Energie-Blog

André Jurres

25 nov 2006
144

Deze week ontstond er enige duidelijkheid over de impact van het veranderen van het weekendtarief per 1 januari 2007.  Eerder dit jaar was de beslissing genomen dat het ganse weekend als nachttarief wordt omgezet.  Deze beslissing werd jammer genoeg éénzijdig genomen met weliswaar de juiste motivatie om enerzijds het verbruik beter te gaan spreiden en anderzijds de factuur voor het gemiddelde huishouden te verlichten.
In de media werd deze week duidelijk dat men de impact van deze beslissing niet voldoende heeft bestudeerd.  De sector werd eerder dit jaar geconfronteerd met deze beslissing en kon ze alleen maar gaan uitrekenen en wat de impact zou zijn.
Het werd al snel duidelijk dat de cijfers zwaar rood lieten zien en meetings werden dan ook belegd tussen de sector en de politieke verantwoordelijken.  Het werd vanuit de sector duidelijk gemaakt wat het resultaat was en dat het vooral wederom de nog jonge liberalisering zou zijn die hier de dupe van werd.  De weinige nieuwe leveranciers die actief zijn in het gezinnen segment zagen hun al rode cijfers nog roder worden.  Ook bij de netbeheerders klonk het gemor en zij maakten dit ook duidelijk.  Zoals reeds eerder gezegd zijn de electriciteitsprijzen voor gezinnen al lang niet meer representatief voor de echte kost op de groothandelsmarkt.  Onze bedrijven die vlot 20-25% meer betalen voor hun electriciteit hebben hierover de laatste tijd genoeg over geschreven in de media.  Men schijnt nog altijd niet te begrijpen dat energie een schaars goed aan het worden is en dat daar bovenop alle historische productie hoofdzakelijk in handen is van één buitenlands privé bedrijf. 
Sinds de opening van de markt in Vlaanderen op 1 juli 2003 zijn er verschillende keren beslissingen genomen die de marktwerking danig hebben verstoord, één van de zaken waar ikzelf van dichtbij kennis heb gemaakt was de constant veranderende wetgeving aangaande groene stroom.  Nog geen vier maanden na de introductie van het product groene stroom in Vlaanderen werden de subsidie voorwaarden drastisch gewijzigd door het afschaffen van de vrijstelling van betaling van distributiekost.  De lobby machine van de netwerkbedrijven had zijn werk snel gedaan en men was direct overstag gegaan.  De finale uitkomst van deze snelle beslissing ligt nu bij de Raad van State die in zijn wijsheid al twee keer een voorlopige schorsing had uitgesproken in het nadeel van deze beslissing.  Een finale uitspraak zal hopelijk deze situatie definitief uitklaren.
Waar bijvoorbeeld nog veel ruimte voor verbetering is van het tarief zijn de distributietarieven of netwerktarieven voor het gebruik van het lokale net.  Deze week werd duidelijk onze tarieven bij de hoogste van Europa horen en eigenlijk als men de omrekening maakt per inwoner per vierkante kilometer onze tarieven door het dak schieten.  Wetende dat onze bevolkingsdichtheid bij de hoogste in de wereld is wil dit zeggen dat men per aansluiting aanzienlijk minder meters moet trekken.  Zelfs bij een halvering van het tarief zou dit nog voldoende zijn om een efficient netwerk te beheren.  Nieuwe investeringen kunnen dan voor de termijn van de afschrijving aan een iets hoger tarief geïntegreerd worden.  Een tijdje terug is al eens voorgesteld om één netwerkbeheerder te maken aan één tarief.  Dit zou in ieder geval de efficientie zeker verhogen en de berekening van een correctie kostprijs transparanter maken voor de federale regulator.  De wil om dit te doen is echter zeer beperkt gezien de hoeveelheid intercommunales en het aantal zitpenningen.  Hetzelfde geldt natuurlijk voor het terugbrengen van het aantal regulatoren.
De juiste prijsbepaling voor een eenheid energie is iets wat gevoelig blijft in vele landen en men ziet dan ook de constante interventie op alle niveau’s en mensen met goed bedoelde ideeën.  Door het ontbreken van enige concurrentie op productievlak en de internationale druk op de grondstoffen is de hele liberalisering onder druk komen te staan.  Het oprichten van een sterke Europese regulator dringt zich op om deze neerwaartse trend om te buigen.