Energie-Blog

André Jurres

16 sep 2008
298

Deze week stond er een interessant artikel in een Nederlandse krant over de ontwikkeling van windmolenparken op zee of vooral het gebrek daaraan.  De projectontwikkelaars schreven daar vooral over het oerwoud aan regels bij minstens vijf verschillende ministeries gevolgd door ook de constante verandering ervan.  De verandering van de ondersteuningsregels(lees subsidie) heeft er ook toe bijgedragen dat het vertrouwen geschokt is.  Zelf heb ik dit in Vlaanderen ook al mee gemaakt en wat vooral opvalt, is het herhalen van dezelfde fouten. Regel nummer een zou moeten zijn dat geen enkele regel wordt gewijzigd zonder overleg en akkoord met de sector.  Internationaal wordt over Nederland gesproken als zijnde onbetrouwbaar als het aankomt op stabiele regelgeving voor de ontwikkeling van duurzame energie.  Dat investeerders(en banken) vooral stabiliteit en een laag risico nastreven zou toch stilaan wel duidelijk moeten zijn.  Wat betreft hebben we in België tot nu toe een stabiel systeem dat gebruik maakt van een certificaat per geproduceerde MWh, het is de vraag of de bevoegde instanties bij ons kijken naar wat er over de grens gebeurd en beseffen dat ons certificaten systeem een voorbeeld is dat andere landen zouden moeten invoeren.  Dan zouden de certificaten trouwens uitwisselbaar kunnen zijn en dat was nu net de bedoeling van Europa, vrij verkeer van goederen en diensten.  Aan de andere kant staat ook vaak een misbruik van regels in het begin van een systeem door de markt omdat er teveel cadeaus worden gegeven.  Zie maar naar voorbeelden zoals de subsidies in Spanje voor zonneprojecten, de windmolen parken in Duitsland maar deze zijn vooral te wijten aan een slechte voorbereiding.  Het berekenen van een fair rendement op een investering is geen onoverkomelijke zaak voor de beleidsmakers die dit trouwens in overleg met de sector kunnen doen.  Zelf zijn wij ook met een project bezig waar de tweede vraag die gesteld wordt is of de subsidie betrouwbaar is, de regeringen zullen er toch in moeten slagen om een stabiel kader te creëren om voldoende investeringen aan te trekken om tegen 2020 20% van onze energie duurzaam te maken.