Energie-Blog

André Jurres

24 aug 2019
119

Dat Vlaanderen binnenkort een nieuwe regering heeft zorgt ervoor dat diverse ideeën opnieuw boven water komen.  Het idee om de aankoop van stookolieketels in nieuwe woningen te verbieden geeft op zich een goed signaal, alleen lost dit niets op voor de bestaande woningen.  Dat we in Vlaanderen en België nog bijna 1 miljoen huizen hebben die deze vorm van verwarming nog gebruiken noopt tot een beleid dat ook hier oplossingen biedt.

Wil men kans maken om de doelstellingen van 2030 te halen (nadat we deze van 2020 gemist zullen hebben) dan hebben we een breed uitgewerkt klimaatbeleid nodig dat alle elementen onder de loep neemt van onze samenleving.  Voor de sectoren transport, energie, industrie, landbouw en huishoudens hebben we een palet van technische oplossingen nodig waarvan vele al bestaan maar daarom nog niet hun weg vinden in Vlaanderen.

Het energieakkoord in Nederland met zijn 237 bladzijden bewijst dat het mogelijk is om in samenwerking met vele sectoren en belanghebbenden een solide basis te geven aan de start van de grote omslag.  Een start omdat ook in dit akkoord nog vele zaken ontbreken, maar het zou Vlaanderen en België de inspiratie en weg kunnen tonen om hier ook werk van te gaan maken.

Natuurlijk is het goed dat men bij de regeringsvorming zegt dat men leider wil worden in waterstof. Men heeft daar wel onderbouwd beleid, kennis en middelen voor nodig.  Met amper twee tankstations in België voor waterstof en de ambitie van de vorige regering om tegen 2020 minstens 20 waterstoftankstations te hebben moge het duidelijk zijn dat we dit doel volledig zullen missen.

Dat we in Vlaanderen en bij uitbreiding België dringend aan de tekentafel moeten om als samenleving een onderbouwd plan te ontwerpen zodat we tegen 2030 ruim onze doelstellingen kunnen halen is in een complex land als het onze zeker geen automatisch gegeven.  De vier klimaatministers die de laatste vijf jaar aan zet waren zitten nog steeds voor een bord waar geen enkele pion verplaatst is.  Nochtans staat er wel een degelijk een klok op de tafel, alleen durft men de knop niet in te drukken.

Naar Nederlands voorbeeld dienen we het komend jaar na de vorming van de diverse regeringen aan alle tafels voldoende experts te krijgen te weten gebouwen, industrie, landbouw, transport en energie.  Iedere tafel zal een politieke verantwoordelijke moeten hebben zodat het algemeen belang en de doelstellingen van 2030 steeds centraal blijven staan

Ook is er een kapitein nodig met voldoende maatschappelijk gezag die gedragen wordt door zowel de politiek, het bedrijfsleven als vertegenwoordigers van diverse sociale instellingen.  Waar men voor moet waken is dat er niet te veel belangengroeperingen plaatsnemen aan de tafel met als doel om het status quo te bewaren.  Men ziet toch met de oefening die men in Nederland recent heeft gedaan dat er stevig gelobbyd is geworden en bepaalde sectoren te veel ontzien worden.  Hierdoor zijn trouwens diverse leden van de klimaattafels opgestapt van de onderhandelingstafel.

Men moet niet denken dat hier gepleit wordt voor de import van het geroemde poldermodel, want deze cultuur zou in België en Vlaanderen niet één op één werken.  Aan de andere kant moet iedereen wel aan boord zijn en het begint met overleg.  Wat trouwens opvalt in Nederland is het gebrek aan communicatie richting bevolking.  Men spendeert dit jaar alleen al aan duurzame subsidie 11 miljard Euro, maar er gaat zo goed als geen enkele Euro naar systematische communicatie.

Hiermee gaat een hele belangrijke hefboom verloren, want zonder brede steun van de burgers en hun bedrijven gaat de grootste transitie naar een duurzaam samenlevingsmodel zeker niet op tijd lukken.  Met systematisch bedoel ik dat een fulltime stroom van informatie nodig is; zowel geschreven als online vanuit de overheid over de transitie.  De critici zeggen vaak dat de mensen al klimaat moe zijn, maar dat komt nu net omdat er zonder inhoud wordt gecommuniceerd.  Ook al zijn er al enkele kleine pogingen gebeurd om de burger te betrekken bij deze transitie moet men ook inzetten in het opstarten van lokale initiatieven om zo het draagvlak te vergroten.

Vlaanderen zou ook in overleg kunnen gaan met onze Nederlandse buren om zo een groter geheel te krijgen, daar komt ook bij dat er veel synergiën zijn tussen beide en niet alleen omdat onze grenzen elkaar raken.  Onze havens vormen ook een sterke overeenkomst en de uitdagingen zijn zeer gelijklopend en dus zijn de mogelijke oplossingen ook te vinden in een overeenkomst zodat we optimaal investeren in ons gezamenlijk economisch weefsel van de toekomst.

Zonder onderbouwde oplossingen voor de gehele energiewaardeketen dreigen de goede initiatieven van bijvoorbeeld wind op zee veel minder efficiënt te worden en moeten we voorkomen dat we niet leren van onze Duitse vrienden die door hun succes met wind nu al jaarlijks honderden miljoenen Euro’s verliezen doordat men de nog nieuwe windmolens gewoon soms moet stilzetten door een niet aangepast energiesysteem.  We hebben als Vlaanderen de kans om de leiding te nemen in een aantal gebieden in deze transitie die nog maar net begonnen is en nog decennia gaat duren.  De politiek dient haar verantwoordelijkheid te nemen en bij aanvang van hun periode het startschot te geven om samen in overleg te gaan en met antwoorden te komen.  De economische impact van een onderbouwd investeringsbeleid richting 2030 zal ook een belangrijke motor zijn voor onze toekomstige welvaart en dit hand in hand met een centrale visie op een leefbaar milieu voor de komende generaties.