Energie-Blog

André Jurres

8 mei 2017
143

Het nieuws over onze sector werd op het laatste van vorige week beheerst door de aankondiging dat de Vlaamse netwerkbedrijven Eandis en Infrax goedkeuring hebben gekregen om één bedrijf te worden.

Na het afspringen van de verkoop van een klein deel van Eandis aan een Chinees staatsbedrijf nog niet lang geleden kon deze fusie dan ook in een stroomversnelling komen. Met minister Tommelein als aanjager voelen de netwerkbedrijven de hete adam in hun nek ook al stonden ze zelf ook al positief tegenover het samensmelten.

Dat de fusie nog niet voor morgen is gezien de complexiteit van beide structuren wordt ook wel bevestigd, maar vanuit efficientie oogpunt blijft dit een goede maatregel. Natuurlijk werden er direct vragen gesteld vanuit de media of dit onze elektriciteitsfactuur gaat laten dalen en is enige nuance wel op zijn plaats.

We zullen eigenlijk pas over enkele jaren kunnen uitrekenen gebaseerd op een vergelijking van de werkingskosten van vandaag of de fusie ook een reductie zal gaan inhouden, maar het zal op zijn minst de een dempend effect hebben op de toekomstige prijsstijgingen. Dat men zoals steeds focust op de kost en mogelijke prijsdalingen is begrijpelijk alleen gaat zo te veel aandacht naar het korte termijn effect.

Tevens is er sprake van een beursgang alleen jammer genoeg niet van het netwerkbedrijf, maar van een holding er boven die dan duurzame investeringen kan gaan doen. Hierover is het nog te vroeg om een oordeel te vellen, maar in principe ben ik wel voor een netwerkbeheerder die zich uitsluitend op zijn kerntaken focust en niet op de andere delen van de energiewaardeketen.

Het ontwikkelen van windmolenparken in binnen- en buitenland hoort daar zeker al niet bij en de uitdagingen bij het netwerkbedrijf zijn gigantisch genoeg als men naar de toekomst kijkt. Het slimme netwerk van de toekomst heeft behoefte aan heel andere zaken dan vandaag, sturing van alle aangesloten toestellen via IOT (Internet of Things) applicaties is onontbeerlijk en hiervoor zal de regelgeving ook moeten aangepast worden. Decentrale opslag diep in het netwerk, nieuwe distributienetwerktarieven, microgrids, warmtenetten, etc..

De lijst is lang en de middelen zeker niet onuitputtelijk, mijn boodschap dat de investeringen in de toekomst een prijsverhoging tot gevolg zullen hebben stuiten keer op keer op hevige reacties die op zich begrijpelijk zijn gezien meestal de rest van mijn stelling niet wordt opgenomen. Dat andere kosten gaan dalen wordt vaak vergeten gezien onze olie en gasfacturen ook aanzienlijk zijn en voor een groot deel kunnen wegvallen.

Beloftes of suggesties maken over mogelijke prijsdalingen hebben altijd tegen onze sector gewerkt, of het nu was op het moment dat de markt geliberaliseerd werd en de politiek in koor riep dat nu de prijzen zouden gaan dalen, totdat Bush Irak binnenviel. Dat de liberalisering er wel voor zorgt dat aan de laagst mogelijke prijs wordt gewerkt en er dus wel degelijk een dempend effect is kan er niet voor zorgen dat de perceptie keert.

Ook de duurzame sector wordt keer op keer weggezet als poenpakkers, enkele jaren geleden met de zogenaamde oversubsidiering van de zonnepanelen en nu weer met de windmolenparken op zee. Het bashen van de sector is nu eenmaal een klassiek gegeven geworden en hierdoor legt men wel een hypotheek op het broodnodige draagvlak om de transitie te kunnen maken.

Doch is het verfrissend dat minister Tommelein ondanks de vele tegenkantingen van collega’s die tegen verandering zijn hij toch recht gaat staan en met veel voluntarisme er tegen aan gaat. Hopelijk zingt hij de rit uit gezien hij het stokje al heeft overgenomen van mevrouw Turtelboom. De verkiezingen beginnen al volgend jaar en vaak ziet men dan wel al verschuivingen.

Tegelijkertijd dook in de media ook weer een oud monster op met Doel 1 en 2 die wederom slechte punten gekregen heeft van de Fanc. Wellicht nog belangrijker nieuws op termijn want vroeg of laat zal het geduld toch wel op zijn en gaan deze oudste centrales terecht gesloten worden.

Dat vorige week de bevoegde Europese Commissaris op bezoek was in België was niet meer dan een voetnoot gezien zijn boodschap toch wel wat wenkbrauwen deed bewegen. Plots zijn we goed bezig en bij de betere leerlingen en wat vooral opviel was het discours van minister Marghem dat de doelstellingen van 2020 niet zo belangrijk zijn en dat de focus beter op 2030 gericht kan worden. Ook hier zit een grond van waarheid op voorwaarde dat uitstel geen excuus wordt en de woorden klonken dan ook heel hol gezien er nog geen enkele onderbouwing is om haar stelling te staven. Uitstellen kan perfect aanvaardbaar zijn als je een uitrolplan hebt met middelen dat aantoont dat het objectief in 2030 op een betere wijze kan gehaald worden dan in plaats mordicus overal windmolens te gaan plaatsen zonder visie op het total plaatje. Dat deze minister tot nu toe nog een leeg blad moet presenteren is toch wel heel pijnlijk te noemen en was het dus des te opvallender dat de Europese Commissaris hier een bloemlezing kwam geven.