Energie-Blog

André Jurres

27 jun 2011
116

Deze week hebben onze vier ministers voor het eerst samen gezeten om de violen wat beter op elkaar af te stemmen. Dat dit geen overbodige luxe is wordt wel bewezen door de gebrekkige marktwerking, de vele projecten die worden aangekondigd en dan in de ijskast verdwijnen en het acute gebrek aan kennis van wat er aan de andere kant van de grens gebeurt. 

Daar er echter geen beleid is, is de communicatie van afgelopen vrijdag toch vaag en varen ze eigenlijk in het duister. De Creg heeft nu blijkbaar de opdracht gekregen om een lijstje te maken met de projecten in aanmaak, een werk dat niet lang zal duren vermits er niet veel wordt gebouwd.

Het constante spel over het al dan niet openhouden van de kerncentrales is niet van dien aard dat investeerders staan te springen om in België projecten te gaan ontwikkelen. Hoe lang gaat het nog duren voordat geweten is of de drie oudste centrales nu toch dicht gaan per 2015? Er wordt gezegd dat de nieuwe regering dit zal beslissen, maar wie weet wanneer deze zal ontstaan.

Positief lijkt me dat de ministers het toch eens lijken te zijn dat wanneer nieuwe projecten zich aankondigen deze in de toekomst wellicht op ondersteuning kunnen rekenen in het administratieve proces. De parallel tussen het vage taalgebruik door gebrek aan energiebeleid op zowel nationaal als regionaal niveau vertoont een grote gelijkenis met het voornemen van het uitbreiden van een nieuw Vlaams energiebedrijf (VEB). Als men geen beleid heeft, is het ook logisch dat je moeilijkheden hebt om te zeggen wat een nieuw initiatief gaat doen.

De 29<sup>ste</sup> juni zal er in het Vlaamse Parlement gedebatteerd worden over het Vlaams energiebedrijf en dat is hoognodig. De ambities moeten dringend naar boven bijgesteld worden, want men heeft een zeer mager beestje in het vooruitzicht gesteld. Heb deze week voldoende kunnen overleggen met collega's uit de sector en goed nagedacht over wat het bedrijf nu moet gaan doen en vooral wat niet. Natuurlijk moet men de privésector geen concurrentie aandoen, maar de vraag is wat is er al privé en wat is er al voldoende succesvol?  

De verschillende fracties in het parlement moeten eisen dat als je een speerpunt maakt van iets dat de objectieven duidelijk genoeg zijn en ambitieus genoeg. Als je meer dan 200 miljoen euro vrijmaakt voor de start van een bedrijf dan mag je enige ambitie koesteren zolang je maar genoeg focus behoudt.

Als het enigszins kan, niet van nul beginnen, maar een succesverhaal zoeken en dit wellicht integreren in het nieuw, Vlaams energiebedrijf. Ik zou het bedrijf al zeker niet Vlaams noemen want dan ga je weer op in de beperking en energie heeft geen grenzen zoals een ieder in de eerste les te leren krijgt over onze sector. Het aanbieden van ESCO-diensten of het bundelen van energiestromen van derden is geen visie, missie of een basis voor een bedrijfsplan. Wat is eigenlijk het doel? Is het bijvoorbeeld werkgelegenheid dan kies je voor arbeidsintensieve doelen, is het meer concurrentie in de markt brengen, start dan een leverancier (niet mijn idee maar concurrentie bevorderen betekent natuurlijk ook zelf actief worden). Zonder duidelijk doel is het zelfs voor industrie-experts niet gemakkelijk om advies te geven waar we moeten op focussen. Deze oefening is nodig, want anders blijft het een speeltje voor politici die postjes willen benoemen en dat wilt toch niemand?

Kies enkele speerpunten, bijvoorbeeld samen met de privésector een objectief stellen voor de bouw van biomassa-installaties die groen gas produceren vermits dat deze sector nog veel groeimogelijkheden heeft. Vervolgens een beleid stimuleren in Vlaanderen en daarbuiten om dit groene gas rechtstreeks te injecteren in het gasnet en anderzijds ook gebruiken voor transportdoeleinden. Ten tweede samen met de privésector een netwerk van CNG-stations bouwen in Vlaanderen zodat er goede dekking is en ten derde als overheid mensen aanzetten om biogas wagens te gaan kopen (zijn er ook al). Dit is slechts bedoeld als voorbeeld, maar dit geeft tenminste duidelijkheid in de richting, duidelijkheid in de doelen en consequentie in de objectieven in het verduurzamen van onze energiehuishouding. Naast onze energiesector is de transportsector een van de grote vervuilers. Ten laatste wellicht de veeteeltsector ondersteunen door te stoppen met industriële varkens- en koeienfabrieken (er zijn 1.3 miljard koeien in de wereld die op hun eentje de tweede grootste uitstoot van Methaan veroorzaken, methaan is ongeveer 23 keer zo schadelijk als CO2).