Energie-Blog

André Jurres

5 dec 2016
143

Voor mij stond vorige week vooral in het teken van de jaarlijkse bijeenkomst van een aantal energiebedrijven (banken, consultants en publieke instellingen zoals de Europese Commissie) in Wenen tijdens de conferentie Power waar ik sinds tien jaar aan deelneem als voorzitter en participant. Zoals steeds probeer ik te zoeken naar de rode draad waar de industrie naartoe gaat of aan denkt. Ook de onderwerpen zijn deze keer uitgebreid naar andere facetten van de energiewaardeketen zoals netwerk en marktwerking.

Het congres begon al goed met een spreker van de Europese Commissie die al een blik gaf op het winterpakket waar de commissie een dag later mee zou uitpakken. Dat dit nieuwe pakket aan maatregelen weinig verrassing inhoudt kwam ook door het gegeven dat de maatregelen al gelekt waren in de pers. Centraal in dit pakket staat de consument of beter gezegd de toekomstige "prosument" (empower the people) die de markt danig zou gaan veranderen.

Eén van de interessante ontwikkelingen is de zoektocht van energieleveranciers naar nieuwe diensten waarmee ze hun bestaansrecht opnieuw willen verzekeren. In Nederland was net een proefproject afgerond waarmee een 150 huishoudens met alle slimme toepassingen waren uitgerust zoals zonnepanelen, zonneboilers, warmtepompen, waterstofopslag en omzetting ervan, digitalisatie van het lokale net, enz.

Met succes is aangetoond dat er een verbetering mogelijk is tot 30% op het vlak van energieverbruik door samen gebruik te maken van elkaars technologie en natuurlijk het piekverbruik zoveel als mogelijk af te vlakken door de centrale sturing. De vraag is natuurlijk wat de terugverdientijd is voor de consument zelf als hij al deze investeringen zelf dient te betalen maar dat was niet het eerste doel van dit proefproject.

Terugkomend op het winterpakket van de Europese Commissie ziet men wel dat de ambities eerder beperkt zijn en de afdwingbaarheid veel te wensen overlaat. Er zijn geen individuele doelstellingen meer per land. De landen dienen alleen aan te tonen hoe ze vooruitgang denken te gaan maken mits een energievisie/plan. Dat wordt voor België alvast geen sinecure gezien de status waarin de diverse plannen zich bevinden. Ook zijn de objectieven in het klimaatakkoord van Parijs dusdanig dat Europa een grote tand zal moeten bijsteken om toch nog de uitstootreductie te kunnen waarmaken tegen 2030 en verder.

Dat vorige week in Gent een Vlaamse klimaattop plaatsvond kan dan wel een stap in de goede richting zijn het blijven toch eerder accenten en geen fundamentele keuzes. Natuurlijk is het positief als bedrijven zich verbinden tot het reduceren van hun uitstoot maar veel van deze intenties lagen al vast en zijn eerder het minimum. Zelf kon ik er niet bij zijn vanwege andere verplichtingen maar ik heb terugkoppeling gekregen van diverse aanwezigen die mij bevestigden dat het vooral een strak geregiseerde organizatie was vanuit de politiek om toch maar voor de bühne (lees de kiezers) duidelijk te maken dat we goed bezig zijn.

Het tegendeel is echter waar zoals ook pijnlijk duidelijk werd door de mededelingen de dag ervoor van Ode en zijn Waalse tegenhanger die een kanonschot afvuurden voor de herstart van de ontwikkeling van duurzame energie in Vlaanderen en Wallonië. Dat de motor is stilgevallen is voor velen allang duidelijk maar wellicht nog niet genoeg doorgedrongen in politiek Brussel. Ongeacht mooie intenties zoals het project in Lommel waar men een zeer groot zonnepark gaat ontwikkelen (nog niet duidelijk hoe men dit rendabel gaat maken) is de machine van nieuwe duurzame energie zogoed als stilgevallen. Wat nog gebouwd wordt is vooral gebaseerd op het verleden zoals de windmolenparken op zee die al onder vuur liggen nog voor ze gebouwd zijn. Zelf merken wij dit ook binnen ons bedrijf daar we vooral zien dat Nederland nu aktief is met nieuwe ontwikkelingen op het vlak van zon en wind en België in het stuk niet voorkomt. Ook wij hebben nog windmolenparken in ontwikkeling in België maar deze zijn al een aantal jaren in voorbereiding en in Vlaanderen blijft het toch eerder bescheiden.

Terugkomend op Power 2016 in Wenen viel mij ook op dat de EIB (Europese Investeringsbank) niet tevreden is over de ontwikkeling van energiebesparende projecten (Esco) in onder andere de woningmarkt. Ondanks de grote budgetten die aanwezig zijn komen ze maar mondjesmaat binnen en blijft de groei vooral dode letter. De EIB doet een oproep aan lokale instanties om te versnellen maar de schaalgrootte blijft een probleem. Het vinden van lokale partners per land om dit proces te begeleiden blijkt ook moeilijk en vanuit de financiële markt is hier weinig interesse voor wegens te complex (technische beoordeling).

Dat duurzame energie zogezegd mainstream is geworden is een open deur intrappen maar het is toch wel opvallend te noemen hoe snel het is gegaan. En dan valt ook op dat Europa zijn rol als gids van duurzame ontwikkelingen heeft verloren ten koste van China waar de uitrol van duurzame energie drie tot vier keer zo snel gaat (ook qua schaalgrootte). Dat zaken zoals demand response, flexibiteit, capaciteitsvergoedingen en vooral de noodzaak tot vergaande digitalisering ook de bestaande onderdelen verder hebben aangevuld.