Energie-Blog

André Jurres

31 jan 2011
116

Vorige week werd aangekondigd dat nog nooit zoveel gezinnen in Vlaanderen van leverancier zijn verandert als in 2010. Men kan wel zeggen dat dit is ondanks de slechte liberalisering en ook een teken dat de klanten beter geïnformeerd en georganiseerd zijn en anderzijds ze meer bewust zijn van deze kost. Na zeven jaar keuze beseffen de meeste klanten dat er geen technische risico's verbonden zijn aan welke leverancier je ook kiest. Wilt dit zeggen dat de liberalisering dan een succes is, nee niet echt want de marktopening blijft klein en de kleinere spelers heel kwetsbaar.  De crisis sinds 2008 heeft ons wat tijd gekocht maar de fundamentele zwakten zijn er nog steeds in de marktwerking, als morgen de energieprijs terug stijgt(groothandelsprijs) naar midden 2008 niveau dan gaan de kleinere spelers terug in de rode cijfers gaan.  Het uitblijven van een liberalisering op het vlak van productie in de elektriciteitsmarkt is een van de oorzaken van deze kwetsbaarheid.  De aangekondigde investeringen van Nuon en Essent die daarna gewoon de diepvries in zijn gegaan geven een andere indicatie, hoewel de waarheid dient te zeggen dat er ook andere redenen zijn dan alleen maar een slechte marktwerking om een investering te annuleren (Nuon ging een 400MW gascentrale bouwen in Seneffe en Essent in Genk).  Bijvoorbeeld de deze week door Vattenfall aangekondigde afschrijving op een deel van het overgenomen Nuon ter waarde van 500 miljoen € lijkt me ook geen slechte reden om investeringen te schrappen.  Men mag trouwens verwachten dat Vattenfall in 2012 nog wel meer zal afschrijven op zijn aankoop van Nuon (de Goodwill die betaald is geworden voor de aankoop van Nuon zal eerder naar de 1 tot 2 miljard € kunnen gaan).
De meer dan 200 fusies en overnames in de energiesector sinds de zogenaamde start van de liberalisering in Europa zijn voor een deel gewoon een slechte zaak voor dezelfde liberalisering.  Nu pleit ik niet voor een explosie van spelers maar het is wel belangrijk dat iedere nationale markt een minimum van vier tot vijf evenwaardige spelers heeft (qua grootte dus dit wil zeggen geen partijen boven de 25% totale marktaandeel in productie en klanten).  In België hadden we historisch niet veel spelers (lees eigenlijk een tot anderhalf) dus dient men in dit soort markten eerder de dominante marktpartij veel kleiner te maken maar in Nederland bijvoorbeeld waren er in 2001-2002 nog meer dan 25 regionale spelers en vandaag zijn er nog een handvol over waarvan slechts twee van enige grootte (lees Eneco en Delta).  Europa dient een halt toe te roepen aan de escalatie van fusies en overnames want deze dienen in eerste instantie niet het belang van de liberalisering maar logisch gezien het creëren van aandeelhouderswaarde (op zich geen enkel probleem mee als een markt goed functioneert maar vandaag kan men dit in Europa moeilijk zeggen).
Het blijft echter een bemoedigend signaal dat de klanten van leverancier blijven veranderen ondanks al de marktgebreken, de groepsaankoop in Antwerpen waar 30.000 gezinnen op in gingen is ook een goed voorbeeld dat mits begeleiding grote groepen hiervoor te activeren zijn. In een debat waar ik zondagmorgen heb aan deelgenomen op ATV gaf ook Europees parlementariër Dirk Sterckx toe dat de liberalisering tot nu toe dode letter is gebleken en dat er nu echt moet gehandeld worden.  Eén van de eerste pijlers zou nu moeten zijn om een sterke Europese regelgever in het leven te roepen gevolgd door volledig autonome nationale regelgevers met ruime bevoegdheden.  Deze regelgevers dienen dan aan het parlement rechtstreeks jaarlijks te rapporteren (aan bijvoorbeeld de energiecommissie) zodat deze onafhankelijkheid ook 100% gewaarborgd blijft.  Wat mij wel opvalt is dat om de zes maanden de vraag voor een betere liberalisering opborrelt om dan weer te verdwijnen.  Dit komt vooral door toevalligheden omdat de media lucht krijgen van gedupeerde klanten en hierdoor het structureel probleem opnieuw aan de kaak stellen, zowat alle politici zijn het trouwens eens dat er dringend werk moet gemaakt worden van een echte goed functionerende markt en het is dan ook opvallend dat men er vervolgens alles aan doet om het status quo te behouden.