Energie-Blog

André Jurres

3 okt 2011
138

Deze week ben ik een paar keer naar de site in Tongeren geweest waar ze een biogasinstallatie aan het bouwen zijn, die hoofdzakelijk op lokaal geteelde energiemaïs zal werken. Door het mooie weer heerst er een grote bedrijvigheid, niet alleen door de bouw van de centrale, maar ook door het af en aan rijden van tractoren met de geoogste energiemaïs. Er wordt minstens 14 tot 16 uur per dag gewerkt gedurende enkele weken om de hele oogst op de site binnen te krijgen. Zowel de landbouwers, loonwerkers als de verantwoordelijken voor de bouw van de centrale zijn dag en nacht op de site. Een mooi staaltje van ondernemerschap en totale inzet van iedereen, hierdoor besef ik maar al te goed wat echt hard werken is. Wie zegt dat duurzaam produceren niet keihard werken is moet eens komen kijken. Op 17 oktober is trouwens de eerste steenlegging om zo toch even stil te staan bij deze belangrijke fase en ook om onze strategische partner voor te stellen in dit project. Opnieuw wacht een buitenlands energiebedrijf om in België te introduceren en ze hebben gekozen voor ons als lokale partner, het spreekt vanzelf dat we hier trots op mogen zijn! 

 

Verder was ik deze week uitgenodigd door het ministerie van Buitenlandse Zaken om deel te nemen aan een debat over onze energiemarkt en meer bepaald over de toekomst van ons productiepark. Gezien ik graag in oplossingen blijf denken geef ik hier een kleine opsomming van een aantal ideeën.

 

Probleemstelling: België kampt niet alleen met een oud productiepark, maar ziet zijn tekort aan vermogen (elektrisch) jaar na jaar toenemen door het uitblijven van nieuwe (toch aangekondigde) investeringen. Tegen 2015 loopt dit toch al snel op tot 2.000-3.000 MW en bereiken we de echte pijngrens (lees mogelijke black-outs). Voor je met ideeën of oplossingen kan komen, moet je toch nog even stilstaan bij het probleem of de oorzaak ervan. Historisch gezien is onze productie hoofdzakelijk in handen geweest van een partij. Hierdoor ontstaat logisch gezien een rem op nieuwe investeringen, want de privé-eigenaar van een centrale wil zo lang mogelijk aan winstmaximalisatie doen. Voor de duidelijkheid toch nog even stellen dat dit niet de fout is van de historische dominante marktpartij, maar van de politiek die dit heeft toegelaten. Een andere belangrijke reden of gevolg van afgeschreven centrales is dat de groothandelsprijs voor elektriciteit vandaag veel te laag is om nieuwe investeringen te kunnen doen. Zonder enige zekerheid op continuïteit van marge kun je onmogelijk een berekening maken van het rendement van centrales (iets wat in het verleden perfect kon). (Dit wil niet zeggen dat we terug moeten naar een gereguleerd tarief want dat gaat niks oplossen.) Want we moeten toch ons ganse productiepark vervangen de komende 20-30 jaar (lees deze kost zal toch in het eindtarief worden doorgerekend). 

 

Het idee wat wij al een aantal jaren geleden hadden gelanceerd in de wetstraat met name het Single Buyer principe (lees de overheid plaatst zich tijdelijk tussen de producent en de groothandelsmarkt om zo een eerlijker speelveld te forceren) lijkt voor een deel al niet meer mogelijk door de Europese 3<sup>de</sup> richtlijnen die nu moeten geïmplementeerd worden door de lokale regeringen. Jammer, maar blijkbaar mag er vanaf nu niet meer aan het verleden geraakt worden zegt DG Com. Wellicht toch nog even navragen, want België moet toch een voorbeeld worden in Europa qua liberalisering. We kunnen gelukkig nog wel de toekomst bepalen en hier werd het idee om nieuwe grootschalige productie in consortium te laten bouwen (lees geen een partij mag of kan meer dan 20% van een centrale en zijn output bezitten) positief onthaald. Zo kunnen zowel de historisch dominante marktpartijen een positie in België behouden (maar wel veel kleiner) als nieuwe spelers ook echt een kans krijgen. Tevens kan onze grootindustrie dan ook mee een rol spelen om zo hun lange termijn kostprijs beter in de hand te houden.

 

Verder is het idee om producenten en leveranciers te scheiden (lees als je het een doet mag je het ander niet doen) een idee dat zeker het bekijken waard is. Per definitie zou deze maatregel blijven gelden zolang er geen optimale marktwerking is en er ook voldoende concurrentie is. Een uitzondering dient wel gemaakt te worden voor de kleine duurzame spelers zoals Ecopower. Bijvoorbeeld daar investeringen in kleinschalige duurzame energie niet vanzelfsprekend zijn (nee, zelfs niet met ons huidig subsidiesysteem dat zelfs op een aantal vlakken niet toereikend is) en zij niet het voordeel hebben van schaalgrootte. Ook moeten duurzame spelers onafhankelijk genoeg kunnen zijn om zo te kunnen blijven groeien.