Energie-Blog

André Jurres

1 jul 2013
129

Buiten de problemen die Nederland heeft met het behalen van zijn duurzame doelstellingen dient men wellicht ook te overwegen om zijn energiebedrijven terug te nationaliseren.  Hiermee bedoel ik dat het verkopen van de bedrijven Nuon en Essent een historische vergissing is geweest als je kijkt naar hun werking sindsdien. Ook de overnemers Vattenfall en RWE hebben nog maar zeer weinig plezier beleeft aan hun investering.

Vattenfall heeft al grote sommen afgeschreven op zijn initiële aankoopprijs en dient dit zeker nog te doen. Hetzelfde geldt trouwens ook voor Essent dat ook lijdt onder de aanhoudende slechte marktvoorwaarden. De provincies en gemeenten die deze bedrijven hebben verkocht aan een veel te hoge prijs kunnen nu een goede zaak doen door deze bedrijven terug te kopen. Dit ook daar deze bedrijven ongetwijfeld hun cash positie willen verhogen ook al betekent dit dat ze nog meer zullen moeten afschrijven (afschrijven is kiezen voor korte pijn want kan eenmalig gebeuren bij verkoop).

Hoe langer ze wachten, hoe lager de waarde wordt van deze bedrijven, daar  investeringen uitblijven en het productiepark dus steeds ouder wordt en de klantenafdelingen vertegenwoordigen slechts een klein deel van de waarde. Wat zijn deze bedrijven nog waard vandaag de dag? In ieder geval veel minder dan enkele jaren geleden en ik kan me voorstellen dat ze teruggekocht kunnen worden voor de helft van datgene wat toen betaald werd.

Of dit gaat gebeuren is vandaag weinig waarschijnlijk maar op zich zou het een goede zaak zijn. Zo kunnen deze bedrijven terug een lokaal management uitbouwen dat een strategie kan ontwikkelen voor het land zelf.  De teloorgang van bedrijven als Nuon en Essent heeft tot gevolg gehad dat investeringen zijn teruggeschroefd (ook al omdat de kopende bedrijven Vattenfall en RWE toch hun (te) duur betaalde aankopen dienen terug te verdienen). Een bedrijf dat geen lokale verankering heeft zal altijd eerst kiezen voor zijn thuisland. Zeker in tijden waar de economie slabakt zie je automatische reactie om voor zijn nationale belangen te kiezen.

Het feit dat Nederland dit niet meer kan voor zijn energiehuishouding, vermits de twee grote energiebedrijven nu in buitenlandse handen zijn, is een handicap. Men ziet ook aan de resultaten van RWE en Vattenfall zelf dat de aankoop van Nuon en Essent niet geleid heeft tot betere resultaten, nochtans is de aankoop van andere bedrijven toch gedaan om zijn resultaten te verbeteren. Zo niet heb je voor je aandeelhouders toch wel heel veel cash verloren. Blijkbaar worden dit zo soort vragen niet genoeg gesteld op de aandeelhoudersvergaderingen van Vattenfall en RWE.

Als je na een aantal jaren nog steeds niet kunt aantonen dat de aankoop heeft geleid tot betere resultaten bij de moederholding, dan zou de logische conclusie moeten zijn om deze activiteiten opnieuw af te stoten. Wat men nu doet is zijn hoofd in het zand steken en hopen dat de storm wel zal voorbij waaien.

Dat onze economie tot zijn volwassenheid is gekomen en wij nu zullen doorwerken zonder groei (want dat is niet meer nodig) wordt blijkbaar niet als een mogelijkheid aanvaard.  Alsof ons huidig BNP niet groot genoeg zou zijn, wanneer is het dan wel genoeg?  Het is trouwens vooral onze overheid die verslaafd is aan de naald van groei.

De weg naar een duurzame energiehuishouding is niet eenvoudig maar je dient wel je eigen middelen te gebruiken en daarvoor heb je kennis van zaken nodig. Eneco is simpelweg veel te klein om heel Nederland naar dit resultaat te leiden en heeft versterking nodig. Eneco heeft trouwens nog niet zo lang geleden beslist om te stoppen met de ontwikkeling van biogasinstallaties en plooit zich bijna volledig terug op de bouw van windmolens.  Windmolens alleen zijn echter niet de oplossing en dus zullen we alle vormen dienen te bouwen.

Ook al zijn er de laatste jaren eigenlijk wel een aantal nieuwe gascentrales gebouwd in Nederland (en België in minder mate), deze staan maar werkeloos toe te zien. Er is zelfs sprake dat nieuwe centrales zelfs gedeeltelijk zouden ontmanteld worden en verkocht worden aan landen buiten Europa zoals India waar men nog behoefte heeft aan meer capaciteit. Dat deze verkopen met grote verliezen gebeuren is geen verrassing.

In Nederland zal ook de overheid eindelijk werk moeten maken van een echte visie op duurzame ontwikkeling en zowat volledig opnieuw beginnen. De geboekte resultaten tot nu toe ten opzichte van de 2020-doelen zijn zo mager dat je gerust mag spreken van een totaal onvoldoende. Die keuzes zou Nederland samen kunnen maken met bijvoorbeeld België om zo tot meer synergie te komen. Eén van de hoofdredenen van het volledig falen van het behalen van de 2020-doelstellingen komt trouwens voort uit de illusie dat landen individueel erin zouden slagen om de energiehuishouding van de toekomst te bouwen.

Eén visie op het behalen van de 2020-doelstellingen en niet 27 lokale interpretaties ervan. Gezien dergelijke wil ontbreekt, dienen een aantal landen het voortouw te nemen maar zoals gezegd moet je daarvoor je eigen bedrijven en middelen hebben.