een succes.

Hopelijk wilt men wel leren van de fouten van het Nederlands energieakkoord want dat blonk nog te veel uit in vaagheid en vooral het gebrek aan concrete tijdslijnen voor de afgesproken doelstellingen met ook voldoende afdwingbaarheid. Welk akkoord dan ook zonder harde doelstellingen met mogelijke sancties zal altijd leiden tot vertragingen tot het behalen van dezelfde doelstellingen. We zijn allemaal groen zolang het maar geen impact heeft op onze welvaart en manier van leven.

De Vlaamse overheid zelf doet trouwens ook vrolijk mee aan vrijblijvende uitspraken zoals we willen minstens 20 waterstoftankstations of 2 á  300 CNG tankstations, maar ondersteuning geven kunnen we niet. Dat is in ieder geval de teneur die ik te horen kreeg van verschillende gefrustreerde instellingen en ondernemingen die zelfs bereid zijn om mee te investeren in deze nieuwe brandstoffen ook al rijden de voertuigen nog niet in onze straten. Deze kip- of ei situaties zijn schering en inslag wanneer over concrete doelstellingen gesproken wordt en men moet begrijpen dat om een omelet te maken men eieren moet breken.

Welke visie/pact dan ook, zonder becijfering heeft dit geen zin (lees bottom-up berekeningen). De truc van een succesvolle strategie met onderbouwing bestaat eruit om een investeringsklimaat te creëren waarin de ganse samenleving zijn geld wilt steken. Dat ieder waterstoftankstation 2 miljoen euro kost zal op tafel moeten komen zonder dat de overheid dit op tafel hoeft te leggen. Wellicht kunnen zaken zoals verhoogde investeringsaftrek al enig soelaas bieden of de vrijstelling van enige taksen zolang deze nieuwe vormen van brandstof geen groot marktaandeel hebben. Tegelijkertijd dienen de taksen op fossiele brandstoffen een stuk omhoog om het verschil nog groter te maken.

En hier zien we direct de achilleshiel van iedere visie/pact op Vlaams niveau, de bevoegdheden zijn slechts beperkt en overleg (lees akkoord) met in eerste instantie het federale niveau is nodig gevolgd door de andere gewesten en last, but not least voor een deel met Nederland en Luxemburg. Wij zijn als Vlaanderen geen eiland en heeft een visie alleen dus weinig zin als ze niet in een grotere visie kan ondergebracht worden.

Dat het federale vlak in een coma geraakt is, sinds begin december de oudste kerncentrales langer werden opengehouden is een open deur intrappen, maar nu een half jaar later er nog altijd zo goed als niks kan men beginnen spreken van nalatigheid of sabotage. Het is mij een raadsel waarom Minister Marghem zo talmt met de opstart van de werkgroepen voor het uitbouwen van een energiepact/visie want ze kan er haar voordeel mee halen. Dat haar politieke hachje al enkele keren onzeker is geweest het laatste jaar kan dan wel waar zijn, ze heeft het overleefd en nu aan de slag. De zomer zal echter voorbijgaan en zitten we weeral in het najaar voor nieuwe contacten mogelijk zijn. De verkiezingen komen steeds dichterbij en het moge duidelijk zijn dat een energiepact verder weg is dan ooit en zelfs onwaarschijnlijk voor de volgende verkiezingen.

Toch zeker een die gedragen wordt door zowel het federale, gewestelijke als de buurlanden. Jammer want als er ooit een goed moment geweest is om een visie te kunnen financieren dan is het wel nu, geld zal nooit meer zo goedkoop worden. Dat men deze kans niet grijpt is moeilijk te begrijpen, maar het natuurlijk nooit te laat. Wellicht kan het initiatief van Vlaanderen iets in beweging zetten op de andere niveaus.