Energie-Blog

André Jurres

17 okt 2016
139

De laatste jaren hebben we vaak gelezen dat de mogelijke tekorten van elektriciteit in ons eigen land mee opgelost zullen worden door het importeren van stroom. Laat ik eerst vooropstellen dat het uitbouwen van een grote Europese koperen plaat een goed idee is. Dan toch de gedachte van een hogesnelheidslijn over de landen heen. Echter de communicatie van sommigen om dit voor te stellen als de oplossing blijkt op spanning te stoten met de waarheid.

Eerst moet je kijken wanneer het importeren van stroom nodig is, vaak is dit op momenten in de winter waarop de vraag hoog is en het opgewekte vermogen voor een deel weg kan vallen (lees bijvoorbeeld opwekken door de zon). Wat verontrustend en wederkerend is zijn de verkeerde prognoses over de jaren heen. Nog niet zolang geleden was men in België bang voor stroomtekorten in de winter om dan nog geen jaar later te moeten constateren dat we teveel productie hebben staan.

Het onderschatten of beter gezegd het verkeerd inschatten van vraag en aanbod is niet helemaal onlogisch vermits het per definitie niet eenvoudig is. Een foutmarge is bijna onvermijdelijk en hierover wordt vaak angstvallig gezwegen. Met de uitbouw van duurzame vormen van energie zoals zon en wind wordt deze marge nog groter en de uitspraken over toekomstige behoeften steeds ongeloofwaardiger. Het is voor een hoogspanning netwerkbeheerder ook eigenlijk niet mogelijk om toekomstige inschattingen te maken want daar hebben ze eenvoudigweg niet de juiste organisatie voor.

Het begint bij het kunnen inschatten van technologische evoluties en revoluties en dit vele jaren op voorhand. Verder moet men ook lang op voorhand de vraag gaan inschatten en deze heeft een aantal variabelen. Eén daarvan is de mogelijke economische groei of vertraging hiervan. Zelfs de meeste economisten slagen er meestal niet in om dit correct in te schatten omdat er teveel externe variabelen zijn die een impact hebben op lokale economieën.

De geruststellende communicatie van de Belgische netwerkbeheerder Elia dat we veel investeren in nieuwe grensoverschrijdende verbindingen met onder andere Duitsland en Engeland geeft een vals gevoel van controle. De feiten zijn echter anders, zowat alle netwerkbeheerders in de ons omringende landen verkondigen het heil van meer import of betere verbindingen en dat lijkt me een eigenaardige evolutie. Als iedereen verwachtingen heeft om in de winter op piekmomenten te kunnen rekenen op zijn buren, wie gaat dan exporteren?

Het wordt nog erger als je begrijpt dat zowat alle landen investeren in dezelfde zaken zoals wind en zon en veel te veel focus daarop hebben terwijl ze tegelijkertijd ook even veel focus op zaken zoals opslag en efficiëntie van deze energie zouden moeten hebben. Het niet kunnen controleren van wind en zon op het netwerk is geen optie voor de toekomst en toch gaan de netwerkbedrijven hier veel te laks mee om. Vervolgens klagen ze dat hun netwerk belast wordt en rekenen ze hiervoor dan maar extra lasten aan aan de decentrale producenten (lees injectietarieven, of prosumenten tarieven, e.d.). Het is moeilijk te begrijpen dat regulatoren zomaar akkoord gaan met deze extra kosten zonder ook te vragen voor wat het extra geld gebruikt zal worden en nog belangrijker een idee te krijgen hoe men in de toekomst met 100% hernieuwbare energie gaat omgaan.

De Vlaamse minister Tommelein promoot terecht de verdere uitbouw van decentrale producenten door bijvoorbeeld zonnepanelen te promoten. Alleen zou hij ook de bricolage taksen en heffingen zoals de netbeheerders deze uitvinden moeten afschaffen totdat er een echte energievisie en plan is voor ons netwerk. Niemand gelooft toch dat deze taksen het resultaat zijn van een jaren op voorhand uitgedachte visie op een duurzame samenleving. Het zijn gewoon krampen van bedrijven die overvallen worden door verwachte en onverwachte bijeffecten van al die nieuwe duurzame decentrale productie.

Terugkomend op de strategie van meer import waar ook in België voor wordt gekozen, lijkt het me toch dat een waarschuwing op zijn plaats is als onze Nederlandse vrienden er ineens achter komen dat ze vanaf volgend jaar op piekmomenten in de winter wel eens moeten gaan importeren. Hetzelfde gaat ook voor onze Duitse vrienden gelden vermits de toename van zon en wind en de afname van oude kolencentrales (en kernenergie) ook bij hen dezelfde groeipijnen veroorzaken in de nabije toekomst. Het nieuwe geratificeerde klimaatakkoord van Parijs zorgt nu eenmaal voor een duidelijk objectief (toch te vrijblijvend) en dat is de versnelde afbouw van alle kolencentrales.

Dat Nederland van 28 GW naar 35 GW opgesteld vermogen gaat is verre van een garantie dat op piekmomenten er voldoende energie is vermits het meeste van dit extra vermogen zon en wind zal zijn en dus slechts onregelmatig inzetbaar gedurende geringe tijd. Ook het idee om alle windmolenparken op zee met elkaar te verbinden om elkaar zo te helpen als er aan de ene kant geen wind is en zo stroom naar je buren te exporteren klinkt nobel en goed. Alleen is wind in Noord-West Europa vaak op hetzelfde ogenblik op min of meer dezelfde plaats en zijn de windstille momenten voor bijvoorbeeld de Belgische en Nederlandse kust toch vaak gelijklopend.

Dat Nederland nu al aangeeft dat de kans bestaat dat de eigen productie niet meer volstaat (of toch vanaf 2017) zou gezien moeten worden als een waarschuwing en hier moet een afdoend antwoord op komen. Dat minister Tommelein (Vlaams minister van o.a. energie) vorige week terecht zijn federale collega Marghem opriep tot actie aangaande het uitbouwen van een energiepact/akkoord zal hopelijk enig effect hebben. Ondertussen voeren de producenten de druk op en dreigen ze constant om gascentrales te mottenballen of af te breken en houden ze hun hand op met het idee van capaciteitsvergoedingen. De lobby hiervoor is groot maar zolang dit niet past in een bredere visie zodat je weet waar je naartoe gaat en vooral hoe is dit veel te vroeg. Het aanpassen of het vervangen van ons huidig marktmodel is en blijft op lange termijn de beste garantie en te verkiezen boven welk subsidiemodel dan ook.